Gedeeltelijke ontheffing van depotverplichting bij energiegeschil

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Depotbeslissing    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 348195/428223

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zaak gaat over een consument die een conflict heeft met een energiebedrijf en dit wil laten behandelen door de Geschillencommissie Energie. Normaal moet de consument dan een geldbedrag (depot) storten als zekerheid voor betaling, mocht de commissie oordelen dat hij moet betalen. In dit geval vraagt de consument om ontheffing van die verplichting, omdat zij het volledige bedrag van € 3146,35 niet kan betalen. De commissie vindt dat de consument voldoende heeft aangetoond dat zij het hele bedrag niet kan missen, maar wel een deel van € 979,11 heeft gestort. Daarom besluit de commissie dat dit lagere bedrag voldoende is om het geschil verder te behandelen. De consument moet dit bedrag binnen vier weken storten, als dat nog niet is gebeurd. Zo kan de zaak inhoudelijk worden voortgezet.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De commissie verleent een gedeeltelijke ontheffing van de verplichting depot te storten.

Beoordeling
Kern van de geschillenregeling is dat de ondernemer moet gedogen dat een geschil door de commissie wordt behandeld, als de consument dit wenst. Hiertegenover staat dat de ondernemer verzekerd moet zijn van de betaling van datgene dat volgens de commissie verschuldigd is. Die zekerheid wordt verkregen door de in het reglement van de commissie voorgeschreven depotstorting. De consument lijdt hierdoor geen nadeel, omdat hij het depotbedrag terugkrijgt indien en voor zover de vordering van de ondernemer wordt afgewezen. Derhalve is de consument in beginsel verplicht tot depotstorting. Van die verplichting kan geen ontheffing worden verleend enkel op de grond dat de depotstorting de consument slecht uitkomt of op grond van een inhoudelijke beoordeling van de vordering van de ondernemer door de commissie. Het past de commissie niet zich reeds een oordeel te vormen over het geschil voordat partijen hun standpunt hebben kunnen toelichten. De depotstorting staat naar zijn aard in beginsel los van een inhoudelijk oordeel over de vordering van de commissie en dient uitsluitend als zekerheid voor de betaling van de vordering van de ondernemer.

Slechts in het geval door de consument aannemelijk is gemaakt dat zij niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen, kan er naar redelijkheid en billijkheid aanleiding bestaan gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen.

Uit de stukken blijkt dat volgens de ondernemer een bedrag van € 3146,35 openstaat en dat de consument in een traject van betalingsregelingen zit. Op grond van de door de consument verstrekte gegevens is de commissie van oordeel dat van haar redelijkerwijs niet verwacht mag worden dat zij het volledige bedrag bij de commissie in depot stort. Wel zit bij de stukken een betalingsbewijs van storting van een bedrag van € 979,11 aan de commissie, welk bedrag de consument kennelijk wel in depot kan storten. In die zin zal de commissie dan ook beslissen. Mogelijkerwijs is deze betaling niet goed administratief verwerkt.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De consument dient – voorzover nog nodig – binnen vier weken na datum verzending van deze depotbeslissing een bedrag van € 979,11 bij de commissie in depot te storten, waarna het geschil verder in behandeling kan worden genomen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 5 augustus 2024.

Opslaan als PDF