Commissie: Energie
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
257023/473049
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagde over een hoge jaarnota van € 8.836,69 voor warmteverbruik. De ondernemer toonde aan dat het verbruik ook eerdere jaren betrof en paste de verjaringsregel toe. Na correctie bleef een bedrag van € 3.686,59 over. Omdat de consument de uitleg niet heeft weersproken, oordeelt de commissie dat de afrekening juist is. De klacht is ongegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument klaagt over het hoge afgerekende verbruik. De ondernemer toont aan dat in dat verbruik ook verbruik van vorige jaren begrepen is. De ondernemer verdeelt dat verbruik over diverse voorgaande jaren en past bovendien de verjaringsregel toe. De consument weerspreekt de gegeven uitleg en correctienota niet.
Beoordeling
De consument klaagt erover dat hij volgens de jaarnota van 30 januari 2024 een warmteverbruik had van 121 GJ en daarom € 8.836,69 moest bijbetalen. Hij wijst erop dat op 2 mei 2023 en slimme meter is geplaatst en dat hij 13 zonnepanelen heeft. Hij wil bewijsstukken van de meterverwisseling zien.
De ondernemer voert aan dat de consument jaarlijks zijn meterstanden opgaf. De opgegeven meterstanden op 12 januari 2022 en 13 januari 2023 lijken niet juist te zijn. In elk geval is bij de meterverwisseling een stand van de oude meter genoteerd van 195 GJ. Dat betekent bij een meterstand van 1 maart 2020 (aanvang overeenkomst tussen partijen) groot 37GJ er in de periode 1 maart 2020 tot 2 mei 2023 158 GJ (195-37) is verbruikt, dat is 52 GJ per jaar. Dat is ook ongeveer het verbruik na de meterverwisseling (49 GJ in ruim 12 maanden). De ondernemer berekent op basis van de graaddagenmethode en genoemde 49 GJ dat het verbruik in de periode 1 maart 2020 tot 2 mei 2023 van 158 GJ reëel is. De ondernemer heeft de jaarnota 2023/2024 gecorrigeerd in die zin dat hij de verjaringsregel van twee jaar heeft toegepast, hetgeen betekent dat hij het verbruik afrekent vanaf 16 januari 2021 toen de meterstand 59 GJ was. Hij heeft ook de nota’s over de voorgaande jaren gecorrigeerd aan de hand van de graaddagenmethode. Er resteert dan nog om te betalen een bedrag van € 3.686,59. Nu de consument de door de ondernemer gegeven uitleg niet weersproken heeft en voorts niet meer verzocht heeft om bewijsstukken van de standen bij de meterverwisseling, gaat de commissie ervan uit dat de consument de gegeven uitleg aanvaard heeft.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard , de heer H.W. Zuur , leden, op 10 oktober 2024.