Titel: Klacht over bijbetaling door falende meter afgewezen, wel vergoeding van € 150 toegekend

De Geschillencommissie




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: kosten/ overeenkomst    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1220023/1309589

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De verbruiker had een Full Flex Gas-overeenkomst waarbij het gasverbruik maandelijks werd afgerekend. Toch moest hij aan het eind van het verbruiksjaar 2024/2025 nog € 4.271,25 bijbetalen voor 2251 m³ extra verbruik, bovenop de eerder afgerekende 3586 m³. Dit kwam doordat de slimme meter het verbruik wel registreerde, maar niet goed doorgaf aan het bedrijf. De commissie oordeelt dat het werkelijke verbruik correct is berekend en dat de verbruiker dit moet betalen. Wel erkent het bedrijf dat een deel van het verbruik tegen een te hoog tarief is afgerekend en biedt daarvoor een vergoeding van € 150 aan. De commissie vindt dit redelijk en wijst dat bedrag toe. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Ondanks dat partijen overeengekomen zijn dat het verbruik elke maand afgerekend wordt, is in verband met een niet goed functionerende meter toch aan het eind van het verbruiksjaar een meerverbruik in rekening gebracht. De commissie is van oordeel dat de verbruiker/aangeslotene dat meerverbruik dient te betalen.

Beoordeling
De verbruiker/aangeslotene heeft met het bedrijf een zogenaamd Full Flex Gas-overeenkomst gesloten. Een dergelijke overeenkomst houdt in dat maandelijks het verbruik afgerekend wordt onder aftrek van het in de vorige maand betaalde voorschot.
De verbruiker/aangeslotene heeft een jaarafrekening (1 mei 2024 tot en met 30 april 2025) ontvangen waarin, ondanks de maandelijkse afrekeningen van in totaal 3586 m³ gas, nog 2251 m³ meer afgerekend wordt. Hij heeft € 4.271,25 moeten betalen. De verbruiker/aangeslotene betoogt juist vanwege de maandelijkse afrekeningen een overeenkomst met het bedrijf gesloten te hebben, zodat hij door de verlangde bijbetaling onaangenaam verrast is. Hij vordert dat bedrag terug, alsmede vergoeding van de door hem bestede tijd à € 75 per uur.

Het bedrijf betoogt dat de slimme meter, die de meterstanden voor de maandelijkse afrekeningen diende door te geven, niet goed werkte. De meter registreerde wel het juiste verbruik, maar communiceerde dat niet naar het bedrijf. De netbeheerder gaat ervan uit dat de meter in elk geval sinds 1 januari 2024 niet meer goed de meterstanden doorgaf. Op aanwijzing van de netbeheerder heeft het bedrijf over 2023/2024 (1 mei 2023 tot en met 30 april 2024) de tussenstand per 1 januari 2024, zijnde 6244, als eindstand aangehouden. Dat leidde tot een teruggave aan verbruiker/aangeslotene van € 3.488,07. Voor de jaarrekening 2024/2025 is de netbeheerder uitgegaan van een beginstand van 6244 en een stand per 17 september 2024 (datum vervanging meter) van 8742. Voor de periode nadien tot en met 30 april 2025 is door de nieuwe slimme meter een verbruik van 3216 geregistreerd. Een en ander (tezamen met afrekening van energiebelasting) leidde tot bijbetaling van het hiervoor vermelde bedrag ad € 4.271,25.

De commissie overweegt dat, hoewel de verbruiker/aangeslotene erop rekende maandelijks zijn verbruik afgerekend te hebben (behoudens de energiebelasting), niettemin hij door een falende meter moest bijbetalen aan het eind van het jaar. Overwogen wordt voorts dat de verbruiker/aangeslotene het daadwerkelijk verbruik in rekening is gebracht. In die situatie kan de verbruiker/aangeslotene niet met vrucht betogen dat hem niet meer dan de maandelijkse afrekeningen berekend mogen worden. Het risico van de falende meter kan niet bij het bedrijf gelegd worden. Daarbij komt dat de verbruiker/aangeslotene de juiste meterstanden zelf had kunnen zien op zijn meter. De commissie komt dan ook tot het oordeel dat over 2023/2024 en 2024/2025 het juiste verbruik berekend is. De klacht wordt dan ook afgewezen.

Ter zitting is aan de orde geweest dat door de veronderstelling dat de meterstand per 1 januari 2024 de eindstand van de jaarnota 2023/2024 was en tevens de beginstand van de jaarnota 2024/2025 de tarieven van 2024/2025 toegepast zijn op een deel van het verbruik van 2023/2024. Het bedrijf heeft dat onderkend en het nadeel voor de verbruiker/aangeslotene ingeschat op € 150,00. Het is bereid dat bedrag aan de verbruiker/aangeslotene te vergoeden. De commissie komt dat redelijk voor en zal dan ook dat bedrag aan de verbruiker/aangeslotene toewijzen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de verbruiker/aangeslotene verlangde wordt afgewezen.

Niettemin dient het bedrijf aan de verbruiker/aangeslotene een bedrag te betalen van € 150,00. Betaling dient plaats te vinden binnen 14 dagen na verzending van deze beslissing, bij gebreke waarvan het bedrijf over dat bedrag wettelijke rente verschuldigd is.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, de heer mr. C.J.J. Havermans, leden, op 29 september 2025.

Print/PDF