Klacht voertuig ongegrond: ondernemer kreeg geen kans tot herstel

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 942063/1237050

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 9 juni 2021 een Toyota RAV4 met een startonderbreker, die later defect bleek door gebrekkige montage. Hoewel de ondernemer een vervolgafspraak had gepland voor onderzoek en herstel, liet de consument de reparatie elders uitvoeren zonder overleg. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat de ondernemer niet in verzuim was, omdat hij niet de kans kreeg het probleem te onderzoeken of te verhelpen. De klacht werd ongegrond verklaard en de gevraagde vergoeding van €672,08 afgewezen.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 9 juni 2021 tussen partijen gesloten overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk Toyota, type RAV4, tegen een door de consument te betalen prijs van € 39.800, –.

De overeenkomst is uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 24 december 2024 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Bij de aankoop is door de ondernemer, een erkende dealer, een startonderbreker gemonteerd. Naar nu blijkt is dat niet op juiste wijze geschied. Als gevolg van het niet juist solderen van de bedrading is deze afgebroken met een storing tot gevolg. De consument heeft de ondernemer de kans gegeven om tot herstel over te gaan, maar diens eerste voorstel was om de startonderbreker te demonteren. Dat heeft echter tot gevolg dat de niet juiste installatie verborgen blijft. De dealer bleek niet bereid het geheel te vergoeden, maar bood een kleine compensatie aan in de vorm van een gratis servicebeurt. Door deze gang van zaken is het vertrouwen in de ondernemer geschonden en wilde de consument niet meer teruggaan naar de ondernemer.

De reparatie is elders uitgevoerd en de consument verlangt dat de ondernemer het factuurbedrag van € 672,08 aan hem vergoedt.

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

Bij het bezoek aan de ondernemer gaf men aan dat er diverse opties waren zoals demonteren of vervangen. De consument werd achterdochtig. Ook werd het te gevaarlijk om ermee door te rijden. De remmen konden wel eens gaan blokkeren. Bij de derde garage die het herstel heeft uitgevoerd, constateerde men dat de montage indertijd niet goed was geweest. De consument twijfelde aan het verhaal van de ondernemer om de onderbreker uit te schakelen. Bij de aankoop was het plaatsen van een startonderbreker juist geadviseerd door de verkoper. Het is juist dat de consument de geplande vervolgafspraak met de ondernemer heeft opgezegd. Hij wilde eerst een second opinion vragen. Op de dag van zijn eerste bezoek, te weten 27 december 2024 had de ondernemer weinig interesse voor de consument. Men was nog in kerstsferen. De consument wil niets meer met de ondernemer te maken hebben. De andere garage heeft het herstel in een keer uitgevoerd.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer betreurt de gang van zaken. Op 27 december 2024 meldde de consument met brandende storingslampjes. De ondernemer las het systeem uit en wiste de storingsmeldingen. Ook werd een nieuwe afspraak gepland voor verder onderzoek en een eventuele reparatie. Die kans kreeg de ondernemer niet van de consument, die ervoor koos naar een andere merkdealer te gaan om aldaar de reparatie te laten uitvoeren. Daarover vond geen overleg plaats. De kosten van herstel zijn vele malen hoger dan het vervangen van de startonderbreker.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

Op 27 december 2024 werd een eerste diagnose gesteld. De consument had de gemaakte vervolgaanspraak moeten nakomen. Er was geen reden gelet op de gevonden storing om de consument te verbieden met de auto te blijven rijden. De voor 13 januari 2025 gemaakte afspraak is door de consument afgezegd. Het is niet duidelijk geworden waardoor de storing is ontstaan. Het zou kunnen zijn gebeurd bij een uitgevoerd schadeherstel. De eerste diagnose was gratis. Het was aan het einde van de dag en daarom is een vervolgafspraak gemaakt. De ondernemer is niet bereid om de factuur van de andere merkdealer te voldoen, maar heeft uit coulance wel een gratis onderhoudsbeurt aangeboden. Dat wilde de consument niet.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak klaagt de consument over een defect geraakte startonderbreker. De consument verwijt de ondernemer dat deze bij de aankoop niet juist is gemonteerd, waardoor jaren later de bedrading is gebroken. De consument was niet tevreden over de eerste diagnose van de ondernemer en heeft de reparatie elders laten uitvoeren, zonder verder overleg met de ondernemer. De consument verlangt dat de ondernemer de elders gemaakte kosten aan hem vergoedt. De ondernemer is daartoe niet bereid.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

De consument heeft ervoor gekozen om de reparatie elders te laten uitvoeren omdat hij naar zijn zeggen achterdochtig werd na het eerste bezoek aan de ondernemer en doordat de ondernemer hem door liet rijden met het euvel met alle risico’s van dien.

De commissie kan en wil niet treden in de gevoelens van de consument, maar naar haar oordeel is er geen objectieve grond die het rechtvaardigt dat de consument zijn elders gemaakte kosten op de ondernemer kan verhalen. Niet gebleken is dat de ondernemer geen verder onderzoek wilde doen en evenmin is hij in de gelegenheid gesteld om de oorzaak van de afgebroken draad te achterhalen. De consument heeft zelf de vervolgafspraak afgezegd en heeft zich zonder overleg tot een andere dealer gewend.

Aldus is van een verzuimsituatie aan de zijde van de ondernemer geen sprake geweest.

De slotsom is dan ook dat de klacht van de consument ongegrond is.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, J.M.A. van Haren en K. Doorten, leden, op 11 september 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF