Klacht over restschade apparatuur na stroomstoring ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1061002/1146534

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De verbruiker eiste schadevergoeding voor restschade aan apparatuur na een storing in het elektriciteitsnet. De commissie oordeelt dat het bedrijf contractueel is uitgesloten van aansprakelijkheid voor schade door transportonderbreking, tenzij sprake is van opzet of grove schuld — wat niet is aangetoond. Ook is het oorzakelijk verband tussen de storing en de schade niet overtuigend vastgesteld. De schadeclaim volgde pas na een gedeeltelijke uitkering door de eigen verzekering. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De verbruiker klaagt over restschade apparatuur (dat wil zeggen de schade die resteerde na schade uitkering eigen verzekering) na storing netbeheerder. Bedrijf voert verweer dat in Nederland (en heel Europa) apparaten bestand moeten zijn tegen storing in MS-net en daardoor afschakeling LS-net, zoals hier het geval was. Voorts dat schade ten gevolge van het transport contractueel geëxonereerd is.

Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.

De verbruiker heeft een Aansluit- en Transportovereenkomst (ATO) met bedrijf waarop “Algemene Voorwaarden aansluiting en transport elektriciteit 01-01-09 voor zakelijke afnemers >3×80 Amp” van toepassing zijn.

Op basis van art 21 van deze algemene voorwaarden, is bedrijf, behoudens opzet of grove schuld, niet jegens verbruiker aansprakelijk voor schade die ontstaat ten gevolge van onderbreking van het transport (exoneratie beding).

Dit beding vindt zijn rechtvaardiging in het feit dat bedrijf zich niet voor dergelijke onbeperkte risico’s op schade kan verzekeren, terwijl verbruikers dat risico wel kunnen inschatten en verzekeren.
De verbruiker had zich ook verzekerd tegen die risico’s.

Opzet of grove schuld zijdens bedrijf is door verbruiker niet gesteld, noch gebleken.

Oorzakelijk verband tussen storing en gestelde schade is niet eenduidig gebleken nu van de 618 andere adressen die storing ondervonden geen schademeldingen bekend zijn en de hoogte van de door verbruiker geclaimde schade van € 3.211,78 slechts is onderbouwd als “geschatte schade”, alsook zijnde het verschil van een door een expert vastgestelde schade minus de uitkering van € 2.069,= door de verzekering van verbruiker.

De commissie stelt vast dat de aansprakelijkstelling en schadeclaim jegens bedrijf pas zijn gedaan nadat de eigen verzekering van verbruiker een deel van de schade had uitgekeerd.

Enige toelichting van de verbruiker ter zake de ingeschakelde expert en de reden dat verbruiker had ingestemd met de schade uitkering door zijn verzekeraar, was ten slotte niet mogelijk omdat verbruiker en ook zijn vertegenwoordiger niet aanwezig waren ter zitting, hoewel zij deugdelijk waren opgeroepen en hun aanwezigheid, althans van de vertegenwoordiger, aanvankelijk was bevestigd.

De commissie oordeelt de klacht ongegrond

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie wijst het verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, de heer J.H.L. den Otter, leden, op
10 september 2025.

Opslaan als PDF