Commissie: Water Zakelijk
Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: ontvankelijk
Referentiecode:
583421/699315
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De verbruiker klaagt over afwijkende tarieven en het aantal in rekening gebrachte wateraansluitingen. Het bedrijf stelde dat de klacht te laat was ingediend, maar de Geschillencommissie Water zakelijk oordeelde dat de klacht van 4 april 2024 als tijdige indiening geldt. De verbruiker is dus ontvankelijk. Omdat het bedrijf inhoudelijk niet reageerde tijdens de zitting, wordt een vervolgzitting gepland. Partijen moeten dan duidelijkheid geven over de opleverdatum van de werkzaamheden. Het depotbedrag blijft gehandhaafd.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil gaat over de in rekening gebrachte kosten voor een aantal aansluitingen. Het bedrijf heeft zich op niet-ontvankelijkheid van de verbruiker/aangeslotene beroepen. Onderstaande beoordeling gaat daarop in.
Beoordeling
Op verzoek van de verbruiker/aangeslotene is een aantal aansluitingen voor water gerealiseerd. De verbruiker/aangeslotene klaagt over de hoogte van het tarief dat afwijkt van de offerte, en het aantal in rekening gebrachte aansluitingen. Het bedrijf beroept zich op niet-ontvankelijkheid, nu het op een klacht van de verbruiker/aangeslotene op 4 april 2023 definitief heeft geantwoord, terwijl de verbruiker/aangeslotene zijn klacht op 10 oktober 2024 bij de commissie heeft ingediend. Daartussen zitten meer dan 12 maanden, waardoor de verbruiker/aangeslotene niet ontvangen kan worden in zijn klacht (artikel 6 lid 1 onder b van het toepasselijk reglement juncto artikel 21.2 van de toepasselijke Algemene Voorwaarden).
De commissie overweegt dat de brief van 4 april 2023 ziet op de beantwoording van de vraag van de verbruiker/aangeslotene d.d. 27 maart 2023 waarom hem een hoger tarief berekend is dan geoffreerd (en bevestigd), terwijl geen sprake is van meerwerk. Daarop heeft het bedrijf als volgt geantwoord: “De opdrachtbevestiging is verstuurd met de prijzen van 2022, de uitvoering is geweest in 2023, de factuur bevat dan ook de prijzen van 2023.” Diezelfde dag heeft de verbruiker/aangeslotene gereageerd met de opmerking: “Ik ben het daar niet mee eens en het klopt ook niet”. Het bedrijf heeft op die laatste brief niet meer gereageerd. Eerst in het kader van incasso van het openstaande bedrag zijn er weer contacten tussen partijen geweest, uitmondend in een brief van het bedrijf d.d. 14 augustus 2024 waarin hij de mogelijkheid noemt een klacht bij de commissie in te dienen. De commissie is van oordeel dat de brief van de verbruiker/aangeslotene van 4 april 2024 als klacht aangemerkt kan worden. De brief d.d. 27 maart 2023 is te beschouwen als het vragen van inlichtingen. Op de brief van 4 april 2024 heeft het bedrijf niet gereageerd. Er is dan ook niet een termijn van meer dan 12 maanden verstreken. Bovendien heeft het bedrijf in zijn brief van 14 augustus 2024 nog op de commissie gewezen. De verbruiker/aangeslotene is dan ook ontvankelijk in zijn klacht.
Hoewel door de commissie beoogd is ter zitting ook het geschil inhoudelijk aan de orde te stellen, is het bedrijf daarop niet ingegaan. Omdat de commissie diverse vragen betreffende de inhoud heeft, zal zij een vervolgzitting plannen. Partijen dienen dan in elk geval antwoord te geven op de vraag op welke datum de werkzaamheden (verricht door een door de verbruiker/aangeslotene ingeschakelde aannemer die door de aannemer van het bedrijf is goedgekeurd) aan het bedrijf opgeleverd zijn. Partijen dienen bij voorkeur een verklaring van de door hen ingeschakelde aannemers over te leggen. Het in depot gestorte bedrag dient gehandhaafd te worden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De verbruiker/aangeslotene wordt in de klacht ontvankelijk verklaard.
Het secretariaat dient een vervolgzitting te plannen, waarin partijen in elk geval antwoord dienen te geven op de hierboven geformuleerde vraag.
De commissie houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, de heer mr. C.J.J. Havermans, leden, op 6 maart 2025.