Commissie: Telecommunicatiediensten
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1000902/1040636
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in over een factuur van €464,03 van zijn telecomaanbieder, terwijl hij slechts €133,67 wilde betalen. Hij stelde dat de internetverbinding sinds augustus 2024 instabiel was en dat hij vanwege slechte dienstverlening zijn abonnement voortijdig had opgezegd. De ondernemer voerde aan dat er geen storingsmelding was ontvangen, dat de consument structureel achterliep met betalingen en dat de afkoopsom terecht was berekend vanwege voortijdige beëindiging van het contract. De Geschillencommissie Telecommunicatiediensten oordeelde dat de klacht ongegrond is, dat de blokkade gerechtvaardigd was en dat de consument het volledige bedrag moet voldoen. Het gestorte depot wordt aan de ondernemer uitgekeerd.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Telecommunicatiediensten
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2025 te Utrecht.
Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.
De consument heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt ter zitting naar voren te brengen.
Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door [naam].
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een klacht over een onterechte factuur.
Door de consument is een bedrag van € 66,84 in depot gestort.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de
kern komt het standpunt op het volgende neer.
“Het betreft een klacht tegen [aanbieder] over een onterechte factuur van €464,03, terwijl het oorspronkelijke openstaande bedrag slechts €133,67 was.
•Ik had sinds einde augustus 2024 een zwakke en instabiele internetverbinding.
•Op 10 oktober 2024 werkte mijn internet helemaal niet meer.
•Ik heb [aanbieder] hierover geïnformeerd in de winkel in [plaats], maar er werd niets opgelost.
•Op 14 november 2024 heb ik mijn abonnement officieel opgezegd.
•Op 2 januari 2025 heeft [aanbieder] bevestigd dat ze mijn apparatuur hebben ontvangen.
•Op 24 februari 2025 kreeg ik toch een factuur van €464,03.
Mijn standpunt is dat [aanbieder] geen goede dienstverlening heeft geleverd. Ik ben bereid om alleen het openstaande bedrag van €133,67 te betalen. De extra kosten (afkoopsom) zijn onterecht, omdat [aanbieder] zich niet aan de afgesproken diensten heeft gehouden.
Ik wil dat [aanbieder] de factuur aanpast naar €133,67, dat ik dit bedrag in twee termijnen mag betalen en dat [aanbieder] stopt met dreigen met een incassobureau voor een onterecht bedrag.”
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het betreft een vaste aansluiting en het gaat om een verlenging met 12 maanden per 29 april 2024 van zijn [aanbieder] Internet 1Gbit/s overeenkomst. Die had dus als einddatum 28 april 2025. De consument heeft echter binnen de looptijd van de overeenkomst op 14 november 2024 opgezegd en is overgestapt naar een andere aanbieder. Hij heeft daarom over de resterende looptijd van de overeenkomst een afkoopsom berekend gekregen, die werd gefactureerd op de slotnota van 28 december 2024. Daarnaast heeft hij voorafgaand de facturen van augustus tot en met november 2024 niet voldaan. In totaal staat er een bedrag van € 464,03 open.
Wij hebben de consument in dat kader gewezen op het feit dat hij, conform artikel 9 lid 1 van het Reglement van de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten 50% van het openstaande bedrag. dus € 232,02 bij de geschillencommissie in depot dient te storten. Afgaande van de door de consument opgegeven informatie op het Vragenformulier lijkt hij dat bedrag niet volledig in depot te hebben gestort. De consument stelt nu dat hij slechts gehouden zou zijn de nog openstaande facturen van augustus en september alsnog te voldoen samen € 133,67) en meent dat de facturen van oktober t/m december, samen € 330,37 onterecht zouden zijn. [Aanbieder] meent echter dat de klacht van de consument ongegrond is en dat hij de volledige openstaande vordering van € 464,03 aan [aanbieder] dient te betalen.
De consument stelt in het geschil dat de aansluiting van [aanbieder] sinds eind augustus ‘zwak ‘en ‘instabiel’ zou zijn geweest, en dat de aansluiting op 10 oktober 2024 helemaal niet meer zou hebben gewerkt. Hij meent nu dat [aanbieder] nalatig zou zijn geweest in haar dienstverlening en dat hij om die reden niet gehouden zou zijn de facturen van oktober en november alsmede de slotnota van december te voldoen. [Aanbieder] heeft echter in de periode augustus t/m oktober geen klacht van de consument aangetroffen inzake een storing op zijn aansluiting. Wel is vastgesteld dat er gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst tot aan zijn opzegging sprake is geweest van regelmatige en aanhoudende betaalachterstanden en (uiteindelijk niet nagekomen) betaalafspraken, gevolgd door een blokkering van zijn aansluiting.
Toen betaling ook na herinneringen uitbleef, is de aansluiting van de consument op 21 oktober 2024 eenzijdig geblokkeerd. Er stond toen een bedrag open van € 133,67 opgebouwd uit de facturen van 15 augustus en 15 september 2024. Enkele dagen daarna, op 25 oktober 2024, ontvingen wij een verzoek van een andere telecomaanbieder om de aansluiting van de consument over te nemen. De overeenkomst is daarna door de consument op 14 november opgezegd en door [aanbieder] met inachtneming van 1 maand opzegtermijn per 14 december 2024 beëindigd. Op de slotnota van 28 december 2024 werd een afkoopsom van de resterende termijnen tot en met de einddatum van zijn overeenkomst per 29 april 2025 ten bedrage van € 221,63 in rekening gebracht. Samen met de onbetaald gebleven facturen van 15 augustus t/m 28 november staat er een bedrag open van € 464,03 dat de consument aan [aanbieder] verschuldigd is.
Indien er inderdaad sprake zou zijn geweest van een storing op zijn adres, had hij [aanbieder] in staat moeten stellen deze te onderzoeken en te verhelpen. Hij zou dan recht hebben op een evenredige restitutie van de door hem betaalde bedragen over de periode waarin de storing zich zou hebben voorgedaan, al dan niet gedeeltelijk naar de aard van de verstoring. Maar ook dan is de consument verplicht de aan hem gefactureerde abonnementsbedragen te voldoen. De consument geeft echter aan alleen de openstaande € 133,67 betreffende de facturen van augustus en september te willen voldoen, en dat hij de facturen van oktober en november en de slotnota van december (samen € 330,36) niet hoeft te betalen. Hij gaat er daarbij van uit dat als [aanbieder] zijn aansluiting wegens wanbetaling blokkeert, de facturatie eveneens stopt. Dit is echter niet het geval. Nu hij bovendien binnen de looptijd van zijn overeenkomst is overgestapt naar een andere telecomaanbieder, meent [aanbieder] dat de afkoopsom over de resterende maanden eveneens terecht aan de consument is gefactureerd. [Aanbieder] meent in conclusie dat de klacht van de Consument daarmee ongegrond is en dat hij de volledige openstaande vordering van € 464,03 aan [aanbieder] dient te voldoen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De redenering van de ondernemer kan worden gevolgd. Van onvoldoende presteren of gebrekkig signaal is niet gebleken en dan nog kan niet worden vastgesteld dat een correct beroep op opschorting is gedaan. De ondernemer had de gelegenheid moeten hebben tot herstel. Wel blijkt dat het betalingsgedrag van de consument achterbleef en dat een blokkade gerechtvaardigd was. De kosten die voortkomen uit een voortijdige opzegging dienen voor rekening van de consument te komen. Hij is kennelijk van mening dat hij niet hoeft te betalen na de blokkade maar die komt door zijn betalingsgedrag voor zijn rekening. Dat er nog een betaling openstaat waarvoor incassomaatregelen zijn getroffen, blijkt al uit de erkenning door de consument van een nog te betalen bedrag van € 133,67.
Zijn klacht is daarom ongegrond.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Bepaalt dat het depot aan de ondernemer wordt uitgekeerd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten, bestaande uit de heer
mr. J.M.J. Godrie, voorzitter, de heer J. Schouten, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 26 augustus 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.