Commissie: Algemeen
Categorie: Ontbinding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
245292/256280
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument had een klacht over schilderwerk aan zijn woning. Na twee deskundigenonderzoeken bleek dat er op enkele punten niet goed was gewerkt, zoals bij een gootplank en delen van de serre. Omdat het vertrouwen tussen partijen was verdwenen, besloot de commissie dat de ondernemer deze herstelwerkzaamheden niet meer zelf hoeft uit te voeren. In plaats daarvan moet hij € 500 schadevergoeding betalen, zodat de consument een andere vakman kan inschakelen. Van het eerder betaalde bedrag van € 1.519 wordt € 552,50 teruggestort aan de consument en € 966,50 aan de ondernemer. De klacht is deels gegrond.
De volledige uitspraak
De verdere beoordeling van het geschil
Ook hier moet eerst worden verwezen naar het in deze zaak tussen partijen gewezen tussenadvies, en wel in het bijzonder naar wat daarin is weergegeven (de standpunten van partijen en de rapportage van de deskundige [naam] en is overwogen en beslist. De commissie volhardt daarbij en in vervolg daarop moet als volgt worden overwogen en beslist.
Door de tweede deskundige is voor zover hier relevant als volgt gerapporteerd:
Partijen waren aanwezig bij het onderzoek ter plaatse.
Foto’s in het dossier:
Het is niet duidelijk uit foto’s te herleiden dat de voorbewerking van het gehele schilderwerk
onvoldoende is geweest. Enkele foto’s zijn niet scherp en betreffen ingezoomde details.
Diverse aspecten, die door de klant op foto’s zijn vastgelegd, zijn tijdens de herstelwerkzaamheden verholpen en tijdens het deskundige onderzoek niet
meer waargenomen. Beide partijen geven inderdaad aan dat er enkele aspecten zijn verholpen, zoals het dichtzetten/-schilderen van de aansluiting glaslat met een raamstijl, het schilderen van diverse omkanten bij draaiende delen, het weghalen van een zakker,
verwijderen van verfbesmetting op het uitzetraam (badkamer) en het wegnemen van de verfscha-de in een kozijnsponning, onder een glaslat en op een kozijnverbinding.
Enkele aspecten zijn nog aanwezig zoals verfschade aan de onderzijde van de goot ter plaatse van de serre.
In het werk:
Een scheur is waargenomen in de volhouten gootplank aan de voorgevel.
De bereikbare en/of bereikbaar gemaakte elementen aan de voor- en achtergevel zijn afgeprikt met een stompe priem om eventuele aanwezigheid van (ondergrondschade) houtaantasting vast te stellen. Een toelichting van de meetmethode is aan beide
partijen in het werk gegeven. Er is geen houtaantasting geconstateerd.
Hechtmetingen op het schilderwerk zijn middels een “plakbandproef” (suggestie vanuit de commissie) op de bereikbare en/of bereikbaar gemaakte elementen aan de voor- en achtergevel uitgevoerd (in totaal 70 stuks). Toelichting op deze meetmethode is in het
werk aan beide partijen gegeven. Het betreft geen officiële methode, maar zal bij een slecht hechtend verfsysteem een indicatie afgeven, omdat er dan verf achter blijft op de tape. De meting is uitgevoerd met een genormaliseerde tape die ook voor de officiële hechtmethode wordt gehanteerd. Er is geen slechte hechting van het verfsysteem
geconstateerd waardoor geen aanname gedaan kan worden dat er onvoldoende gereinigd en geschuurd is.
Er is verfschade waargenomen in het verfsysteem op de luifel. Dit betreffen natte blaren wat kan duiden op vochtbelasting vanuit de ondergrond door bijvoorbeeld lekkage.
Onderkanten van de kozijnen zijn niet overal voldoende mee geschilderd. Uit technisch oogpunt is er geen noodzaak aangezien er een verfsysteem aanwezig is. Alleen behoren de onderkanten, in-dien bereikbaar, mee geschilderd te zijn. Een geringe afwijking mag voorkomen in relatie met redelijk te stellen eisen van vakmanschap. Ook is de kozijnsponning ter plaatse van een uitzetraam (badkamer) niet mee geschilderd. Om deze mee te schilderen had de aanbieder tijdelijk de raam-boom los kunnen schroeven. Dit is in de praktijk geen gebruikelijke handeling. Wel had de aanbieder de klant hierop kunnen attenderen.
Incidentele aspecten zijn waargenomen zoals een zakker in het verfsysteem op de voordeur, een oneffenheid in de ondergrond (voordeur), een niet strak geschilderde lijn langs een tochtkader van een draairaam (voorgevel) en een niet strak geschilderde glaslijn op de bergingsdeur.
Overige:
2 draaiende delen klemmen (de voordeur en een raam). Indien dit op het moment van het onderhoud ook speelde had de aanbieder de klant hierop kunnen attenderen en dit tegen
meerwerk/aanvullende offerte kunnen wegnemen.
De omvang van de klacht(en) is:
– Onopvallend
– Gering
Herstel of reparatie is technisch mogelijk, en wel aldus:
Het omschreven advies in het andere deskundigenrapport voor het herstellen van de
scheur volstaat. Het (deel)vervangen van de gootplank is een te zware maatregel.
Ook het schilderen van de gootplank ter plaatse van de serre is mogelijk zoals omschreven staat in het andere deskundigenrapport. Het schilderen van de onderkanten van de kozijnen
is mogelijk, maar vanuit technisch oogpunt niet noodzakelijk.
De kosten van dit herstel (incl. BTW) bedragen tussen de € 450,– en € 550,–.
Door de consument is als volgt gereageerd op voormelde tweede rapportage:
Als reactie op de opmerking van [naam] willen wij erop wijzen dat niet wij maar de geschillencommissie heeft aangeraden een extra schouw van het schilderwerk uit te voeren vanwege onvoldoende duidelijkheid van het eerste deskundigenrapport. Wij hebben nu voor de tweede controle ook extra kosten moeten maken d.m.v. vrije dagen van het werk.
Als reactie op het tweede deskundigenrapport heeft de deskundige ook geconstateerd dat er dus niet overal netjes geschilderd/hersteld is. Wij zijn nog steeds van mening dat het afgeleverde werk niet naar verwachting en offerte is afgehandeld.
Wij zijn nu genoodzaakt om voor het gehele schilderwerk z.s.m. een capabele schilder te vinden die het werk van [naam] voor ons kan herstellen. Wat meer dan de voorgestelde € 500,– van zal gaan kosten. Voor zover onze reactie, en we zullen de uitspraak van de geschillencommissie afwachten en respecteren.
Door de ondernemer is als volgt gereageerd op voormelde tweede rapportage:
[Naam] kan zich vinden in de conclusie van de deskundige en is bereid de genoemde herstelkosten tot een maximum van € 500 en tegen finale kwijting te vergoeden. US zal namelijk niet meer gaan herstellen bij de klant aangezien de vertrouwensrelatie onherstelbaar beschadigd is.[Naam] heeft voor een tweede maal de kosten moeten betalen voor een deskundigenonderzoek, omdat de klant zich niet kon vinden in het eerste rapport. De kosten voor het eerste onderzoek zijn voor [naam] logisch. De kosten voor een tweede onderzoek – dat door de klant aangevraagd werd – zouden geheel voor de klant moeten zijn. De uitkomsten van beide onderzoeken zijn bijna gelijk en het is voor [naam] dan ook onbegrijpelijk, dat [naam] hiervoor
tweemaal betaald heeft.
De commissie oordeelt thans als volgt.
Op basis van het samenstel van beide rapportages is de commissie thans in staat een gefundeerde beslissing te geven. De aanvankelijke aarzelingen van de commissie (en de consument) bij onderdelen van de eerste rapportage zijn in grote lijnen onterecht gebleken. Voor alle duidelijkheid: het is de commissie die het noodzakelijk heeft geoordeeld dat een tweede rapportage plaatsvindt, mede ter beantwoording van de in het tussenadvies verwoorde vraagpunten.
Op basis van hetgeen door beide deskundigen is geconcludeerd, is de commissie van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat de ondernemer – uiteindelijk en na het nodige herstelwerk – op slechts enkele onderdelen van het werk toerekenbaar tekort is geschoten in een juiste/volledige nakoming van de gemaakte afspraken. Het betreft dan in concreto:
– reparatie/herstel van de scheur in de meergenoemde gootplank zonder vervanging daarvan;
– reparatie/herstel van de gootplank aan de achtergevel ter plaatse van de serre.
De ondernemer zal ten aanzien van deze punten geen nakoming/herstel worden opgedragen. De consument heeft geen vertrouwen (meer) in een goede afloop en in feite geldt dit naar eigen zeggen van de ondernemer ook voor hem. De ondernemer heeft vanwege de slechte verhouding van partijen ook het standpunt ingenomen dat herstel/nakoming door de ondernemer niet aan de orde kan zijn.
Wat dan resteert is te beslissen tot gedeeltelijke ontbinding van het door partijen overeengekomene in die zin dat de ondernemer wordt ontheven van de verplichting om de hiervoor aangeduide nakomings-/herstelwerkzaamheden uit te voeren. Daartegenover komt de verplichting te staan van de ondernemer om de consument een die prestaties vervangende schadevergoeding te voldoen, waarmee de consument een derde kan inschakelen om de herstelwerkzaamheden te laten uitvoeren.
De commissie waardeert die schadevergoeding op € 500,–, welk bedrag de ondernemer naar laatst ingenomen standpunt ook bereid is daarvoor aan de consument te voldoen.
Dit oordeel brengt mee dat van het door de consument bij het secretariaat van de commissie in depot gestorte bedrag van € 1.519, — een deel groot € 1.019,– moet worden overgemaakt aan de ondernemer omdat de consument bij wijze van nakoming gehouden is dat bedrag aan de ondernemer te betalen. Van het depot dient dus een bedrag van € 500,– geretourneerd te worden aan de consument.
Nu door de consument deels terecht is geklaagd is de ondernemer op basis van het reglement van deze commissie gehouden om het klachtengeld aan de consument te voldoen en om de bijdrage in de behande-lingskosten te betalen aan het secretariaat van de commissie, waaronder tweemaal de bijdrage van € 551,– voor deskundigenbericht, nu in deze zaak naar het oordeel van de commissie een tweede deskun-digenbericht was vereist. Het totaal van de bijdragen wordt de ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.
Beslissing
De commissie:
Ontbindt het door partijen overeengekomene gedeeltelijk en wel aldus:
– ontheft de ondernemer van de verplichting om de hiervoor aangeduide nakomings-/herstelwerkzaamheden uit te voeren;
– verplicht de ondernemer tot betaling aan de consument van een vervangende schadevergoeding groot € 500,–.
Stelt vast dat de consument in beginsel bij wijze van nakoming het door de consument in depot gestorte bedrag van € 1.519,– verschuldigd is te betalen aan de ondernemer.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan het secretariaat van de commis-sie de bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd.
Met in achtneming van het bovenstaande wordt het door de consument bij het secretariaat gestorte depot-bedrag van € 1.519,– als volgt verrekend:
– € 552,50 wordt overgemaakt aan de consument;
– het restant ad € 966,50,– moet worden overgemaakt aan de ondernemer.
Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Algemeen, bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer J. Hania en mr. M.T. Buiting, leden, op 3 april 2025.