Gedeeltelijke ontheffing van depotstorting bij geschil over gasnavordering

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Depotbeslissing    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 239501/250515

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kreeg een navordering van € 2.555,80 voor gasverbruik over meerdere jaren. Hij erkent dat hij moet betalen voor het verbruik, maar betwist het bedrag en vroeg om een betalingsregeling. Omdat de ondernemer niet akkoord ging met behandeling zonder depotstorting, moest de consument een bedrag storten als zekerheid. De commissie oordeelt dat de consument financieel beperkt is, maar ook al langere tijd wist dat er een navordering zou komen. Daarom moet hij een gedeeltelijke depotstorting doen van € 1.250 binnen vier weken. Pas daarna wordt het geschil inhoudelijk behandeld.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Over de afgelopen jaren is ter zake van de gasleveranties aan de consument te weinig in rekening gebracht. Partijen verschillen van mening over de hoogte van het bedrag dat alsnog in rekening gebracht wordt en over de vraag of de ondernemer degene is die dat bij de consument in rekening mag brengen.

Beoordeling

De consument heeft bezwaar gemaakt tegen het verrichten van de depotstorting en de commissie is niet gebleken dat de ondernemer ermee akkoord is gegaan met behandeling van de klacht zonder depotstorting.

Kern van de geschillenregeling is dat de ondernemer moet gedogen dat een geschil door de commissie wordt behandeld, als de consument dit wenst. Hiertegenover staat dat de ondernemer verzekerd moet zijn van de betaling van datgene dat volgens de commissie verschuldigd is. Die zekerheid wordt verkregen door de in het reglement van de commissie voorgeschreven depotstorting. De consument lijdt hierdoor geen nadeel, omdat hij het depotbedrag terugkrijgt indien en voor zover de vordering van de ondernemer wordt afgewezen. Derhalve is de consument in beginsel verplicht tot depotstorting. Van die verplichting kan geen ontheffing worden verleend enkel op de grond dat de depotstorting de consument slecht uitkomt of op grond van een inhoudelijke beoordeling van de vordering van de ondernemer door de commissie. Het past de commissie niet zich reeds een oordeel te vormen over het geschil voordat partijen hun standpunt hebben kunnen toelichten. De depotstorting staat naar zijn aard in beginsel los van een inhoudelijk oordeel over de vordering van de commissie en dient uitsluitend als zekerheid voor de betaling van de vordering van de ondernemer.
Door het bedrijf wordt aan de consument een bedrag van €2.555,80 in rekening gebracht. De consument heeft erkend dat hij moet betalen voor m3 gas die hij daadwerkelijk heeft verbruikt. Hij heeft echter de hoogte van dit bedrag betwist en tevens vanaf het begin aangegeven dat hij dit bedrag niet in een keer kan betalen en om een afbetalingsregeling verzocht. Op dit laatste is door het bedrijf gereageerd met het uit handen geven van de vordering ter incasso.

Uit de door de consument overgelegde verklaring van inkomen van vermogen blijkt dat hij maandelijks een beperkt bedrag ter vrije besteding heeft. Aannemelijk is dat hij niet over de financiële middelen beschikt om de gevraagde depotstorting te voldoen. Daar staat tegenover dat hij al langere tijd weet dat hij een navordering ter zake van verbruikt gas moet gaan betalen en daarvoor een bedrag opzij had kunnen leggen.

Alles afwegende ziet de commissie aanleiding om de consument gedeeltelijk te ontheffen van de depotstorting.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de consument een bedrag in depot dient te storten van €1.250,- alvorens het geschil inhoudelijk kan worden behandeld.

Dit bedrag dient binnen 4 weken na de verzenddatum onder de commissie te worden gestort, bij gebreke waarvan de commissie het geschil niet in behandeling zal nemen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.A.G.M. van Rens, voorzitter, de heer R.A. Timmer, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 19 februari 2024.

Opslaan als PDF