Commissie: Energie
Categorie: Procedure
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
241383/248696
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een energiecontract en kreeg in 2023 een jaarnota van € 1.040,13. Hij vond dit bedrag te hoog, omdat zijn slimme gasmeter een tijdlang niet werkte. Volgens hem was het verbruik verkeerd berekend. De leverancier gebruikte een schatting van het verbruik, omdat de meter niet kon worden uitgelezen. De geschillencommissie oordeelt dat de berekening klopt en dat het verbruik vergelijkbaar is met eerdere jaren. Wel vindt de commissie dat de leverancier het bezwaar van de consument niet goed heeft behandeld. De consument had op tijd schriftelijk bezwaar gemaakt, maar kreeg geen inhoudelijke reactie. Daarom is de klacht deels gegrond. De leverancier moet € 266,96 van de nota en het klachtengeld van € 52,50 vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
In deze zaak gaat het om de vraag of de aanbieder het gasverbruik van de klant, bij wie de slimme gasmeter een tijdlang niet heeft gefunctioneerd, op de juiste wijze heeft vastgesteld. De geschillencommissie is van oordeel dat de aanbieder dat op de correcte wijze heeft gedaan. Wel vindt de geschillencommissie dat de aanbieder de klacht van de klant hierover niet op de juiste wijze heeft afgehandeld.
Beoordeling
Achtergrond van het geschil
De klant had van 6 september 2018 tot 1 november 2023 een leveringsovereenkomst voor de levering van stroom en gas met de ondernemer. In oktober 2022 is er een defect ontstaan bij de slimme meter van de klant. Op 31 maart 2023 heeft netbeheerder de slimme meter bij de klant vervangen. Het afgenomen verbruik kon op de oude slimme gasmeter om systeemtechnische redenen door de netbeheerder niet op afstand worden uitgelezen.
In juni 2023 heeft de klant de jaarnota 2023 ontvangen. Deze nota had betrekking op het verbruik in de periode maart 2022 tot maart 2023. Op basis van deze jaarnota moest de klant € 1.040,13 bijbetalen. De klant is het niet eens met de wijze waarop de jaarnota 2023 tot stand is gekomen en meent dat er € 934,73 te veel in rekening is gebracht. Daarbij baseert de klant zich op het verbruik zoals dat is gebleken uit de app van de ondernemer. Ook is de klant van mening dat het verbruik in de jaarnota 2023 niet strookt met het historische verbruik van de klant.
De klant heeft de betaling gestorneerd en op 2 juli 2023 bezwaar aangetekend bij de ondernemer. In november 2023 is de overeenkomst geëindigd. Bij de eindafrekening heeft de ondernemer opnieuw het bedrag van € 1.040,13 verrekend.
De klant wil alsnog het bedrag van € 934,73 van de ondernemer ontvangen. Daarbij is naar de mening van de klant ook relevant dat de ondernemer zijn bezwaar van 2 juli 2023 niet in behandeling heeft genomen.
Het standpunt van de ondernemer
De verantwoordelijkheid voor het functioneren van de gasmeter ligt bij de netbeheerder. Vanwege de defecte gasmeter kon het werkelijk gasverbruik door netbeheerder vanaf 6 september 2022 tot 31 maart 2023 niet aan de ondernemer worden gecommuniceerd. In een dergelijk geval wordt het verbruik door netbeheerder bepaald aan de hand van een berekening. Over de periode dat de gasmeter niet heeft gefunctioneerd, is het berekende gebruik 1.066 m3. Vermeerderd met het wel gemeten verbruik van 250 m3, komt het totale in rekening gebrachte verbruik in de jaarnota 2023 op 1.316 m3. De berekening is op de juiste wijze uitgevoerd en in overeenstemming met de algemene voorwaarden van de ondernemer aan de klant in rekening gebracht,
Het oordeel van de commissie
Voor zover de klant stelt dat het in de jaarnota 2023 opgenomen gasverbruik niet strookt met het historische verbruik van de klant, kan de commissie de klant daarin niet volgen. Uit de stukken blijkt dat het gasverbruik van de klant in de jaarnota 2022 gelijk was aan 1.446 m3 en in de jaarnota 2021 was dat 1.307 m3. Het in de jaarnota 2023 opgenomen verbruik van 1.316 m3 wijkt daar niet materieel van af.
Dat het in de jaarnota in rekening gebrachte totaalbedrag afwijkt van de bedragen aan verbruikskosten die in de app staan weergegeven, wordt verklaard door het feit dat niet alle posten die in de jaarnota staan ook worden weergegeven in de app. De bedragen in de app zien enkel op de directe leveringskosten (verbruik x tarief) maar daar komen nog andere zaken bij, zoals energiebelasting en netbeheerskosten.
De klant heeft verder de juistheid van de berekening die is gehanteerd om het jaarverbruik vast te stellen niet met steekhoudende argumenten weersproken. Het in de jaarnota 2023 opgenomen gasverbruik moet daarom worden geacht juist te zijn.
Wel geeft de commissie de klant gelijk, daar waar hij klaagt over de wijze waarop het bezwaar van de klant door de ondernemer is behandeld. De klant heeft op 2 juli, overeenkomstig artikel 13 van de algemene voorwaarden van de ondernemer, schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de jaarnota 2023. Artikel 13 lid 1 bepaalt het volgende:
“Bent u het niet eens met een jaarnota of eindnota die wij u sturen? Stuur ons dan schriftelijk of digitaal een bezwaarschrift en geef aan waarom u het niet met deze nota eens bent. Doet u dit binnen de betalingstermijn? En gebruikt u de elektriciteit en/of het gas alleen voor uw huishouden? Dan hoeft u deze nota nog niet te betalen totdat wij een beslissing hebben genomen.”
De ondernemer heeft aangegeven meerdere malen contact te hebben gezocht met de klant maar dat de klant steeds niet kon worden bereikt en niet reageerde op de contactverzoeken. Dit ontslaat de ondernemer echter niet van diens verplichting om inhoudelijk op het bezwaar van de klant te reageren. Aangezien de ondernemer van de klant vraagt dat diens bezwaar schriftelijk (al dan niet digitaal) indient, mag van de ondernemer ook worden gevergd dat deze daar schriftelijk op reageert, juist indien het niet lukt de klant te spreken.
In zoverre is de klacht van de klant gegrond. De ondernemer heeft in het kader van een mogelijke regeling aangeboden de laatste correctienota ad € 266,96 voor haar rekening te nemen en het klachtengeld te vergoeden. De ondernemer heeft daaraan weliswaar de voorwaarde verbonden dat de klant de klacht zou intrekken, echter onder de omstandigheden acht de commissie dit een redelijke en billijke afdoening van het geschil.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie bepaalt dat de laatste correctienota ad € 266,96 voor rekening komt van de ondernemer.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 8 juli 2024.