Camper blijkt bestelauto: koop vernietigd en ondernemer moet bedrag terugbetalen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Overig    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 459570/519835

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 9 februari 2024 een voertuig dat volgens de advertentie een camper was. Na levering bleek het voertuig bij de RDW geregistreerd te staan als bestelauto. Hierdoor moest de consument meer wegenbelasting betalen en kon hij geen camperverzekering afsluiten. De ondernemer beloofde de registratie te wijzigen, maar deed dit niet. De consument vroeg daarom om terugdraaiing van de koop en vergoeding van gemaakte kosten. De commissie oordeelde dat sprake was van dwaling en verklaarde de koopovereenkomst vernietigd. De ondernemer moet het voertuig terugnemen, de koopprijs van € 65.750 terugbetalen en de kosten voor verzekering en wegenbelasting vergoeden.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Onderwerp van het geschil betreft het antwoord op de vraag of de ondernemer gehouden is het door hem aan consument geleverde voertuig terug te nemen, de koopprijs aan de consument terug te betalen en doet consument de geleden schade (bestaande uit verzekeringspremie, wegenbelasting, juridische kosten en genotsgemis) te vergoeden.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft een voertuig als zijnde een camper aan mij verkocht en geleverd. Ik mocht er ook vanuit gaan dat ik een bij de RDW als camper geregistreerd voertuig van de ondernemer had gekocht, overeenkomstig de specificaties en gebruiksdoelen die aan mij zijn gepresenteerd. Na aflevering is gebleken dat dit voertuig als bedrijfsbus bij de RDW staat geregistreerd. Als ik daarvan eerder op de hoogte was geweest, zou ik van de koop hebben afgezien. Ik heb de ondernemer in de gelegenheid gesteld om dit gebrek te verhelpen, hem ook diverse malen daartoe gerappelleerd en hem in gebreke gesteld, maar hij heeft nagelaten het gebrek binnen een redelijke termijn te verhelpen. Ik verlang dat het eigenaarschap van
het voertuig weer wordt overgedragen aan de ondernemer en het aankoopbedrag aan mij wordt geretourneerd. Voorts verlang ik schadevergoeding.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik verlang dat de koop helemaal wordt teruggedraaid omdat ik geen gebruik kan maken van het voertuig, verlang ik dat de ondernemer de door mij betaalde wegenbelasting en verzekeringspremie aan mij vergoedt. Voorts verlang ik dat de ondernemer de door mij gemaakte juridische kosten aan mij vergoedt.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop voor zover nodig hieronder zal worden ingegaan.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

De klacht/het gebrek omvat het volgende: de consument heeft bij de ondernemer een Weinsberg CaraBus
540 Compact gekocht. Dit voertuig werd in februari 2024 door de ondernemer aangeboden voor
€ 64.500,00 In de advertentie wordt het voertuig uitvoerig beschreven als zijnde een kampeerauto. Nadat de consument het voertuig in februari 2024 heeft aangeschaft is er gedurende de aflevering op 28 februari 2024 door de ondernemer aan de consument gemeld dat het voertuig door de RDW is geregistreerd als bestelauto en niet als kampeerauto. De ondernemer heeft aan de consument gemeld dat dit wordt gecorrigeerd door de ondernemer en dat er een juiste registratie volgt bij de RDW. Op 28 februari 2024 heeft de consument het aankoopbedrag voldaan en is het kenteken op naam van de consument gezet. Vervolgens is er afgesproken tussen partijen dat de voertuigcategorie zou worden aangepast bij de RDW, zodat de bestelauto als kampeerauto kan worden afgeleverd aan de consument. Op 24 april 2024 is de kentekencategorie nog steeds niet gewijzigd, waarop de consument heeft verzocht om het kenteken weer over te schrijven op naam van de ondernemer. Op dinsdag 8 oktober 2024 heb ik de ondernemer bezocht samen met de consument om de zaak te kunnen bespreken. De bestelauto, uitgevoerd als kampeerauto stond op het parkeerterrein van de ondernemer. De kentekenregistratie bij de RDW geeft [kentekennummer] nog steeds aan als bestelauto en niet als kampeerauto.

Gedurende het gesprek met de ondernemer, en de consument is het mij niet duidelijk geworden waarom de bestelauto na ruim 5 maanden nog niet als kampeerauto is geregistreerd bij de RDW. De ondernemer geeft in ons gesprek aan dat een juiste registratie geen prioriteit heeft en niet aan de orde is omdat de zaak in behandeling is bij de geschillencommissie. De consequentie van de onjuiste registratie bij de RDW voor de consument is dat het volledige wegenbelastingtarief voor een bestelwagen maandelijks moet worden afgerekend. Verder is het een feit dat een Cascoverzekering voor een kampeerauto niet kan worden afgesloten omdat het volgens de RDW geen kampeerauto betreft. De wagen kan wel casco worden verzekerd maar dan als bestelauto. Echter de consument heeft geen bestelauto aangekocht bij de ondernemer, maar een kampeerauto.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat het voertuig dat de consument op 9 februari 2024 van de ondernemer heeft gekocht aan hem is verkocht als zijnde een kampeerauto/camper. Voorts staat tussen partijen niet ter discussie dat beide partijen ten tijde van de totstandkoming van de koop in de veronderstelling verkeerden dat het voertuig in het kentekenregister van de RDW geregistreerd stond als kampeerauto (en dus niet als bedrijfsauto). Bij verweer heeft de ondernemer hieromtrent verklaard dat pas bij de tenaamstelling voor hem is gebleken dat het voertuig niet als camper, maar als bus bij de RDW stond geregistreerd en dit ook voor hem als een verrassing kwam.

Naar de commissie begrijpt verlangt de consument vanwege het feit dat hij bij het sluiten van de overeenkomst in de veronderstelling verkeerde dat het voertuig een kampeerauto/camper betrof, terwijl het gelet op de RDW-registratie in juridische zin een bedrijfsauto betrof (en nog steeds betreft) dat de koop helemaal wordt teruggedraaid. Daarmee verlangt de consument in juridische zin vernietiging van de koopovereenkomst.

Een overeenkomst die is tot stand gekomen onder invloed van een dwaling is gelet op artikel 6:228 BW vernietigbaar indien deze bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten en de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden. In casu zijn beide partijen van dezelfde onjuiste voorstelling van zaken uitgegaan en naar het oordeel van de commissie zou de overeenkomst mijn juiste voorstelling van zaken niet zijn gesloten. De consument immers onweersproken verklaard van de koop te hebben afgezien als zij op de hoogte waren geweest van onjuiste registratie. De situatie dat de ondernemer ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de consument daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden, is naar het oordeel van de commissie in casu niet aan de orde.

De commissie is dan ook van oordeel dat het verzoek van de consument aan de commissie tot vernietiging van de koopovereenkomst toewijsbaar is. Een dergelijke vernietiging heeft terugwerkende kracht, hetgeen betekent dat de ondernemer het voertuig terug moet nemen, de consument moet vrijwaren en de betaalde koopsom moet terugbetalen.

Ook het verzoek van de consument aan de commissie te bepalen dat de ondernemer de door de consument betaalde wegenbelasting en verzekeringspremie aan hem vergoedt is gelet op artikel 3:120 BW toewijsbaar, waarbij de commissie opmerkt dat de consument gelet op lid 3 van voornoemd artikel bevoegd is de afgifte van het voertuig op te schorten zolang hij de door de ondernemer aan hem verschuldigde vergoeding van die kosten niet van de ondernemer heeft ontvangen.

De vordering van de consument tot vergoeding van juridische kosten zal de commissie als onvoldoende gespecificeerd afwijzen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De overeenkomst d.d. 9 februari 2024 wordt vernietigd verklaard. Dit betekent dat de consument het voertuig met alle daartoe behorende papieren en accessoires, teruglevert aan de ondernemer, waarna deze de consument voor het voertuig vrijwaart. De ondernemer betaalt bij de ontvangst van het voertuig een bedrag van € 65.750,–– aan de consument. Voorts betaalt de ondernemer de tot het moment van vrijwaring door de consument verschuldigde kosten voor verzekering en wegenbelasting aan de consument.

Een en ander dient te geschieden binnen een maand na de datum van verzending van dit bindend advies.

Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Het meer of anders verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer P.G. Nieuwenhuijse, mevrouw mr. L. Schots – Smit , leden, op 28 november 2024.

Opslaan als PDF