Jaarlijkse saldering verplicht: energieleverancier moet jaarnota corrigeren

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 305526/407235

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument diende een klacht in over de jaarnota van 14 augustus 2023. Hij vond dat zijn energieleverancier onjuist saldeerde: niet op jaarbasis, maar per maand, en met verschillende tarieven voor afgenomen en teruggeleverde stroom. De commissie oordeelt dat saldering volgens de Elektriciteitswet op jaarbasis moet plaatsvinden, zonder tariefonderscheid. De ondernemer moet de jaarnota corrigeren en een duidelijke berekening aanleveren. De klacht is gegrond en het klachtengeld van € 52,50 wordt aan de consument terugbetaald.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het op de jaarnota van 14 augustus 2023 in rekening gebrachte verbruik van energie en de wijze van salderen van de ondernemer.

De consument heeft op 12 maart 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Naar aanleiding van een uitzending van tv-programma heeft de consument een klacht bij de ondernemer ingediend over de wijze van salderen op de jaarnota. De ondernemer saldeert maandelijks en niet op jaarbasis aan de hand van een gemiddeld tarief.

De consument heeft vanaf 2008 een standaard contract, waarbij de prijzen tweemaal per jaar kunnen wijzigen, te weten op 1 juli en op 1 januari. Er was sprake van het modelcontract. Dit is zonder toestemming door de ondernemer gewijzigd. Bij het salderen geldt dat eerst moet worden gekeken naar het verbruik en de omvang van de teruglevering. Vervolgens kan er naar de tarieven worden gekeken. Uit een door de consument gemaakte berekening blijkt dat hij een bedrag van € 489,– dient terug te ontvangen.

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
Na de coronaperiode is men per maand gaan salderen. In zijn berekening is de consument uitgegaan van de gemiddelde tarieven.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In dit geschil klaagt de consument over de wijze waarop de ondernemer op de laatste jaarnota saldeert. De consument verzoekt om herziening. De ondernemer past de juiste salderingsmethodiek toe. Sinds de start van de levering op 8 mei 2012 heeft de consument drie verschillende contracten met variabele tarieven gehad. In totaal heeft 9 maal een tariefwijziging plaatsgevonden. Per 1 september 2023 is sprake van een vast contract voor de duur van twee jaar.

Als gevolg van de verschillende tarieven is er een verschil in prijs voor stroom die wordt geleverd en stroom die wordt teruggeleverd. In de regel is het zo dat de stroomprijs in de zomer lager is dan in de winter en herfst, wanneer de vraag groter is dan het aanbod. Dit kan in het nadeel zijn van de consument zoals dat het geval is op de jaarnota waartegen de klacht van de consument zich richt. Dit kan ook voordelig uitpakken voor de consument zoals dat het geval was op de vorige jaarnota.

Als de consument stelt dat de wijze van salderen van de ondernemer niet juist is, hoewel deze door de ACM is goedgekeurd, dan dient niet alleen de onderhavige jaarnota te worden gecorrigeerd, maar ook de vorige jaarnota, onder de noemer gelijke monniken gelijke kappen.

Dit is op 18 maart 2024 ook aan de consument te kennen gegeven. De berekening van deze twee jaarnota’s leidt tot een nadeel van € 6,31. De ondernemer is bereid dit bedrag aan de consument te vergoeden.

Uit de jaarnota van 14 augustus 2023 blijkt dat de ondernemer voor de teruglevering een ander tarief hanteert dan voor de levering en dat dit leidt tot een nadeel van € 494,54 voor de consument.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De klacht van de consument betreft de wijze van salderen op de jaarnota van 14 augustus 2023. De consument stelt dat de ondernemer niet op jaarbasis saldeert, maar op maandbasis en dat dit niet de methode is die door onder andere de commissie wordt voorgeschreven.

De ondernemer erkent een andere systematiek te hanteren, dan die door de commissie wordt voorgestaan en erkent dat in die systematiek een onderscheid wordt gemaakt tussen de tarieven van de verbruikte stroom en de tarieven die worden gehanteerd voor de teruggeleverde stroom. Dit kan zowel voordelig als nadelig voor consument uitpakken, zoals blijkt uit de voorgaande jaarnota, waarop de klacht van de consument niet ziet.

De commissie volgt het standpunt van de consument.

De commissie stelt voorop dat in artikel 31c lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 is bepaald dat voor kleinverbruikers als de consument, die duurzame energie invoeden (terugleveren) op het net, de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten berekent door de aan het net onttrokken (afgenomen) elektriciteit te verminderen met de teruggeleverde elektriciteit, waarbij de vermindering maximaal de hoeveelheid afgenomen elektriciteit bedraagt.

Tussen partijen is niet in geschil dat de salderingsregeling van artikel 31c lid 1 van de Elektriciteitswet 1998 op de tussen hen gesloten overeenkomst van toepassing is. Wel twisten partijen over de vraag hoe deze salderingsregeling dient te worden toegepast.

De commissie is met de consument van oordeel dat saldering jaarlijks moet plaatsvinden. Uit de Elektriciteitswet 1998 volgt niet expliciet over welke periode de saldering van de hoeveelheid afgenomen en teruggeleverde elektriciteit moet plaatsvinden, maar uit de wetsgeschiedenis volgt evenwel dat de wetgever een jaarlijkse saldering voor ogen heeft gestaan.

In de beantwoording van aan hem gestelde Kamervragen heeft de Minister voor Klimaat en Milieu bij brief van 23 september 2023 de hiervoor weergegeven bedoeling van de wetgever onderschreven. Volgens de minister is de intentie van de salderingsregeling dat de hoeveelheden afgenomen en teruggeleverde energie op jaarbasis gesaldeerd worden, zodat het overschot aan opwekking in de zomer kan worden gesaldeerd met het overschot aan afname in de winter.

De minister geeft in voormelde brief van 23 september 2023 ook aan dat salderen neerkomt op het wegstrepen van de hoeveelheid afgenomen elektriciteit in verband met teruggeleverde elektriciteit zonder daarbij het tarief te betrekken.

Niet dan wel niet gemotiveerd weersproken staat tussen partijen vast dat de ondernemer op de bestreden jaarnota per tariefperiode heeft gesaldeerd.

Aldus komt de commissie tot het oordeel dat de ondernemer de salderingsregeling op onjuiste wijze heeft toegepast en zal zij de ondernemer veroordelen tot een correctie van de jaarrekening waarbij eerst van het totale verbruik op jaarbasis de totale teruggeleverde energie op jaarbasis wordt afgetrokken.

Het komt de commissie redelijk en billijk voor dat het aantal kWh dat resteert nadat op jaarbasis de hoeveelheid ingevoede en de hoeveelheid onttrokken elektriciteit tegen elkaar zijn weggestreept, voor zover niet voor alle perioden een gelijk (invoedings-)tarief geldt wordt berekend aan de hand van de formule:

• Voor het geval er meer verbruik is dan teruglevering op jaarbasis: het verbruik van een tariefperiode gedeeld door het totale verbruik op jaarbasis , vermenigvuldigd met het saldo na verrekening op jaarbasis (=resultaat van de saldering;
• Voor het geval het verbruik minder is dan de teruglevering op jaarbasis: de ingevoede stroom van een tariefperiode, gedeeld door het totaal van de ingevoede stroom op jaarbasis, vermenigvuldigd met het saldo na verrekening op jaarbasis. De aldus aan een bepaalde periode toegekende invoeding wordt afgerekend tegen het invoedingstarief van die periode.

In deze zaak staat vast dat de ondernemer een andere systematiek heeft toegepast, voor zover de ondernemer zich op het standpunt stelt dat de consument met deze systematiek akkoord is gegaan, gaat de commissie daaraan voorbij, nu haar is niet gebleken dat de consument met deze wijze van salderen in het kader van de met de consument gesloten overeenkomst(en) akkoord is gegaan.

De klacht van de consument beperkt zich tot de jaarnota van 14 augustus 2023. De commissie ziet dan ook geen reden om een oordeel te geven over de juistheid van eerdere jaarnota’s met een soortgelijke salderingsmethodiek. De commissie verwerpt dan ook in zoverre het verweer van de ondernemer.

De ondernemer dient dan ook de jaarnota te corrigeren en te salderen langs de lijnen zoals die hiervoor zijn aangeven, die er in het kort op neerkomen dat eerst moet worden gesaldeerd en vervolgens moet worden geprijsd.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer corrigeert de jaarnota van 14 augustus 2023 als hiervoor is aangegeven. De correctie dient voorzien te zijn van een inzichtelijke en controleerbare berekening en binnen 4 weken na de verzendatum aan de consument te worden gestuurd.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 52,50 aan hem te vergoeden en tevens zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage aan de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit
mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. W.F. van Oorspronk en mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 12 september 2024.

Opslaan als PDF