Caravan met verborgen hagelschade: koop ontbonden, consument krijgt geld en ingeruilde caravan terug

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 481582/793102

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 27 juni 2024 een caravan van het merk Hobby 560 CFE Silverline (bouwjaar 2021) voor € 30.250,–, en ruilde daarbij zijn oude caravan in voor € 6.700,–, waardoor hij uiteindelijk € 25.300,– betaalde. Kort na levering ontdekte hij hagelschade op het dak van de nieuwe caravan, terwijl hij vooraf had gevraagd of de caravan schadevrij was. De ondernemer had dit niet gemeld. De consument wilde een schadevergoeding of reparatie, maar de ondernemer bood aan de koop volledig te ontbinden en beide caravans terug te wisselen. De commissie oordeelde dat de klacht gegrond is en dat de ondernemer zijn oorspronkelijke aanbod moet nakomen: de koop wordt ontbonden, de consument krijgt zijn geld terug en zijn ingeruilde caravan terug. Omdat dit aanbod al vóór de klacht was gedaan, hoeft de ondernemer geen klachtengeld of behandelingskosten te betalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 27 juni 2024 tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst (ordernummer [nummer] debiteurnummer [nummer]). De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren aan de consument van de caravan Hobby 560 CFE Silverline (bouwjaar 2021) met toebehoren (waaronder een nieuwe luifel) tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 30.250,–. Ook zijn partijen de inruil overeengekomen van de caravan Hobby Excellent 560 (bouwjaar 2007) voor een bedrag van € 6.700,–. Aldus is een door de consument bij te betalen bedrag overeengekomen van € 23.550,–. Dat bedrag is door partijen in samenspraak alsnog vermeerderd met een bedrag
€ 1.750,– omdat bij de ingeruilde caravan door de ondernemer hagelschade werd geconstateerd. Aldus is door de consument in totaal aan de ondernemer betaald € 25.300,–.

De overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 2 juli 2024.

De consument heeft op of omstreeks 2 juli 2024 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

In reactie op die klacht heeft de ondernemer de consument als volgt per email bericht:

– op 3 juli 2024 om 15:59 uur: (……) “Wij kunnen de koop ontbinden en dan uw geld terugstorten. Wij zullen dan ook de verantwoordelijkheid nemen over het ophalen van de caravan bij u in Nunspeet en uw vorige caravan mee naar u toe te nemen. Beide caravans hebben schade op het dak, daarom zijn wij ook bereid tot het terug betalen van de door u extra betaalde 1750,- euro voor de dakschade.” (….);

– op 4 juli 2024 om 09.55 uur per email voor zover hier van belang als volgt bericht:
“Beste [naam], (……) Ons voorstel is nog steeds om de koop te ontbinden en dat wij de door u aangekochte caravan netjes op komen halen en ter plekke meteen uw geld naar u overmaken, ook zullen wij dan meteen de door u ingeruilde caravan mee terug nemen. (..….).

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

“Ik heb deze caravan gekocht vanaf de foto en heb er een ingeruild van bouwjaar 2007. Bij inname ontdekte de ondernemer hagelschade bij mij eigen caravan wat ik niet wist en nooit had gezien maar ik moest € 1750,– waardevermindering betalen. Ik heb de nieuwe meegenomen naar huis; kom ik thuis zit heel mij nieuwe caravan onder de hagelschade. De ondernemer wil de koopovereenkomst
terugdraaien en verder niets. Nu hebben ze me de € 1750,– terug aangeboden maar ik vind de waardevermindering meer dan € 1750,– bij een caravan van 2021. Ik heb voorgesteld of repareren of € 4500,– terug, maar daar wil de ondernemer niets van weten: zij zeggen: laat maar maken onder je verzekering en daar ben ik het niet mee eens.

Ik heb de caravan dus telefonisch en ongezien gekocht op 28 jun 2024 en aanbetaald. Nadrukkelijk heb ik toen de ondernemer gevraagd of de caravan schade vrij is en dat heeft de ondernemer toen bevestigd. Wij hebben de caravan opgehaald op 2 juli 2024. Toen we thuiskwamen hebben wij direct de schade gemeld bij de ondernemer en foto’s gestuurd. De ondernemer heeft mij voorgesteld om de caravan te verzekeren en na de vakantie de caravan onder de verzekering te laten maken; dit vond ik niet correct en daar kon ik me niet in vinden.

De ondernemer gaf aan geen weet te hebben van deze schade. Dit lijkt mij sterk aangezien de ondernemer een luifel op het dak heeft gemonteerd! Later is de reactie van de ondernemer dat ze wel van de schade wisten en daar de verkoopprijs op berekend te hebben. Ik kan echter bewijzen dat de ondernemer dat niet tegen mij heeft gezegd, zie app contact (dezelfde dag met [naam]). Maar de waarde is voor mij niet relevant. Ik wil dat het dak wordt gerepareerd. Graag laat ik de schade/waarde bepaling aan de geschillencommissie over.”

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

“Ik blijf bij wat door mij is aangevoerd. De caravan is telefonisch door mij gekocht van de foto’s. Ik heb de caravan voor mijzelf gekocht. Tijdens de onderhandeling is afgesproken dat de ondernemer er een luifel op zou zetten zonder bijbetaling. Ze moeten daarbij dus het dak hebben gezien. Ik heb mijn oude caravan ingeruild. De wissel heeft snel plaatsgevonden want er was voetbal die dag. Doordat mijn oude caravan hagelschade bleek te hebben kreeg ik daarvoor € 1.750,- minder. Ik heb nadat ik thuis de hagelschade had ontdekt, de ondernemer voor de door mij gekochte caravan een keuze voorgelegd: of een vergoeding te betalen van € 4.500,– of reparatie van de hagelschade voor rekening van de ondernemer. Ik wilde de caravan toen houden omdat ik daarmee op vakantie wilde gaan. Dat is ook de reden waarom ik niet ben ingegaan op het na mijn klacht door de ondernemer gedane aanbod om de overeenkomst van partijen integraal te ontbinden. De caravan staat nu bij een reparatiebedrijf in [plaatsnaam]. Daar wil ik het dak laten repareren. Ik heb van dat bedrijf een reparatieofferte gekregen van omstreeks € 11.000,–. Ik wacht echter eerst de uitkomst van deze zaak af. Ik ontvang dus het liefst een financiële vergoeding van de ondernemer. Mocht de commissie beslissen tot integrale ontbinding van de overeenkomst, dan zeg ik dat dat ook wel ok is; als de commissie van oordeel is dat dat moet gebeuren, dan moet dat maar zo gebeuren.”

De consument verlangt: “Dat ik het dak kan laten maken, en dat zij het compleet vergoeden”.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

“Op 2 juli 2024 is deze caravan van het merk Hobby afgeleverd, waarvan achteraf is gebleken dat er lichte hagel deukjes boven op het dak zaten. De consument heeft per mail (van 4 juli 2024) aangegeven dat wij een vergoeding van € 4500,–zouden moeten (terug)betalen i.v.m. de kleine deukjes. Wij vinden de verminderde waarde van € 4500,– niet op zijn plaats en konden ons hierin niet vinden. Op 4 juli 2024 hebben wij een voorstel gedaan om de koop te ontbinden en de caravans bij de consument te komen omruilen en het aankoopbedrag terug te betalen. De consument had dus ook binnen 1 week zijn geld terug kunnen krijgen, nu hebben wij zijn inruil moeten vasthouden (deze staat nog bij ons) en is de aangekochte Hobby caravan ook weer een jaar ouder en dus minder waard. De consument heeft ons inziens verzuimd om de aankoop te ontbinden en de zaak vlot te laten verlopen.”

In reactie op het rapport van de deskundige reageer ik als volgt:

“Met de waardevermindering zoals die is bepaald door de deskundige, is de ondernemer het niet eens. (in de bijlage 2 foto’s waarde op marktplaats opgezocht op dit moment, 2025). Wij hebben de Hobby verkocht incl. nieuwe luifel voor € 30.250,–. De waarde van de luifel moet er nog vanaf worden getrokken: zie omschrijving factuur. De ondernemer komt dan op de aankoopwaarde op € 28.450,–. De werkelijke waarde op 27 juni 2024 zonder de hagelschade zou ons inziens uitkomen op € 33.250,–De consument heeft deze Hobby aanzienlijk lager gekocht dan de werkelijke waarde op 27 juni 2024 (4.800,- minder). In de bijlage: verkoop op 17 februari 2025, Hobby van bouwjaar:2019 (die van ons is 2021) € 29.900,–. In de bijlage: verkoop op 17 februari 2025, Hobby van bouwjaar 2017:
€ 27.500,–. Dus de door ons berekende dagwaarde van € 33.250,– is hier op zijn plaats. De verminderde waarde t.o.v. van de werkelijk dagwaarde zou op basis van onze berekening
€ 200,– zijn wat de consument tegoed heeft.

De occasion caravans die bij de ondernemer te koop staan kunnen tijdens de koop en aflevering worden bekeken zodat alles waarneembaar is (eigen onderzoek). Dit is ook volgens de BOVAG aankoopgarantie: de kleine deukjes op het dak zijn geen verborgen gebrek geweest en konden voor/tijdens de koop worden gezien.

Contact met de BOVAG leerde dat ons voorstel tot ontbinding van de koop meer dan redelijk is. Ons voorstel is nog steeds om de koop te ontbinden en dat wij de door de consument aangekochte caravan netjes op komen halen en ter plekke meteen de koopsom naar de consument overmaken, ook zullen wij dan meteen de door de consument ingeruilde caravan mee terug nemen.”

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft volgens zijn rapport, voor zover nu van belang, het volgende vastgesteld.

“Partijen waren aanwezig bij het onderzoek ter plaatse.

De aangekochte caravan verkeert uiterlijk in een goede staat. De cosmetische staat is goed. De oorspronkelijke nieuwwaarde bedraagt ongeveer € 42.000,00 incl. BTW/BPM

Huidige eigenaar heeft het onderhavige voertuig gekocht voor een bedrag van € 30.250,00 inclusief garantie. Later bleek thuis dat er hagelschade aan het dak aanwezig was. De eigenaar is van mening dat er destijds te veel voor de caravan betaald is en wenst een waardevermindering of een vergoeding van de reparatiekosten.

Mijn vaktechnisch oordeel luidt als volgt:

Wij hebben de hagelschade aan het dak geconstateerd. Voor een volledig herstel zal het dak vervangen moeten worden.

Volledig herstel is mogelijk.

Voor een volledig herstel is het vervangen van de gehele dakplaat noodzakelijk.
Totaalbedrag onderdelen: € 3.255,85
Totaalbedrag arbeidsloon € 5.874,00
Totaalbedrag aanvullende kosten € 110,00
Milieutoeslag € 20,00

Totaalbedrag excl. BTW € 9.259,85
BTW 21% € 1.944,57
Totaal incl. BTW € 11.204,42

Indien het dak niet vervangen wordt, is er sprake van een waardevermindering van
€ 5.000,00 inclusief btw ten opzichte van een caravan zonder hagelschade.

Toelichting op dit rapport:
Door ons is ook onderzocht of de verkoopwaarde gebaseerd is op een caravan met of zonder hagelschade. De verkoopprijs komt overeen met hetgeen men kan verwachten bij een caravan zonder hagelschade. Er is daarom bij de verkoop geen rekening gehouden met een verminderde verkoopprijs. Er is op het moment van onze expertise, vooralsnog geen afspraak gemaakt tussen de eigenaar en de reparateur om de genoemde punten op te lossen.”

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De bevindingen en conclusies van de deskundige oordeelt de commissie juist en zij maakt die tot de hare. Dit ook nu daartegen door partijen geen bedenkingen zijn geuit, met uitzondering van de waardering van de waardevermindering ten gevolge van de hagelschade.

Aldus is genoegzaam komen vast te staan dat de door de consument aangeschafte caravan een dusdanige mate van hagelschade op het dak heeft, dat een kostbare vervanging van het dak van die caravan is vereist. De consument is voorafgaand aan deze koop niet door de ondernemer op de hoogte gesteld van het bestaan van die hagelschade en de consument heeft die hagelschade eerst opgemerkt nadat de caravan aan hem was geleverd en hij daarmee thuis is gearriveerd. In de overeengekomen prijs voor deze caravan is de aanwezigheid van die schade niet in prijsverminderende zin verdisconteerd.

De klacht van de consument is in beginsel dan ook gegrond.

De ondernemer heeft aanstonds en dus ruim voordat door de consument diens klacht bij de commissie is ingediend, als oplossing van die klacht voorgesteld aan de consument om het door partijen overeengekomene integraal te ontbinden met terugbetaling aan de consument van hetgeen door de consument aan de ondernemer is betaald en met teruglevering aan de consument van de ingeruilde caravan, en dus met teruglevering aan de ondernemer van de door de consument aangeschafte caravan.

In dit geding is door de ondernemer aangevoerd dat die integrale ontbinding nog steeds mogelijk is en de ondernemer zich daarin nog steeds kan vinden, dit ook nu de door de consument ingeruilde caravan nog steeds voorhanden is (in afwachting van de uitkomst van deze zaak), om te kunnen worden terug geleverd aan de consument.

Door de ondernemer is aangeboden om de ingeruilde caravan bij de consument te brengen en mee te werken aan levering/overschrijving daarvan onder het gelijktijdig ophalen en geleverd krijgen door overschrijving van de hier aan de orde zijnde caravan. Dit onder gelijktijdige directe terugbetaling van wat door de consument is betaald aan de ondernemer.

De commissie is van oordeel dat die aanstonds in reactie op de klacht door de ondernemer voorgestelde oplossing van de klacht van de consument passend is geweest en recht doet aan de ernst van de klacht van de consument, welke ernst door de deskundige is vastgesteld.

De commissie zal de overeenkomst van partijen alsnog ontbinden en zal om die reden de ondernemer dan ook de ongedaanmakingsverplichting opleggen tot – kort gezegd – nakoming van die door hem voorgestelde oplossing, aan welke nakoming de consument verplicht is mee te werken.

De vordering van de consument tot betaling aan hem van een vervangende schadevergoeding zal dus worden afgewezen.

In artikel 21 lid 1 onder b. van het reglement van deze commissie is het volgende vastgelegd:

b. In afwijking van het bepaalde onder a wordt het klachtengeld door de
ondernemer niet vergoed en is deze geen behandelingskosten verschuldigd,
indien de commissie de klacht van de consument gegrond acht en haar beslissing
overeenstemt met de oplossing die door de ondernemer aan de consument werd
voorgesteld voordat deze het geschil bij de commissie aanhangig maakte, maar
die door de consument niet werd geaccepteerd.

Dit betekent dat de ondernemer het door de consument betaalde klachtengeld niet verplicht is te vergoeden en ook dat de ondernemer niet de bijdrage voor behandelingskosten in rekening wordt gebracht.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

Verklaart de klacht van de consument gegrond en ontbindt om die reden het door partijen overeengekomen integraal.

Stelt vast dat op basis daarvan op partijen ongedaanmakingsverplichtingen rusten.

De ondernemer is om die reden gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod.

De ondernemer neemt dus de aan de consument geleverde caravan terug onder gelijktijdige betaling aan de consument van wat deze aan de ondernemer heeft betaald, te weten het totaalbedrag van
€ 25.300,–. Ook draagt de ondernemer gelijktijdig de ingeruilde caravan over aan de consument.

Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.

Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van vier weken na de verzenddatum van dit bindend advies.

Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit
mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, de heer C.J. Bosboom en de heer H.W. Zuur, leden, op 3 april 2025.

Opslaan als PDF