Jaarlijkse saldering verplicht: bedrijf moet jaarnota corrigeren

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Informatieverstrekking    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 250852/266554

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een zakelijke klant heeft geklaagd over de manier waarop zijn energieleverancier de salderingsregeling heeft toegepast op de jaarnota van 2 januari 2024. Volgens de klant is de teruggeleverde stroom per maand verrekend, terwijl dit volgens de wet en de bedoeling van de minister op jaarbasis moet gebeuren. De commissie is het daarmee eens. De wet zegt dat de afgenomen stroom verminderd moet worden met de teruggeleverde stroom, en dat dit voor kleinverbruikers op jaarbasis moet gebeuren. Omdat het bedrijf dit niet goed heeft gedaan, moet de jaarnota worden aangepast. De klant moet alleen betalen voor het resterende verbruik na verrekening over het hele jaar. Ook krijgt hij €181,50 terug voor het klachtengeld. De klacht is gegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het door het bedrijf op de jaarafrekening van 2 januari 2024 in rekening gebrachte verbruik en de wijze van saldering van de ingevoede elektriciteit door de verbruiker/aangeslotene.

De verbruiker/aangeslotene heeft op 11 januari de klacht bij het bedrijf ingediend.

Standpunt van de verbruiker/aangeslotene

Voor het standpunt van de verbruiker/aangeslotene verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het bedrijf saldeert de door de verbruiker/aangeslotene terug geleverde stroom per maand en niet per jaar. Hoewel het niet in de wet staat vinden de Minister en de ACM dat salderen op de jaarrekening moet. De rechter en de Geschillencommissie hebben dat in meerdere uitspraken bevestigd.

De verbruiker/aangeslotene heeft een variabel contract.

De verbruiker/aangeslotene verlangt dat het bedrijf de door hem geleverde stroom pas saldeert op de jaarafrekening en dat alle (maandelijks) geleverde stroom bij de berekening wordt betrokken.

Ter zitting heeft de verbruiker/aangeslotene verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

In de periode van 1 januari 2022 tot 1 februari 2023 is er een verbruik geweest van 1488 kWh; ingevoed is een volume van 484 kWh. Voor het verbruik is door het bedrijf een bedrag van 19 cent per kWh aan de verbruiker/aangeslotene in rekening gebracht; voor de ingevoede elektriciteit heeft het bedrijf 13 cent per kWh vergoed. Van een 1 op 1 saldering is dan ook geen sprake geweest.

Thans is sprake van een variabel contract. Daarvoor was sprake van een vast contract. Dat bood het bedrijf in 2022 niet aan. Het bedrijf dient de ingevoede elektriciteit van de verbruikte elektriciteit af te trekken en het saldo tegen het geldende tarief in rekening te brengen.

De verbruiker/aangeslotene heeft nooit een maandelijks overzicht van het te hanteren teruglevertarief ontvangen.

Er is sprake van een kleinverbruik aansluiting. Bij het afsluiten van het contract zei men dat een en ander tegen elkaar weggestreept zou worden. De door het bedrijf ter zitting gegeven uitleg van het contract heeft hij niet zo begrepen.

Standpunt van het bedrijf

Voor het standpunt van het bedrijf verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De verbruiker/aangeslotene is vanaf 3 april 2019 klant van het bedrijf. Vanaf 1 december 2021 tot heden is sprake van een variabel contract.

Een variabel contract betekent niet dat je dezelfde variabele prijs voor levering en teruglevering ontvangt. Het zijn immers prijzen die per maand tot stand komen. Een variabel contract is per maand opzegbaar. Bij een variabel contract maakt het bedrijf iedere maand de balans op, hetgeen resulteert in voor de klant komende kosten en opbrengsten. Voor wat betreft de EB worden de geleverde en teruggeleverde volumen van elkaar afgetrokken en het saldo vermenigvuldigd met het belastingtarief.

Artikel 31c van de Energiewet 1998 regelt dat een leverancier het door de klant aan het net onttrokken elektriciteitsvolume zal verminderen met de door de klant op het net ingevoede elektriciteit. De wet regelt evenwel niet dat een leverancier een dergelijke vermindering moet uitrekenen per dag, per maand of per jaar. Evenmin regelt de wet of het volume of juist de kosten en opbrengsten van elkaar moeten worden afgetrokken. Het bedrijf verwijst daartoe naar een uitspraak van rechtbank Noord-Nederland, (ecli:NL:RBNNE:2019:3472).

De conclusie is dat het bedrijf een salderingswijze hanteert die in overeenstemming is met de huidige wetgeving. Het bedrijf is dan ook niet gehouden om zijn salderingswijze aan te passen.

In meerdere uitspraken van de commissie is de methodiek die het bedrijf hanteert geaccepteerd.

Ter zitting heeft het bedrijf verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

Het is juist dat de productvoorwaarden niet zijn overgelegd. Wel maken deze voorwaarden en de AV deel uit van het contract van partijen met variabele tarieven. Het teruglevertarief wordt maandelijks aan de klanten gecommuniceerd, hetzij via de website, hetzij per mail.

Het bedrijf handelt in lijn met artikel 31c van de Elektriciteitswet. Ook houden de productvoorwaarden een regeling van de wijze van de saldering in, waarmee de verbruiker/aangeslotene akkoord is gegaan.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over de wijze waarop de ondernemer saldeert op de jaarnota.

De commissie stelt voorop dat in artikel 31c lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 is bepaald dat voor kleinverbruikers als de verbruiker/aangeslotene, die duurzame energie invoeden (terugleveren) op het net, de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten berekent door de aan het net onttrokken (afgenomen) elektriciteit te verminderen met de teruggeleverde elektriciteit, waarbij de vermindering maximaal de hoeveelheid afgenomen elektriciteit bedraagt.

Tussen partijen is niet in geschil dat de salderingsregeling van artikel 31c lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 op de tussen hen gesloten overeenkomst van toepassing is. Wel twisten partijen over de vraag hoe deze salderingsregeling dient te worden toegepast.

De commissie is met de verbruiker/aangeslotene van oordeel dat saldering jaarlijks moet plaatsvinden. Uit de Elektriciteitswet 1998 volgt weliswaar niet expliciet over welke periode de saldering van de hoeveelheid afgenomen en teruggeleverde elektriciteit moet plaatsvinden, maar uit de wetsgeschiedenis volgt evenwel dat de wetgever een jaarlijkse saldering voor ogen heeft gestaan.

In de beantwoording van aan hem gestelde Kamervragen heeft de Minister voor Klimaat en Milieu bij brief van 23 september 2023 de hiervoor weergegeven bedoeling van de wetgever onderschreven. Volgens de minister is de intentie van de salderingsregeling dat de hoeveelheden afgenomen en teruggeleverde energie op jaarbasis gesaldeerd worden, zodat het overschot aan opwekking in de zomer kan worden gesaldeerd met het overschot aan afname in de winter.

De minister geeft in voormelde brief van 23 september 2023 ook aan dat salderen neerkomt op het wegstrepen van de hoeveelheid afgenomen elektriciteit in verband met teruggeleverde elektriciteit zonder daarbij het tarief te betrekken.

Niet dan wel niet gemotiveerd weersproken staat tussen partijen vast dat de ondernemer op de bestreden jaarnota op een andere wijze heeft gesaldeerd en daarmee niet heeft gehandeld in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever. Ook voorzien de richtlijnen van Consuwijzer, die strikt genomen op consumentenzaken zien, in een andere wijze van salderen dan door het bedrijf wordt voorgestaan. Daarbij komt dat artikel 31c van de Elektriciteitswet 1998 spreekt over kleinverbruikers, tot welke categorie de verbruiker/aangeslotene behoort.

Aldus komt de commissie tot het oordeel dat het bedrijf de salderingsregeling op onjuiste wijze heeft toegepast en zal zij het bedrijf veroordelen tot een correctie van de jaarrekening waarbij eerst van het totale (jaarlijkse) verbruik de totale (jaarlijkse) teruggeleverde energie wordt afgetrokken. Bij een positief saldo, zoals in deze zaak, dient de verbruiker/aangeslotene de kosten daarvan te betalen.

Het in rekening brengen van dit verbruik dient voor wat betreft de toe te passen tarieven vervolgens te geschieden overeenkomstig de voorwaarden van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Waarbij het de ondernemer vrijstaat rekening te houden met eventuele verschillende tarieven. De commissie verwijst in dit verband naar haar beslissing van 6 december 2022, (183496/187832).

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de verbruiker/aangeslotene gegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het bedrijf corrigeert de jaarnota van 2 januari 2024 zoals hiervoor door de commissie is overwogen.

Dit dient binnen 4 weken na de verzendatum van dit bindend advies plaats te vinden.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien is het bedrijf gehouden het door de verbruiker/aangeslotene betaalde klachtengeld van € 181,50 aan hem te vergoeden en zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage aan de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Energie voor de zakelijke markt, bestaande uit mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. Sj.S. Bakker en J.H.L. den Otter, leden, op 23 juli 2024.

Opslaan als PDF