Commissie: Thuiswinkel
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1025355/1053377
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument stelde dat hij een op 6 maart 2025 online bestelde hoofdbeschermer met face bar niet had ontvangen en eiste terugbetaling van €56,94. De ondernemer verwees naar een PostNL-rapport waarin de bezorger bevestigde dat het pakket op 7 maart 2025 op het huisadres was afgeleverd. De Geschillencommissie Thuiswinkel oordeelde dat de consument geen overtuigend bewijs leverde dat hij het pakket niet had ontvangen en kon ook geen plausibele verklaring geven voor eerdere soortgelijke klachten. De commissie verklaarde de klacht ongegrond en wees het verzoek tot terugbetaling af.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Thuiswinkel
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een online verkoop van een hoofdbeschermer met face bar van 6 maart 2025, waarvoor de consument aan de ondernemer € 56,94 heeft betaald.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument stelt dat hij de bestelde en betaalde hoofdbeschermer niet heeft ontvangen en wenst het door hem betaalde bedrag van € 56,94 terug te ontvangen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Naar aanleiding van de klacht van de consument dat hij de hoofdbeschermer niet had ontvangen heeft de ondernemer een onderzoek ingesteld bij PostNL, aan wie de bezorging was opgedragen. Op 13 maart 2025 heeft PostNL gerapporteerd dat de bezorger heeft verklaard dat de zending op 7 maart 2025 aan het huisadres van de consument is bezorgd. Daarmee is de levering bewezen en de consument heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt.
De ondernemer vermeldt voorts dat van de 9 bestellingen die de consument in het verleden bij haar heeft geplaatst er 5 bestellingen zijn die volgens de consument niet door hem zijn ontvangen. Ook andere retailers blijken soortgelijke ervaringen met de consument te hebben.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit de rapportage van PostNL, dat de bezorger heeft verklaard dat de zending met de hoofdbeschermer op 7 maart 2025 aan het huisadres van de consument is bezorgd, volgt in beginsel dat de consument die zending ook moet hebben ontvangen. Ter zitting heeft de consument geen feiten of omstandigheden gesteld die aannemelijk zouden kunnen maken dat dit niet het geval is.
Evenmin heeft de consument een plausibele verklaring kunnen geven met betrekking tot hetgeen door de ondernemer is verklaard omtrent de bestelhistorie van de consument bij de ondernemer en andere retailers.
Een en ander in onderling verband bezien brengt de commissie tot het oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de stelling van de consument, dat de bestelde hoofdbeschermer niet door hem is ontvangen, juist is.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer mr. S.L.R. van Nuijs, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 19 mei 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.