Commissie: Voertuigen
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
688920/733834
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 1 september 2023 een nieuwe camper voor € 74.899 en betaalde € 5.000 aan. De levering werd steeds uitgesteld en zou pas in september 2024 plaatsvinden. Omdat dat te laat was, annuleerde de consument op 11 augustus 2024 de koop en vroeg zijn aanbetaling terug. De ondernemer weigerde dit en eiste juist 15% annuleringskosten. De commissie oordeelde dat de consument de overeenkomst op de juiste manier had geannuleerd, omdat de afgesproken leverdatum niet werd gehaald. De ondernemer moet de aanbetaling van € 5.000 en het klachtengeld van € 127,50 terugbetalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 1 september 2023, nader bevestigd op 7 september 2023, tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een nieuwe camper van het merk Malibu, type 640 LE Sky View, tegen een door de consument te betalen prijs van € 74.899, — Bij de aankoop werd een aanbetaling van € 5.000, — gedaan.
De overeenkomst is niet uitgevoerd.
De consument heeft de klacht op 21 juni 2024 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft op de beurs te [plaatsnaam] op 1 september 2023 bij de ondernemer een camper gekocht. Ook zijn vader heeft op die beurs een vrijwel identieke camper bij de ondernemer gekocht. Het zou gaan om een camper van bouwjaar 2023 zodat de consument verwachtte dat de camper binnen enkele maanden zou worden geleverd, maar in ieder geval in het voorjaar van 2024. Bij de koop werd door de verkoper van de ondernemer aangegeven dat de ondernemer al 6 campers bij de fabrikant had gereserveerd, waarvan één aan de consument zou worden toegewezen. De bedoeling van de consument was om met de camper Europese festivals te bezoeken, samen met zijn vader en partners.
Tijdens het aangaan van de koop werd niets gezegd over de lange levertijden. Er werd mondeling verteld dat de levering in mei 2024 zou plaatsvinden, maar dit bleek te gaan om de datum waarop de bussen de fabriek van Ducato zouden verlaten en voor de ombouw tot camper naar de fabrikant van de campers werden gebracht. De ombouw zou vijf weken duren en hield dus een verdere vertraging van de levering in.
In de overeenkomst is geen vaste of vermoedelijke afleverdatum opgenomen.
Uit de communicatie met de ondernemer werd duidelijk dat de aflevering door allerlei omstandigheden niet eerder dan in september 2024 zou plaatsvinden. Dat duurde te lang voor de consument, die bij brief van 30 juni 2024 aan de ondernemer liet weten de overeenkomst te willen annuleren. De consument beriep zich in die brief op artikel 4 en artikel 8 van de toepasselijke BOVAG-voorwaarden en stelde de ondernemer een termijn van 6 weken om de camper alsnog af te leveren. Op 11 augustus 2024 was nog geen sprake van de aflevering en werd de overeenkomst geannuleerd en verzocht de consument op terugbetaling van het door hem betaalde bedrag van € 5.000, –. De ondernemer bleek daartoe niet bereid en stelde zich op het standpunt dat de consument als gevolg van de annulering van de overeenkomst op grond van artikel 10 van de BOVAG-voorwaarden 15% annuleringskosten was verschuldigd en stuurde hem een factuur van 27 november 2024 voor een door hem te betalen bedrag van € 11.661,45.
De consument is van mening dat hij de koopovereenkomst op de juiste wijze heeft geannuleerd en verlangt dat aan hem de bij de koop gestorte aanbetaling wordt terugbetaald.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
De omstandigheden waren gewijzigd en om die reden zag de consument af van de koop. Hij heeft zich daarbij aan de regels gehouden. Het is niet redelijk om te verwachten dat hij akkoord zou gaan met de aflevering in september 2024, terwijl hij al eerder diverse festivals en camperplaatsen had geboekt. Bij gebreke van een vermoedelijke afleverdatum had de camper binnen 30 dagen na de koop moeten worden afgeleverd. De ondernemer is steeds vaag en onduidelijk geweest over de levertijd. In het mailbericht van 5 oktober 2023 van de ondernemer aan de consument werd een voorlopige indicatie van een aflevering in mei 2024 gegeven. Opeens kwam daar nog de zomervakantie tussen, zodat de aflevering niet voor september 2024 zou kunnen plaatsvinden.
Van afwijkende of bijzondere specificaties is geen sprake. Er zijn meerdere identieke bussen te koop.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op de beurs in september 2023 hebben de consument en zijn vader beiden een Malibu camper gekocht en die geheel naar eigen wens samengesteld. Op de koopovereenkomst is geen gegarandeerde datum van aflevering vermeld. Dat was onmogelijk omdat van maatwerk sprake was. Er werd gesproken over een levering in de zomer van 2024. Er is diverse malen contact geweest met de consument over de te verwachten leveringsdatum. Op 5 oktober 2023 werd als voorlopige indicatie mei 2024 genoemd als inloopdatum bij de fabriek. Daartegen maakte de consument geen bezwaar. Op 8 april 2024 werd aangegeven dat de vermoedelijke productiedatum verschoven was naar 26 juni 2024. Later bleek dat dit niet haalbaar was en het 19 en 25 juli 2024 zou worden. Een teleurstelling. De besproken leverdatum van zomer 2024 komt echter niet in gevaar. De ondernemer is niet bereid om mee te werken aan de ontbinding van de koopovereenkomst omdat de mondeling besproken datum van zomer 2024 haalbaar is.
De consument kan de koopovereenkomst ontbinden met inachtneming van artikel 10.4 van de BOVAG-voorwaarden. De kosten daarvan bedragen 15% van de totale koopsom. Dit bedrag komt in mindering van de aanbetaling.
Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
De wagens staan niet te koop en zijn nog steeds beschikbaar voor de consument. De ondernemer begrijpt het niet. Er wordt gekocht en geconfigureerd en nadien laat de verkoper van de ondernemer weten dat hij van de fabrikant heeft vernomen dat het de zomer van 2024 wordt en plotseling wordt om een aflevering binnen 6 weken gevraagd. Aanvankelijk zou de bus in mei 2024 naar de fabrikant gaan voor de ombouw. Aan de fabrieksvakantie kan de ondernemer niets doen. Er zijn alleen maar indicaties gegeven.
De ondernemer betreurt de gang van zaken. Hij biedt zijn verontschuldigingen aan voor zijn soms te emotionele uitlatingen. Achteraf gezien had beter naar een oplossing kunnen worden gezocht zoals het aanbieden van een leencamper.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In het onderhavige geschil twisten partijen over de vraag of de consument de overeenkomst van 1 september 2023, waaronder de commissie de nadere overeenkomst van 7 september 2023 begrijpt, op de juiste wijze heeft geannuleerd en dat kosteloos mocht doen, dan wel dat de ondernemer terecht aanspraak maakt op een vergoeding van 15% van de totale koopsom.
De commissie stelt vast dat tussen partijen geen vaste afleverdatum in mei 2024 is overeengekomen, maar gesproken over de zomer van 2024. Zoals ook blijkt uit de verklaring van de fabrikant van 3 december 2024 welke zich in het dossier bevindt.
Bij gebreke van een vaste of vermoedelijke leverdatum in de overeenkomst geldt het bepaalde in artikel 4 van de BOVAG-voorwaarden dat in dat geval een afleverdatum van 30 dagen na de koop geldt. Naar het oordeel van de commissie mist deze bepaling toepassing in de onderhavige zaak nu het bij aanvang voor alle partijen duidelijk was dat de aflevering niet binnen 30 dagen na de koop zou kunnen plaatsvinden.
Naar het oordeel van de commissie is het bepaalde in artikel 8 van de BOVAG-voorwaarden toepasselijk nu partijen wel gesproken hebben over indicatieve, dat wil zeggen vermoedelijke afleverdata.
Het stond de consument dan ook vrij, zoals hij in zijn brief van 30 juni 2024 heeft gedaan, om zich te beroepen op het bepaalde in artikel 8 van de BOVAG-voorwaarden om de ondernemer een termijn van 6 weken te stellen om na te komen. Het staat vast dat die termijn niet is gehaald zodat de overeenkomst van 1 september 2024 op juiste wijze is geannuleerd en de consument recht heeft op teruggave van de door hem gedane aanbetaling van € 5.000, –.
Van omstandigheden die eraan in de weg zouden staan dat de consument zich op het bepaalde in artikel 8 van de BOVAG-voorwaarden kan beroepen, is de commissie niet gebleken. Niet is gebleken dat sprake is geweest van een andere dan een indicatieve afleverdatum, noch dat de consument daarmee onvoorwaardelijk of op ondubbelzinnige wijze akkoord is gegaan.
Daarmee is het beroep van de ondernemer op artikel 10 van de BOVAG-waarden gepasseerd en niet mogelijk, nu de ondernemer op juiste wijze in gebreke is gesteld en in verzuim is geraakt.
Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gegrond.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De ondernemer betaalt een bedrag van € 5.000, — aan de consument. Betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af
Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 127,50 aan hem te vergoeden en voorts zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.
Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. E.J.P.J.M. Kneepkens en B.H. Oving, leden, op 16 april 2025.