Verrekening jaarnota onterecht: consument krijgt gelijk

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 286024/450431

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde dat haar tegoed van € 843,62 op de jaarnota van 8 mei 2023 niet is uitbetaald, maar door de ondernemer is verrekend met een eerdere schikking over de jaren 2018–2022. Volgens de consument was afgesproken dat die oude periode was afgesloten. De commissie geeft haar gelijk: de schikking had een finaal karakter en de ondernemer heeft niet bewezen dat er nog openstaande bedragen waren. Ook was de verrekening van het voorschot van mei 2023 onterecht. De ondernemer moet daarom € 744,87 aan de consument betalen, plus het klachtengeld van € 52,50.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de jaarnota van 8 mei 2023, in het bijzonder de uitbetaling en verrekening door de ondernemer van het door de consument te ontvangen bedrag van € 843,62,

De consument heeft op 24 november 2023 de klacht bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Tegen de afspraken in heeft de ondernemer het tegoed op de jaarnota van 8 mei 2023 ten bedrage van € 843,62 niet aan de consument uitbetaald, maar verrekend met een tussen partijen getroffen schikking over de periode 2018-2022. In het kader van die schikking heeft de ondernemer tegen finale kwijting een bedrag van € 2.052,50 betaald.

De consument is nooit akkoord gegaan met een verrekening zoals thans door de ondernemer wordt toegepast. Met de schikking is de periode 2018-2022 afgesloten. De consument heeft slechts een bedrag van € 98,75 ontvangen.

De schikking is tot stand gekomen nadat de commissie in een tussenbeslissing (van 9 mei 2023, FCS), de ondernemer had opgedragen om een gecorrigeerde jaarnota 2021-2022 op te stellen.

De consument verlangt dat het volledige tegoed van de jaarnota zonder enige verrekening aan haar wordt uitbetaald.

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
De vorige zaak tegen de ondernemer speelde in mei 2023. Naar aanleiding van de tussenbeslissing hebben partijen een schikking getroffen die zag op de periode 2018-2022 en niet zag op de periode waarop de jaarnota van 8 mei 2023 betrekking had. Daarover is ook nooit gesproken. Er was sprake van finale kwijting. De consument weet niet of de schikking op schrift is gesteld. Wel heeft zij het overeengekomen bedrag van € 2.052,50 volledig en zonder een voorbehoud van de zijde van de ondernemer ontvangen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument geeft aan dat de eerdere tussen partijen getroffen schikking door de ondernemer niet op de juiste manier is afgewerkt.

Het vorige geschil had betrekking op het geregistreerde verbruik en de gehanteerde meterstanden. Er was sprake van verrekende bedragen en van verjaring. Er bleek een bedrag van € 1.303,67 teveel aan de consument in rekening te zijn gebracht. Op basis hiervan is uiteindelijk overeenstemming bereikt over een schikking ten bedrage van € 2.052,50. Dit bedrag bestond voor een deel uit een retributie van het teveel gefactureerde, voor een deel uit een coulance betaling en de betaling van het klachtengeld.

Het is belangrijk om duidelijkheid te krijgen over de wijze waarop de schikking tot strand is gekomen. De schikking is gebaseerd op door de consument teveel betaalde bedragen. Vervolgens is een losse uitbetaling gedaan aan de consument. Daarmee zijn de openstaande facturen niet komen te vervallen.

Het is net als met een auto die te duur is gekocht. De factuur wordt niet aangepast, maar de koper krijgt het teveel betaalde bedrag terug. Dat is ook in deze zaak gebeurd.

De consument vraagt om een dubbele verrekening. Zij is akkoord gegaan met terugbetaling van het teveel betaalde, maar verlangt tevens dat de factuurbedragen worden afgeboekt. Dat zou een dubbele compensatie van de consument inhouden.

Nu aldus nog sprake is van een legitieme openstaande factuur is het gerechtvaardigd dat de betaling van de opvolgende jaarnota hiermee wordt verrekend. Een klein deel, te weten € 98,75 is uitbetaald. Het resterende deel is verrekend met het voorschot van de maand mei en omdat eerdere nota’s zijn gecorrigeerd, (en dus door de consument ten onrechte zijn ontvangen in deze jaren, is er ook nog € 116,21, € 216,12 en 293,54, (definitieve nota 2018-2022) verrekend.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De klacht van de consument betreft de uitbetaling van het tegoed op de jaarnota van 8 mei 2023.

Tussen partijen staat vast dat aan de consument slechts een bedrag van € 98,75 is uitbetaald en dat voor het overige het tegoed is verrekend met een termijnbedrag en andere facturen, die geen betrekking hebben op de afrekenperiode van de factuur van 8 mei 2023.

Tussen partijen staat tevens vast dat partijen een schikking hebben getroffen over de periode 2018-2022 waarop de jaarnota van 8 mei 2023 geen betrekking heeft.

De consument verlangt de volledige uitbetaling van het tegoed van € 843,62; de ondernemer doet een beroep op verrekening en acht een uitbetaling van een bedrag van € 98,75 gerechtvaardigd.

De commissie volgt het standpunt van de consument.

De commissie stelt voorop dat een partij die niet ter zitting verschijnt zichzelf de mogelijkheid ontneemt om eventuele bij de commissie levende vragen te beantwoorden en te reageren op hetgeen door de wel verschenen partij bij die gelegenheid naar voren wordt gebracht.

Uit de jaarnota van 8 mei 2023 blijkt dat deze betrekking heeft op de periode van 3 mei 2022 tot en met 1 mei 2023.

Op de jaarnota staat met zoveel woorden vermeld dat het voorschot van de maand mei 2023 niet wordt verrekend, maar pas op de volgende jaarnota.

De verrekening van het bedrag van deze maandtermijn door de ondernemer op een eerder tijdstip, zoals blijkt uit diens verweerschrift is dan ook onterecht geweest en dient te worden teruggedraaid.

Dit geldt naar het oordeel van de commissie ook voor wat betreft de overige door de ondernemer verrekende bedragen, die alle zien op de periode waarop de schikking betrekking heeft. Nu kennelijk de getroffen schikking door partijen niet schriftelijk is vastgelegd moet het ervoor worden gehouden dat sprake is van een schikking waarbij, zoals gebruikelijk, partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen en zonder voorbehouden voor wat betreft niet betaalde facturen.

Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer op geen enkele manier aannemelijk gemaakt dat de getroffen schikking geen finaal karakter heeft en zelfs nog een betalingsverplichting van de consument inhoudt. Dat zou ook vreemd en onbegrijpelijk zijn nu de schikking, ook naar zeggen van de ondernemer zelf, grotendeels betrekking heeft op door de consument in het verleden teveel betaalde bedragen.

Overigens zijn de verrekende bedragen niet gespecificeerd of onderbouwd, zodat ook op die grond er geen goede reden bestaat om een verrekening van dergelijke bedragen als rechtens juist aan te merken.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gegrond.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een bedrag van € 744,87 (843,62 – 98,75). Betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 52,50 aan haar te vergoeden en tevens zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage aan de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit
mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. W.F. van Oorspronk en mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 12 september 2024.

Opslaan als PDF