Verbruikscorrectie deels onterecht doorbelast: klacht tegen leverancier gegrond

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Factuur    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1240617/1241146

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kreeg op 31 december 2024 een eindafrekening van zijn energieleverancier, gebaseerd op een verbruikscorrectie die was opgesteld omdat zijn slimme meter lange tijd stilstond. De meter werd pas vervangen op 27 augustus 2024. De leverancier bracht het volledige verbruik over twee jaar in rekening, ook voor de periode waarin de consument nog geen klant was. De geschillencommissie oordeelt dat dit niet mag: een leverancier mag alleen verbruik in rekening brengen voor de periode waarin hij daadwerkelijk stroom heeft geleverd. De eindafrekening moet worden ingetrokken en het betaalde bedrag teruggestort. De klacht tegen de netbeheerder is ongegrond, omdat die de correctie zorgvuldig heeft uitgevoerd. De consument krijgt ook het klachtengeld van € 52,50 terug.

De volledige uitspraak

Nader standpunt van de consument

Van een nader standpunt van de consument is de commissie niet gebleken.

(Nader) standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 24 juli 2024 liet de consument de ondernemer weten dat zijn slimme elektriciteitsmeter niet lijkt op te lopen. Dezelfde dag maakte de ondernemer daarvan melding aan de netbeheerder. Op 25 juli 2024 liet de netbeheerder weten op de hoogte te zijn van de storing en dat een afspraak met de consument zal worden gemaakt. De meter is op 27 augustus 2024 vervangen door de netbeheerder. Op 19 september 2024 liet de netbeheerder aan de ondernemer weten dat de eindstanden van de oude meter gelijk waren aan de standen van de afgelopen jaren, sinds 26/08/2022, en dat over twee maanden een verbruikscorrectie zou volgen.

De consument was vanaf 12 februari 2024 klant van de ondernemer en is per 20 oktober 2024 overgestapt naar een andere leverancier. De eindnota is gedateerd op 27 oktober 2024 en hield een tegoed in van € 177,57. Deze nota was gebaseerd op de eindstanden van de oude meter waardoor er geen verbruik in rekening gebracht is vanaf 12 februari 2024 tot aan de meterwissel en het verbruik op de nieuwe meter.

Op 3 december 2024 ontving de ondernemer de verbruikscorrectie van de netbeheerder. Het toegewezen verbruik voor de periode 26-08-2022 t/m 26-08-2024 is door de netbeheerder gebaseerd op het werkelijke verbruik op de nieuwe meter. Naar aanleiding daarvan deed de ondernemer pogingen om het deel van het verbruik te verrekenen met de voorgaande leveranciers. Die verzoeken zijn echter afgewezen. Op
31 december 2024 is de consument over de verbruikscorrectie en is aan hem de daarop gebaseerde eindafrekening gestuurd.

Naar aanleiding van de klacht van consument verzocht de ondernemer aan de netbeheerder om een opgave van het verbruik dat is toegewezen aan de voorgaande leveranciers om te kunnen bezien of het verbruik volledig bij de ondernemer in rekening kan worden gebracht en vervolgens aan de consument in rekening kan worden gebracht. Hierop berichtte de netbeheerder dat de verbruikscorrectie was gemaakt omdat de meter stilstond. Daaruit concludeerde dat het verbruik terecht aan haar in rekening is gebracht en ook terecht aan de consument in rekening is gebracht.

Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

De consument gaf aan dat de standen stil bleven staan: 33767 hoog en 29402 laag. In 2023 was sprake van hogere tarieven voor elektriciteit. De meter is vervangen in de periode dat de consument klant was van de ondernemer. De consument heeft wel verbruik gehad, maar dat is niet afgerekend bij de voorgaande leveranciers. Als het verbruik niet aan de voorgaande leveranciers wordt toegedeeld, draait de ondernemer op voor het volledige verbruik. Dat is het systeem. Uit de stukken blijkt dat de consument steeds naar de netbeheerder verwijst en niet naar de ondernemer. Het is wel zo dat de klacht tegen de ondernemer is ingediend. Het is de vraag of de consument ontvankelijk is. De ondernemer heeft meerdere keren contact met de netbeheerder gehad. De netbeheerder heeft voldoende geïnformeerd, maar de consument blijft bij zijn standpunt.

Standpunt van de netbeheerder

Voor het standpunt van de netbeheerder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft vanaf 26 november 2018 een energiecontract op dit adres. Uit de meetgegevens van de netbeheerder blijkt dat de meter sinds 30 juni 2022 geen verbruik meer registreert. Op 13 maart 2023 is een eerste poging gedaan om de meter te vervangen. De consument was niet aanwezig en reageerde niet op de achtergelaten kaart. Op 20 juni 2024 is een nieuwe werkopdracht aangemaakt omdat de meter opnieuw als niet-afleesbaar werd aangemerkt. Uiteindelijk is de meter op 26 augustus 2024 vervangen. De meter was toen niet afleesbaar. Er zijn geen foto’s gemaakt. Naar aanleiding van deze meterwissel is een verbruikscorrectie opgesteld, die op 3 januari 2025 met de ondernemer is gedeeld.
De netbeheerder heeft op basis van het werkelijke verbruik tussen 26 augustus 2024 en 3 december 2024 een verbruikscorrectie toegepast op de twee voorafgaande jaren. Deze correctie is gebaseerd op een standaard jaarverbruik, (hierna: SJV), van 1873 kWh laag en 1485 kWh hoog, wat neerkomt op een gecorrigeerd verbruik van 3726 kWh laag en 2957 kWh hoog. Op 8 juli 2025 is het SJV op basis van het actuele verbruik bijgesteld, naar 1913 kWh laag en 1480 kWh hoog. Deze geringe afwijking maakt duidelijk dat de eerste correctie representatief en zorgvuldig tot stand is gekomen. Deze correctie is standaard aan de actuele leverancier verstrekt.

Hoewel de aanleiding voor de correctie binnen het domein van de netbeheerder valt, betreft het geschil zoals dat is voorgelegd aan de commissie primair de wijze waarop de leverancier het verbruik in rekening heeft gebracht. De klacht is dan ook terecht door de consument tegen de ondernemer ingesteld. De netbeheerder heeft gehandeld in overeenstemming met de geldende brancheafspraken. De correctie geeft een realistisch beeld van het verbruik in de periode dat de meter defect was. Voor een aanpassing van de correctie bestaat geen aanleiding.

Ter zitting heeft de netbeheerder voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.

De netbeheerder geeft normaal geen uitleg als een meter wordt vervangen. De meter was niet afleesbaar en de data werden niet verzonden. Het is niet bekend of de meter nog nader is onderzocht. De correctie is over de gehele periode uitgevoerd. De ondernemer kan het bedrag deels doorbelasten aan de vorige leveranciers.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak klaagt de consument over de hoogte van de eindafrekening van 31 december 2024, waarbij het verbruik vanaf de stilstand van de meter door de ondernemer aan hem in rekening is gebracht.

De ondernemer en de in het geding betrokken netbeheerder voeren verweer.

Ten aanzien van de ondernemer

De commissie passeert het formele verweer van de ondernemer dat de consument in zijn klacht niet-ontvankelijk is omdat hij deze bij de netbeheerder had moeten indienen. De klacht van de consument heeft betrekking op de van de ondernemer afkomstige factuur, zodat de consument enkel al op die grond in zijn klacht kan worden ontvangen. De omstandigheid dat de hoogte van de factuur mede is bepaald door de verbruikscorrectie zoals die door de netbeheerder is opgesteld maakt dat niet anders.

De commissie is van oordeel dat nu uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken, blijkt dat de verder niet betwiste verbruikscorrectie slechts deels betrekking heeft op de periode dat de ondernemer leverancier van de consument was en aldus verbruik van energie in rekening wordt gebracht dat niet uit hoofde van het contract van partijen door de ondernemer aan de consument is geleverd, dit meebrengt dat de eindnota van 31 december 2024 niet in stand kan blijven.

Het adagium dat de consument voor zijn verbruik met betalen gaat immers niet zover dat hij ook voor het verbruik bij eerdere leveranciers, dat door die leveranciers niet in rekening is gebracht, aan een opvolgende leverancier dient te betalen. Brancheafspraken tussen netbeheerders en leveranciers die tot een andere uitkomst leiden, kunnen de consument, die daarbuiten staat, niet worden tegengeworpen.

De ondernemer dient de eindafrekening dan ook in te trekken of te crediteren, maar heeft wel het recht om aan de consument het verbruik in rekening te brengen vanaf het begin van de levering tot aan het einde van de levering.

Indien de ondernemer het werkelijke verbruik alsnog in rekening wenst te brengen dient hij daartoe een helderde en leesbare berekening te maken en deze aan de consument toe te sturen. Het komt de commissie redelijk voor dat de ondernemer daartoe gebruik maakt van een door de netbeheerder gemaakte berekening voor de betreffende periode aan de hand van het SJV en het werkelijke verbruik op de nieuwe meter.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument tegen de ondernemer gegrond.

Ten aanzien van de netbeheerder

Nu de consument niet klaagt over het al dan niet tijdig vervangen van de meter door de netbeheerder en evenmin de juistheid van de door de netbeheerder gemaakte verbruikscorrectie als zodanig betwist kan de conclusie geen andere zijn dan dat de klacht tegen de netbeheerder ongegrond is.

Deze conclusie neemt niet weg dat van de netbeheerder mag worden verwacht dat hij, indien verzocht door de ondernemer, een berekening maakt van het verbruik van elektriciteit vanaf het begin van de levering tot aan het vervangen van de meter. Het verbruik na het vervangen van de meter is bekend.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument tegen de netbeheerder ongegrond.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

Ten aanzien van de ondernemer

De ondernemer crediteert de eindafrekening van 31 december 2024 en restitueert alle betalingen welke door de consument uit hoofde van deze afrekening aan de ondernemer zijn gedaan.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 52,50 aan hem te vergoeden en voorts zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Ten aanzien van de netbeheerder

De commissie wijst de klacht af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard en de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 23 september 2025.

Opslaan als PDF