Commissie: Openbaar Vervoer
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
841413/905763
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde dat ze geen abonnement op haar OV-chipkaart kon zetten vanwege een fout in het systeem van de vervoerder. Daardoor moest ze reizen tegen vol tarief. Ook zou een medewerker zonder toestemming een abonnement op een oude kaart hebben geplaatst. Ze vroeg een vergoeding van ruim € 630. De vervoerder stelde dat de geboortedatum verkeerd was ingevuld bij de aanvraag van de kaart en dat de consument niet had gemeld dat ze haar kaart kwijt was. De commissie oordeelde dat de vervoerder niet verantwoordelijk is voor deze fouten en verklaarde de klacht ongegrond. Wel betaalt de vervoerder uit coulance € 64,20 terug aan abonnementskosten.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een klacht over de handelswijze van de ondernemer als exploitant van een fietsenstalling.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer is exploitant van fietsenstalling Jaarbeursplein in [plaatsnaam]. De consument heeft daar een abonnement en stalt daar zijn fiets. In verband met constructieproblemen van het gebouw van de fietsenstalling moest het gebouw plots sluiten. De ondernemer heeft de abonnementhouders en in het bijzonder de consument op geen enkele manier hierover geïnformeerd. Het vervelende daarbij is dat in het geval de eigenaren niet op eigen initiatief de fietsen uit een depot haalden deze zouden worden verkocht. Een formele klacht van de consument is ondanks na vier keer daarover telefoneren genegeerd.
De consument verwacht dat de ondernemer er ook niet meer op zal reageren.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Er is in verband met de sluiting van de fietsenstalling rekening gehouden met de belangen van abonnementhouders, ook met die van de consument. Immers, er zijn e-mails verstuurd en er is een informatiebord bij de ingang van de stalling geplaatst. Daarnaast is er in de landelijke en plaatselijke media ruim aandacht besteed aan de sluiting. De consument heeft er zelf voor gekozen geen servicemails van de ondernemer te willen ontvangen.
De verplichting van de ondernemer als genoemd in art. 8.1 van de AV kon en kan de ondernemer tijdelijk niet nakomen als gevolg van omstandigheden die haar niet kunnen worden aangerekend. Immers, er is sprake van overmacht nu de stalling vanwege veiligheidsredenen werd gesloten. Op de ondernemer rust geen verplichting tot teruggave van een in een stalling geplaatste fiets. De gemeente [plaatsnaam] heeft verwijderde fietsen tijdelijk gestald in een fietspunt van de gemeente, vanwaar ze binnen redelijke termijn kosteloos opgehaald konden worden.
Het besluit om niet opgehaalde fietsen te verkopen is een besluit van de gemeente [plaatsnaam].
Op de klacht van klager dd. 21 november 2024 is, onder aanbieding van excuses, enkele dagen te laat gereageerd. De ondernemer diende binnen vier weken te reageren, dus uiterlijk 19 december. De reactie kwam er pas op 23 december.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Naar het oordeel van de commissie staat vast dat vanwege een constructiefout in het gebouw waar de fietsenstalling van de ondernemer zich bevond op last van de Gemeente [plaatsnaam] is gesloten. De Gemeente [plaatsnaam] heeft verwijderde fietsen tijdelijk gestald in een fietspunt van de Gemeente, vanwaar ze binnen redelijke termijn kosteloos opgehaald konden worden. Niet opgehaalde fietsen zouden door de Gemeente [plaatsnaam] worden verkocht. De consument heeft ter zitting desgevraagd aangegeven dat zijn fiets niet is verkocht en deze ongeschonden weer in zijn bezit heeft.
Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer in deze ontstane situatie en de door de Gemeente [plaatsnaam] verordonneerde maatregelen de consument en de overige personen die daar hun fiets hadden gestald op een juiste en deugdelijke wijze geïnformeerd. De omstandigheid dat de consument ervoor heeft gekozen geen servicemails van de ondernemer te willen ontvangen en derhalve deze informatie hem niet heeft bereikt kan daaraan thans onvoldoende afdoen omdat hij zijn fiets heeft terugontvangen en deze gelukkig niet door de Gemeente [plaatsnaam] is verkocht.
Daarbij geeft de commissie de ondernemer wel in overweging in het vervolg in een dergelijke situatie ook rekening te houden met de omstandigheid dat sommigen de servicemails niet wensen te ontvangen of op langere termijn niet ter plekke zijn in de fietsenstalling.
Het is juist dat de ondernemer op de klacht van de consument vier dagen te laat heeft gereageerd. Nu de ondernemer voor deze geringe overschrijding excuses heeft aangeboden wil de commissie niet zover gaan de klacht op dit punt gegrond te verklaren.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer mr. P. Vonk, de heer mr. M.A. Keulen, leden, op 8 april 2025.