Commissie: Garantiewoningen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: arbitraal vonnis
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
362056/437135
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
In deze zaak klaagt een consument bij de Geschillencommissie Garantiewoningen over schade aan de gietvloer in zijn woning. Volgens de consument is de egalisatielaag, die door de ondernemer is aangebracht, ondeugdelijk. Hierdoor is de gietvloer losgekomen en ontstaan er blazen. De consument wil dat de ondernemer de schade herstelt en de gevolgschade vergoedt. De ondernemer stelt dat de vloer goed is aangelegd en dat het probleem is ontstaan doordat het bedrijf van de consument de vloer niet goed heeft voorbereid. Een onafhankelijk deskundige heeft onderzocht wat er is gebeurd en concludeert dat de schade waarschijnlijk komt door het uitzetten van de gietvloer, waardoor er te veel spanning ontstond. De deskundige vindt geen bewijs dat de ondernemer de vloer niet goed heeft aangelegd. De arbiters volgen dit oordeel en vinden dat niet bewezen is dat de schade door de ondernemer is veroorzaakt. Daarom verklaren zij de klacht ongegrond en wijzen alle eisen van de consument af.
De volledige uitspraak
Ondergetekenden:
De heer mr. R.P.P. Hoekstra, de heer ing. J.J. van den Engel, mevrouw mr. drs. S. Meinhardt, die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.
Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage
De bevoegdheid van de arbiters tot beslechting van het geschil berust op een overeenkomst tot arbitrage tussen de ondernemer en de consument, met toepasselijkheid van de SWK Garantie- en waarborgregeling, versie 1 januari 2014 en het bijbehorende Garantiesupplement, bestaande uit de modules I E en II Q (hierna te noemen: de garantieregeling). Hierin wordt bepaald dat “alle geschillen …, welke ontstaan naar aanleiding van de overeenkomst met toepasselijkheid van de Garantie- en Waarborgregeling van SWK … worden beslecht door arbitrage conform het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen”.
Daarmee is voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De arbiters zijn daarom bevoegd om het geschil te beslechten. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 16 lid 1 van het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen (hierna te noemen: het reglement) te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden.
Als plaats van arbitrage is Den Haag vastgesteld.
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft het loskomen van de (giet)vloer in de woning van de consument.
Behandeling van het geschil
Op 26 november 2024 heeft te Den Haag de mondelinge behandeling van het geschil plaatsgevonden ten overstaan van de arbiters, bijgestaan door de heer mr. N. van Gelder als (plaatsvervangend) secretaris.
Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten nader toegelicht. Ter zitting was de de consument aanwezig. De ondernemer werd ter zitting vertegenwoordigd door de heer (naam), hoofd van de afdeling Service en Garantie, de heer (naam), projectleider Garantie en bijgestaan door mevrouw (naam).
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijzen de arbiters naar de overgelegde stukken en hetgeen op zitting naar voren is gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument stelt dat de egalisatielaag die in de woning is aangebracht door de ondernemer ondeugdelijk is. Daartoe heeft de consument aangevoerd dat door een bedrijf een gietvloer is aangelegd waarin na een aantal maanden een blaas is ontstaan. De gietvloer die door dit bedrijf is aangebracht is daardoor losgeraakt. Dit bedrijf heeft een onderzoek laten uitvoeren en een onafhankelijk bureau ingeschakeld. Volgens het rapport van dat bureau is sprake van een onthechtende egalisatie laag. Deze is losgekomen van de dekvloer en vervolgens vergruisd. De gietvloer die het bedrijf heeft aangebracht hecht op de egalisatie laag.
De consument heeft vervolgens een melding gemaakt bij de ondernemer en nadien heeft contact per e-mail plaatsgevonden. De ondernemer heeft aangegeven de conclusies van het rapport niet te accepteren. De ondernemer heeft een eigen bureau ingeschakeld voor nader onderzoek. Dat bureau heeft geconcludeerd dat de vloer goed hecht aan de egaline en aan de calciumsulfaatgebonden vloer. Het bedrijf dat de vloer heeft gelegd accepteert de conclusies van dit rapport niet.
De consument stelt dat het bedrijf dat de vloer heeft aangebracht geen onderzoek hoefde in te stellen naar de samenstelling van het materiaal van de egalisatie laag. Dit bedrijf mocht erop vertrouwen dat deze laag deugdelijk was aangebracht door de ondernemer.
De consument vordert herstel van het gebrek aan de vloer en vergoeding van de gevolgschade.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken en hetgeen op zitting naar voren is gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer ontkent dat sprake is van een verborgen gebrek en dat sprake is van ondeugdelijk werk.
De woning van de consument is conform de Technische Omschrijving (hierna: TO) opgeleverd met een anhydriet dekvloer. De vloer is deugdelijk en bruikbaar voor het doel waarvoor de vloer is bestemd, namelijk als ondervloer. Het is vervolgens aan de consument om voor eigen rekening en risico een afwerkvloer te realiseren. Elke soort vloer die wordt aangelegd vereist een eigen voorbereiding / voorbehandeling en het bedrijf dat de vloer aanlegt heeft de specifieke kennis in huis om de benodigde voorbereidingen te treffen. Het bedrijf dat de gietvloer heeft aangelegd bij de consument heeft nagelaten onderzoek te doen naar het materiaal van de dekvloer en/of het egalisatiemateriaal en zo nodig de juiste voorbereidingen te treffen. Als gevolg daarvan heeft gedeeltelijke onthechting plaatsgevonden. Dit kan de ondernemer niet worden verweten. Te meer nu de ondernemer en diens onderaannemer erop hebben gewezen dat een voorbehandeling noodzakelijk kan zijn, in het bijzonder is expliciet gewezen op de noodzakelijke beoordeling van de dekvloer door de partij die de vloer gaat aanbrengen om voldoende hechting met de dekvloer te creëren. Het feit dat de egalisatie laag op slechts één plek is losgekomen terwijl die laag ook elders in de woning is aangebracht duidt erop dat de fout niet bij de ondernemer ligt.
Het bureau dat namens de consument onderzoek heeft gedaan concludeert ten onrechte dat de oorzaak van de blaasvorming het egalisatiemateriaal is. Het bureau gaat voorbij aan het gegeven dat het bedrijf dat de vloer heeft aangelegd de dekvloer heeft geschuurd en vervolgens direct haar eigen vloersysteem heeft toegepast zonder de dekvloer eerst deugdelijk voor te behandelen.
Uit het rapport van de door de ondernemer ingeschakelde deskundige – die door de consument is goedgekeurd – blijkt dat de oorzaak van de schade niet kan worden vastgesteld.
De ondernemer verzoekt de klacht ongegrond te verklaren en de vordering af te wijzen.
Deskundigenrapport
De commissie heeft een onderzoek laten uitvoeren door de heer E.G. Spruitenburg (hierna te noemen: de deskundige), die daarover op 5 september 2024 schriftelijk aan de arbiters heeft gerapporteerd. De inhoud van dit rapport geldt – voor zover hierna niet aangehaald – als hier herhaald en ingelast.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het rapport van de deskundige.
De consument heeft niet op het rapport gereageerd. De ondernemer heeft op het rapport gereageerd per brief van 30 september 2024. De ondernemer heeft bij een tweetal punten in het rapport opmerkingen geplaatst.
Uitgangspunten
Voor de beoordeling van het geschil nemen de arbiters – naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde en met inachtneming van de inhoud van de overgelegde stukken – het navolgende als uitgangspunt.
In de op 25 mei 2021 tussen partijen gesloten koop-/ aannemingsovereenkomst heeft de ondernemer zich jegens de consument onder meer verbonden de woning (af) te bouwen conform de betreffende technische omschrijving en tekening(en) en – voor zover aanwezig – staten van wijzigingen, zoals aangegeven op de bij de koop-/ aannemingsovereenkomst behorende situatietekening, zulks naar de eisen van goed en deugdelijk werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven. De woning is op 11 september 2022 opgeleverd.
Ook is op genoemde koop-/ aannemingsovereenkomst eerdergenoemde garantieregeling van toepassing verklaard. Op grond van de van toepassing zijnde artikelen van de garantieregeling heeft de ondernemer aan de consument gegarandeerd dat de toegepaste constructies, materialen, onderdelen en installaties onder redelijkerwijs te voorziene externe omstandigheden deugdelijk zijn en bruikbaar voor het doel waarvoor zij zijn bestemd, een en ander voor zover ter zake geen beperkingen zijn opgenomen. Op grond hiervan heeft de ondernemer tevens gegarandeerd dat de woning voldoet aan de toepasselijke eisen van het Bouwbesluit dat van toepassing is op de verkregen bouwvergunning. Deze normen worden hierna gezamenlijk aangeduid als: de garantienormen.
Beoordeling van het geschil
Op grond van artikel 16 lid 2 sub g van het reglement bevat het arbitrale vonnis, naast de beslissing, in elk geval de vaststelling welk gedeelte van het arbitrale vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die vallen onder de SWK Garantie- en Waarborgregeling en welk gedeelte van het vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die geen betrekking hebben op de SWK Garantie- en Waarborgregeling.
De arbiters overwegen als volgt.
In de woning van de consument is in de woonkamer een onthechting van de (giet)vloer opgetreden, hetgeen de deskundige ook heeft vastgesteld. De egalisatie laag is – in ieder geval op één plek – losgekomen van de anhydriet dekvloer. Dit is gebeurd nadat een door de consument ingeschakeld bedrijf een gietvloer heeft aangebracht op de door de ondernemer opgeleverde dekvloer.
In geschil is of de ondernemer verantwoordelijk kan worden gehouden voor het opbollen en loskomen van de egalisatie laag.
De deskundige die door de Geschillencommissie is ingeschakeld is tot de conclusie gekomen dat aan de hand van de verkregen informatie niet geconcludeerd kan worden dat de door de ondernemer opgeleverde dekvloer niet naar de maatstaven van goed en deugdelijk werk is uitgevoerd. Hij heeft geconstateerd dat op de egalisatielaag, anders dan de door de consument ingeschakelde deskundige rapporteerde, wél een primer is toegepast. Ook heeft hij geconstateerd dat de gietvloer niet is vrijgehouden van de gevelpuien. Hij heeft geconcludeerd dat ten gevolge van het uitzetten van de gietvloer de toelaatbare schuifspanning in de toplaag van de egalisatielaag is overschreden en een forse opbolling is ontstaan.
De arbiters nemen de conclusie van de deskundige over. Dat betekent dat niet vast kan komen te staan dat de onthechting het gevolg is van een door de ondernemer niet goed of deugdelijk aangebrachte egalisatielaag. De oorzaak kan ook gelegen zijn in de wijze waarop de gietvloer is aangebracht.
De arbiters achten daarom de klacht ongegrond.
Beslissing
De arbiters, als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden, verklaren de klacht ongegrond en wijzen af hetgeen door de consument is gevorderd.