Commissie: Energie
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
461987/501744
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over de verdeling van 609 m³ gasverbruik na een meterstoring. Hij vond dat het verbruik onterecht was toegerekend aan de duurste wintermaanden. De ondernemer stelde dat het tarief in de hele periode gelijk was, dus de verdeling maakte geen verschil. De commissie oordeelt dat er geen bewijs is dat de berekening onjuist is en verklaart de klacht ongegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Partijen hebben een geschil over het antwoord op de vraag aan welke verbruiksperiode en tegen welk tarief nog niet eerder in rekening gebracht gasverbruik dient te worden toegerekend. De commissie is van oordeel dat er geen feiten zijn komen vast te staan die tot de conclusie dienen te leiden dat de ondernemer het door de consument na te betalen verbruik onjuist heeft berekend. Om die reden acht de commissie de klacht ongegrond.
Beoordeling
De consument beklaagt zich over het volgende. Per 4 maart 2023 zijn wij van de ondernemer naar energieleverancier overgestapt. Op 6 april 2023 constateerden wij dat onze slimme gasmeter niet werd uitgelezen. Er bleek een storing te zijn en op 26 februari 2024 is onze gasmeter vervangen. Als gevolg van deze storing heeft energieleverancier uiteindelijk twee keer een correctieverzoek moeten doorvoeren voor een juiste beginstand. Als gevolg hiervan moet er dus met terugwerkende kracht gasverbruik door de ondernemer worden verrekend. Na beide correctieverzoeken hebben wij bij de ondernemer aangegeven dat het verbruik onjuist verdeeld is, maar de ondernemer blijft volhouden dat het klopt. Het betreft de periode 30 juni 2022 tot en met 3 maart 2023 en het betreft een verbruik van 609 m³ gas. De ondernemer berekent nu bijna alle kuubs gas in de laatste vier duurste wintermaanden terwijl ze een berekening zouden moeten maken over acht maanden. Ook hebben wij aangegeven dat wij in de winterperiode hoofdzakelijk elektrisch hebben gestookt, dit is ook zichtbaar aan het hoge elektriciteitsverbruik. Hier wordt helemaal niet op gereageerd. Daar niemand weet wat er in welke periode verbruikt is, hebben wij het verzoek dat hier serieus naar wordt gekeken en dat er een juiste verdeling wordt gemaakt althans coulance wordt verleent met betrekking tot het na te betalen gasverbruik. In eerste instantie waren alle kuubs verrekend bij onze huidige leverancier en waren we honderden euro’s goedkoper uit.
Gelet op het voorgaande verlangt de consument van de ondernemer het na te betalen verbruik te berekenen aan de hand van een gemiddeld goedkoper tarief dan het tarief aan de hand waarvan de ondernemer thans het door ons na te betalen gasverbruik heeft berekend.
De ondernemer heeft verweer gevoerd en kort gezegd aangevoerd dat het niet uitmaakt over welke van de acht genoemde maanden het te corrigeren verbruik wordt verdeeld. Dit omdat het tarief gedurende de betreffende acht maanden onveranderd is gebleven, zo heeft de ondernemer ter zitting aangevoerd.
De commissie begrijpt uit de stellingen van partijen dat zij geen geschil hebben over de omvang van het gasverbruik dat de ondernemer aan de consument in rekening brengt, maar wel ziet op de vraag aan welke verbruiksperiode dit gasverbruik dient te worden toegerekend. Nu de ondernemer ter zitting onweersproken heeft gesteld dat dit niet uitmaakt omdat het in rekening gebrachte tarief gedurende de betreffende 8 maanden onveranderd is gebleven, heeft de consument geen belang bij zijn vordering en acht de commissie de klacht om die reden ongegrond.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk , mevrouw mr. A. Zwart-Hink , leden, op 3 oktober 2024.