Jaarafrekening moet worden aangepast door foutieve saldering

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Factuur    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 256248/307275

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument heeft geklaagd over de manier waarop zijn energieleverancier de salderingsregeling heeft toegepast op de jaarrekeningen van 2022 en 2023. Volgens hem is de opgewekte stroom met zonnepanelen niet goed verrekend met zijn verbruik. De ondernemer heeft dit per tariefperiode gedaan, terwijl de consument vindt dat dit over het hele jaar moet gebeuren. De commissie is het met de consument eens. Volgens de minister en eerdere uitspraken van de commissie moet eerst het totale verbruik en de totale teruglevering op jaarbasis worden verrekend. Pas daarna mag het resterende verbruik worden afgerekend per tariefperiode. De ondernemer heeft dit niet goed gedaan en de consument was hier niet duidelijk over geïnformeerd. Daarom moet de jaarrekening worden aangepast en moet de consument €52,50 terugkrijgen voor het klachtengeld. De klacht is gegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De ondernemer heeft de salderingsregeling niet op de juiste wijze toegepast en dient de jaarrekeningen te herberekenen.

Beoordeling
De consument beklaagt zich erover dat de ondernemer de salderingsregeling onjuist op de jaarafrekeningen 2022 en 2023 heeft toegepast door per tariefsperiode te salderen, hetgeen volgens hem in strijd is met de wet. De berekening van de ondernemer is niet gebaseerd op de energie die overblijft na saldering van het verbruik.

De consument verlangt dat de ondernemer saldeert volgens de methodiek zoals aangegeven in eerdere uitspraken van de commissie.

De ondernemer stelt de door de consument opgewekte energie op de jaarrekening gesaldeerd te hebben met de door hem verbruikte energie, waarbij de opgewekte energie tegen hetzelfde leveringstarief is gesaldeerd door per tariefperiode te salderen.

De consument heeft daartegenover gesteld dat de ondernemer in zijn communicatie niet transparant is geweest over de wijze waarop de ondernemer de salderingsregeling toepast die in feite neerkomt op salderen per tariefperiode. De ondernemer stelt: Bij een variabel contract rekent ondernemer per maand de voor rekening van de klant komende leveringskosten en terugleveringskosten uit. Met andere woorden, ondernemer maakt elke maand de balans op voor de geleverde,- en terug geleverde energie hetgeen resulteert in voor de klant komende kosten,- en/of opbrengsten. Voor wat betreft de Energiebelasting (EB), worden geleverde,- en teruggeleverde volumen op jaarbasis van elkaar afgetrokken daar deze tarieven niet per maand verschillen (maar per jaar).

Vaststaat dat de ondernemer jaarfacturen aan de consument heeft gestuurd, waarin de ondernemer per tariefperiode de invoeding en het verbruik saldeert. De consument betoogt dat dit niet zo mag. Daarover heeft de commissie in eerdere uitspraken het volgende overwogen:’ Hoewel het niet onredelijk lijkt om per tariefperiode de levering en teruglevering in die perioden apart af te rekenen tegen de door de ondernemer gehanteerde lever- en terug levertarieven, is dit niet wat de gedachte achter de op dit moment geldende salderingsregeling is.

Op 23 september 2022 heeft de minister Kamervragen over de salderingsregeling beantwoord. Uit de antwoorden blijkt dat, kort gezegd, voor overeenkomsten als de onderhavige het gehele jaarverbruik met de in dat jaar ingevoede stroom gesaldeerd moet worden. Dat blijkt volgens de minister niet uit de wet, maar was wel de intentie. De minister geeft in zijn antwoord aan een verduidelijking van de wettekst te zullen bevorderen. De volgende vraag is hoe er dan afgerekend moet worden. Gelet op het antwoord van de minister dient eerst de op jaarbasis hoeveelheid ingevoede en de hoeveelheid onttrokken elektriciteit tegen elkaar weggestreept te worden. Het aantal kWh dat resteert, onttrokken dan wel ingevoed, wordt gefactureerd. Op dit moment is niet wettelijk vastgelegd op welke wijze dit dient te gebeuren in een situatie waarbij het tarief in de factuurperiode varieert. In afwachting van nadere regelgeving op dit punt heeft de commissie ook al in eerdere uitspraken (volgens de uitspraak met referentiecode: 183496/187832) aanwijzingen gegeven hoe het aantal kWh dat resteert, onttrokken dan wel ingevoed, dient te worden gefactureerd in het geval partijen dat niet nader met elkaar zijn overeengekomen. Het komt de commissie redelijk en billijk voor dat het aantal kWh dat resteert nadat de op jaarbasis de hoeveelheid ingevoede en de hoeveelheid onttrokken elektriciteit tegen elkaar zijn weggestreept voor zover niet voor alle perioden eenzelfde invoedingstarief geldt wordt berekend aan de hand van de formule:
• Voor het geval er meer verbruik is dan teruglevering op jaarbasis: het verbruik van een tariefperiode, gedeeld door het totale verbruik op jaarbasis, vermenigvuldigd met het saldo na verrekening op jaarbasis (= resultaat van de saldering). Het aldus aan een tariefperiode toegerekend verbruik wordt afgerekend tegen het tarief van de betreffende periode;
• Voor het geval er minder verbruik is dan teruglevering op jaarbasis: de ingevoede stroom van een
tariefperiode, gedeeld door het totaal van de ingevoede stroom op jaarbasis, vermenigvuldigd met het saldo na verrekening op jaarbasis (=resultaat van de saldering). De aldus aan een bepaalde tariefperiode toegerekende invoeding wordt afgerekend tegen het invoedingstarief van die tariefperiode.

Naar het oordeel van de commissie moet uit de jaarafrekeningen worden afgeleid dat de ondernemer per tariefperiode saldeert waarbij verschillende tarieven gelden voor leveren en voor terugleveren, hetgeen niet in lijn is met de intentie van de salderingsregeling.
De door de ondernemer toegepaste methode heeft de consument redelijkerwijs niet afgeleid of kunnen afleiden uit hetgeen tussen partijen is afgesproken. Daarom kan naar het oordeel van de commissie niet worden volgehouden dat zulks als tussen partijen overeengekomen heeft te gelden. In die zin wijkt deze uitspraak af van de eerdere uitspraak in de zaak 202466/207819. Anders dan de commissie heeft overwogen in zaak 238703/243388 is de commissie van oordeel dat de uitspraak 183496/187832 niet door latere uitspraken als deels achterhaald moet worden beschouwd en dat mogelijk in geval van dynamische contracten een andere salderingsmethodiek aangewezen kan zijn dan de methode zoals verwoord in laatstgenoemde uitspraak, mits bij het aangaan van het contract expliciet is overeengekomen dat afgeweken zal worden van de hiervoor beschreven methode. Daarvan is in dit geval geen sprake.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De ondernemer dient de betwiste jaarrekeningen te corrigeren door toepassing van een saldering overeenkomstig het bepaalde in artikel 31c, lid 1 Elektriciteitsnet, inhoudende dat slechts het getotaliseerde jaarverbruikssaldo wordt gefactureerd.

Een en ander dient te geschieden binnen vier weken na verzending van deze beslissing.

Indien een en ander door handelen of nalaten van de ondernemer niet binnen de gestelde termijn is geschied, kan de consument zich weer tot de commissie wenden zonder opnieuw klachtengeld te betalen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 25 juli 2024.

Opslaan als PDF