Klacht over carterontluchting ongegrond: consument gaf ondernemer geen kans tot herstel

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: -    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 868308/1220583

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Drie maanden na aankoop van een VW Tiguan voor €25.514,99 ontstonden motorstoringen door een defecte carterontluchtingsklep. De consument liet de auto elders repareren en eiste €303,47 terug van de ondernemer. De Geschillencommissie Voertuigen oordeelde dat de consument de ondernemer niet vooraf in de gelegenheid had gesteld het gebrek te onderzoeken of te verhelpen, zoals vereist volgens artikel 7:21 BW. Omdat geen sprake was van verzuim aan de zijde van de ondernemer, werd de klacht ongegrond verklaard en de vergoeding afgewezen.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Voertuigen

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 20 juli 2024 tussen partijen gesloten overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk VW, type Tiguan, tegen een door de consument te betalen prijs van € 25.514,99.

De overeenkomst is uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 20 oktober 2024 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument doet een beroep op de wettelijke garantie. Drie maanden na de aflevering begonnen het EPC-lampje en het motorlampje te branden. Uit een onderzoek door een erkende garage kwam naar voren dat de klep van de carterontluchting defect was. Volgens de consument is sprake van non-conformiteit en dient de ondernemer de reparatiekosten van € 303,47 aan hem te vergoeden. De consument heeft de ondernemer meerdere keren aangeschreven, maar deze reageerde niet.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument stuurde de ondernemer tweemaal een brief gestuurd met een factuur met een verzoek tot betaling. Er is op geen enkel moment overleg geweest tussen de consument en de ondernemer. De auto is nooit aangeboden voor inspectie of herstel. Volgens de wettelijke regel (artikel 7: 21 BW) dient de consument de ondernemer eerst in de gelegenheid te stellen een gebrek kosteloos te verhelpen.

Om die reden wijst de ondernemer de claim van de consument af.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak klaagt de consument over de kosten van een reparatie die de ondernemer desgevraagd niet wil vergoeden.

De ondernemer voert verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

De commissie stelt vast dat de consument de auto elders heeft laten repareren zonder de klacht c.q. het gebrek – daaraan voorafgaand – te melden aan de ondernemer en/of de auto aan te bieden voor een onderzoek naar de klacht en het uitvoeren van een eventuele reparatie.

Aldus heeft de consument niet voldaan aan de wettelijke regels die onder meer voorschrijven dat de ondernemer in verzuim moet zijn alvorens een reparatie elders op kosten van de ondernemer kan worden uitgevoerd.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument dan ook ongegrond.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, J.M.A. van Haren en K. Doorten, leden, op 11 september 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF