Klacht over onjuist maandbedrag en bijbetaling afgewezen

De Geschillencommissie




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1087956/1198044

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De verbruiker stapte in december 2023 over naar een nieuw energiebedrijf en ontving een maandbedrag van € 637,–, dat volgens hem gebaseerd was op verzonnen verbruiken. Hij vond het bedrag passend bij zijn verbruik en ondernam geen actie. Aan het eind van het jaar moest hij echter € 8.385,79 bijbetalen, wat hij terugvordert. Het bedrijf stelt dat de verbruiker digitaal akkoord ging met een offerte waarin de tarieven en verbruiken stonden vermeld. De commissie oordeelt dat het maandbedrag slechts een voorschot is en dat de verbruiker onvoldoende heeft aangetoond dat hij niet akkoord ging met de offerte. Omdat de bijbetaling gebaseerd is op daadwerkelijk verbruik en overeengekomen prijzen, wordt de klacht afgewezen en als ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De verbruiker/aangeslotene voert aan dat hem een onjuist maandbedrag is voorgespiegeld, zodat hij niet hoeft bij te betalen. De commissie wijst dat af.

Beoordeling
De verbruiker/aangeslotene betoogt in december 2023 naar het bedrijf te zijn overgestapt. Aan hem is toen een onjuist termijnbedrag voorgesteld op basis van verzonnen verbruiken, terwijl het juiste verbruik bij het bedrijf bekend was. De verbruiker/aangeslotene ontkent de zogenaamd getekende overeenkomst gezien te hebben, in elk geval niet de te berekenen prijzen, maar wel het maandbedrag (€ 637,–) zonder dat de prijzen daarbij vermeld werden. Hij achtte het maandbedrag in overeenstemming met zijn verbruik en heeft toen geen actie ondernomen. Hij heeft echter aan het eind van het verbruiksjaar € 8.385,79 moeten bijbetalen, welk bedrag hij terugvordert.

Het bedrijf voert aan dat de verbruiker/aangeslotene digitaal op 19 december 2023 om 14.31 uur via IP-adres 93.113.73.49 akkoord is gegaan met de aangeboden offerte. In die offerte staan de te berekenen prijzen. Weliswaar staat in de offerte geen termijnbedrag, maar dat is aan de verbruiker/aangeslotene bevestigd na acceptatie van de offerte. In de offerte staat dat uitgegaan wordt van een elektriciteitsverbruik van 15.000 kWh per jaar en een gasverbruik van 2.000 m³ per jaar.

De commissie overweegt dat niet te achterhalen valt op basis waarvan de in de offerte genoemde verbruiken vermeld staan. In elk geval bleek het elektriciteitsverbruik meer dan tweemaal hoger te zijn (37.867 kWh en het gasverbruik verwaarloosbaar). Ook overweegt de commissie dat een termijnbedrag niet meer is dan een voorschot, zodat zulks niet maatgevend is voor de te verwachten afrekening. Hoe het ook zij, de verbruiker/aangeslotene heeft niet, althans onvoldoende tegengesproken dat hij op 19 december 2023 met de offerte akkoord is gegaan. Die geaccepteerde offerte is dan ook bepalend voor de verhouding tussen partijen. Nu verbruiker/aangeslotene zijn vordering alleen baseert op een onjuist voorschotbedrag, maar niet op overeengekomen prijzen of geregistreerd verbruik, moet het oordeel zijn dat het bedrijf gerechtigd was het verbruik af rekenen zoals het gedaan heeft.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de verbruiker/aangeslotene verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is het bedrijf aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, de heer mr. C.J.J. Havermans, leden, op 29 september 2025.

Print/PDF