Commissie: Post
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
947409/1002585
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument verstuurde op 7 november 2024 een retourpakket naar Duitsland via een onverzekerde verzendoptie. Het pakket raakte kwijt en is tot 5 maart 2025 niet bezorgd. De consument vroeg om schadevergoeding van € 140 of bezorging van het pakket. De ondernemer gaf aan dat het pakket niet verzekerd was en dat het risico bij de verzender ligt. Uit coulance werd aangeboden om de verzendkosten van € 11 te vergoeden. De commissie oordeelde dat de ondernemer niet aansprakelijk is en wees de klacht af.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft schadevergoeding voor een verloren gegaan onverzekerd pakket.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 7 november 2024 heeft de consument een waardevol pakket (naar de verkoper retour) verstuurd via een pakketpunt van de ondernemer. Tot op 5 maart 2025 is het pakket niet bezorgd bij de ontvanger. De consument heeft met de ondernemer, DHL Duitsland/Deutsche Post en de verkoper contact opgenomen (per e-mail en/of telefonisch), maar werd van het kastje naar de muur gestuurd door deze partijen. De consument wil dat de ondernemer zijn best gaat doen om erachter te komen waar het pakket is gebleven en waarom het niet is bezorgd. Zij wenst dat de ondernemer alsnog het pakket bezorgt, althans een schadevergoeding betaalt.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 7 november 2024 heeft de consument een zending aangeboden bij de ondernemer, bestemd voor een ontvanger in Duitsland. De zending betrof een retourpakket met producten van het bedrijf [naam], en werd verstuurd als “Klein Pakket met Track & Trace”, zonder aanvullende verzendopties zoals verzekering of handtekening voor ontvangst. De zending is voor het laatst gescand op 8 november 2024. Nadien zijn geen verdere updates beschikbaar. Navraag bij de ontvangende partij [naam] en de partnervervoerder (Deutsche Post) heeft geen duidelijkheid opgeleverd over de locatie van het pakket.
Belangrijk is te constateren dat de zending niet verzekerd is verstuurd. Zoals ook aangegeven in de Algemene Voorwaarden van de ondernemer, rust het risico bij verlies of beschadiging van een onverzekerd pakket bij de verzender. Dit is eveneens gecommuniceerd door de ontvanger, [naam].
Hoewel er geen verplichting is tot vergoeding bij een onverzekerde zending, heeft de ondernemer uit coulance aangeboden om de verzendkosten van € 11,– te vergoeden. Dit aanbod is door de klant vooralsnog niet geaccepteerd.
Gezien het feit dat de zending niet verzekerd was, de verzendoptie geen aansprakelijkheid dekt bij verlies, het risico op verlies expliciet bij de verzender ligt bij deze productcategorie, meent de ondernemer dat er geen grond is voor een schadevergoeding van het gevraagde bedrag van € 140,–.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit het tarievenoverzicht van de ondernemer betreffende pakketten buitenland blijkt dat de consument de keuze heeft tussen “klein pakje met track and trace”, in welk geval het pakket niet aangetekend of verzekerd verzonden kan worden, en tussen duurdere varianten, in welke gevallen wel aangetekend en/of verzekerd kan worden. De consument heeft dan ook de keuze gemaakt om niet te verzekeren. De ondernemer is dan niet aansprakelijk (artikel 29 Postwet 2009 juncto artikel 9.1 algemene voorwaarden van de universele postdienst).
De commissie gaat ervan uit dat de ondernemer bereid is alsnog de portikosten aan de consument te vergoeden, indien zij daarom verzoekt.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas en de heer H.W. Zuur, leden, op 2 mei 2025.