Commissie: Telecommunicatiediensten
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1095612/1151382
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in tegen een telecomaanbieder wegens een tariefverhoging van €1 per maand voor een extra tv-ontvanger. Hij stelde dat dit hem het recht gaf om het volledige abonnement (internet en tv) kosteloos op te zeggen. De ondernemer voerde aan dat het om een afzonderlijke, maandelijks opzegbare dienst ging en dat het hoofdabonnement niet gewijzigd was. De Geschillencommissie Telecommunicatiediensten oordeelde dat er sprake is van meerdere afzonderlijke diensten en dat de prijsverhoging alleen betrekking heeft op de extra tv-ontvanger. Artikel 7.2 Telecommunicatiewet en de algemene voorwaarden zijn daarom niet van toepassing. De klacht werd ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Telecommunicatiediensten
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een tariefverhoging van een dienst.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft bij de ondernemer een abonnement voor televisie (tv) en internet, inclusief gratis televisieontvanger en een betaalde extra tv-ontvanger.
De ondernemer heeft per 15 april 2025 de kosten van de tv-ontvanger met € 1,– per maand verhoogd,
maar heeft de consument niet op zijn opzegrecht ex artikel 7.2 lid 1, sub a Telecommunicatiewet (Tw) gewezen.
De consument heeft vanwege deze prijsverhoging bij brief van 7 maart 2025 naar [ondernemer] meegedeeld dat hij zijn volledige abonnement, dus ook zijn internetaansluiting en tv, (per datum prijsverhoging) kosteloos wil beëindigen. Die brief kwam niet aan. De ondernemer heeft de consument op 13 maart 2025 gebeld en gaf aan dat de opzegging contractbreuk is. Hierop heeft de consument bij brief van 24 maart 2025 naar [locatie] gereageerd, maar de ondernemer reageert niet.
De consument heeft het recht het volledige abonnement (internet en tv) kosteloos te beëindigen omdat hij het niet eens is met de wijziging van het tarief. Het betreft hier één overeenkomst, zodat hij door de prijsverhoging van de aan hem geleverde extra tv-ontvanger gerechtigd is de gehele overeenkomst (internet en tv) eenzijdig kosteloos te beëindigen. Sprake is van schending van de artikelen 7.2 lid 1, sub a Tw en 13.3. Algemene Voorwaarden voor vaste en mobiele telecommunicatiediensten (Algemene Voorwaarden).
De consument verlangt dat de ondernemer het volledige abonnement (internet en tv), per 15 april 2025 kosteloos beëindigt, met schriftelijke bevestiging van de einddatum en garantie dat geen kosten in rekening worden gebracht.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft bij de ondernemer per 27 mei 2024 een abonnement betreffende zijn vaste aansluiting, bestaande uit internet en tv voor de duur van twee jaar, inclusief gratis TV+box en een betaalde extra TV+box. De ondernemer heeft op 5 maart 2025 een prijswijziging aangekondigd voor de extra TV+box per 15 april 2025 met € 1,– van € 5,– naar € 6,–. De prijsverhoging geldt alleen voor deze extra dienst en niet voor de overige diensten. De prijzen daarvan bleven ongewijzigd.
Sprake is van drie overeenkomsten: Een abonnement voor de levering van internet en tv, inclusief gratis TV+box. Naast dat abonnement is met de consument een extra dienst overeengekomen voor de levering van een extra betaalde TV+box, alsook voor de levering van het (gratis) Opnemen Pakket. Al deze diensten zijn verwoord en samen neergelegd in één alomvattend document ‘Contract Thuis’.
Voor alle diensten gelden afzonderlijke (opzeg)afspraken die niet met elkaar verbonden zijn. Geen sprake is van bundeling van overeenkomsten. De diensten ter zake internet en tv, inclusief gratis TV+box zijn aangegaan voor 24 maanden. De overige diensten waaronder de extra TV+box, zijn extra diensten en zijn afzonderlijk overeengekomen en maandelijks opzegbaar. Zij staan daarom apart vermeld op de overeenkomst en facturen.
De consument is dus niet gerechtigd de gehele overeenkomst op grond van de prijsverhoging van de extra TV+box op te zeggen. De artikelen 7.2 Tw en 13.3 Algemene Voorwaarden zijn hier niet van toepassing. Ter zake is de consument op verschillende wijzen geïnformeerd.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op de dag van de zitting heeft de consument nadere stukken overgelegd. Omdat de ondernemer hiervan geen kennis heeft kunnen komen is hem een termijn gegeven hierop te reageren. De ondernemer heeft hiervan gebruik gemaakt.
Niet is in geschil dat de consument bij de ondernemer per 27 mei 2024 diensten afneemt betreffende internet, tv, een gratis TV+box, gratis opnemen en een betaalde extra TV+box.
Vast staat dat de ondernemer de consument een prijsverhoging ter zake de extra TV+box met € 1,– van
€ 5,– naar € 6,– heeft bericht. De consument kan zich hierin niet vinden en stelt dat hij op grond hiervan zijn volledige abonnement kosteloos mag beëindigen. De ondernemer heeft verweer gevoerd.
Op grond van artikel 7:2, lid 1, sub a Tw heeft de consument de mogelijkheid de overeenkomst met de ondernemer te beëindigen wanneer de overeenkomst door de ondernemer eenzijdig wordt aangepast. Dit artikel geldt alleen voor een wijziging die niet aantoonbaar in het voordeel is van de consument zoals bij een tariefverhoging.
In de Beleidsregels kosteloos opzegrecht Telecommunicatiewet van 25 augustus 2016, Stcrt. 2016, 48517 (Beleidsregels) heeft de ACM aangegeven hoe aan dit artikel 7:2 Tw door telecomaanbieders een juiste invulling kan worden gegeven. Daarin heeft de ACM in artikel 1, aanhef, sub e weergegeven wat in de Beleidsregels onder ‘de overeenkomst’ moet worden verstaan en hierop in de Toelichting in hoofdstuk III, onder nrs.16 tot en met 19 een toelichting gegeven.
Artikel 13.3 Algemene Voorwaarden bevat een aan artikel 7:2, lid 1, sub a Tw gelijkluidende bepaling.
Alles overziende is de commissie van oordeel dat in dit concrete geval geen sprake is van één overeenkomst op basis waarvan meerdere diensten worden afgenomen waarvoor geldt dat als een aanbieder in één van de diensten een niet aantoonbaar voordelige wijziging aanbrengt, het beëindigingsrecht van artikel 7:2 Tw wordt toegepast op alle op basis van die overeenkomst geleverde diensten. Daarbij is als uitgangspunt genomen de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan hetgeen is overeengekomen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Hierbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang.
Daarbij geldt dat blijkens de standpunten van partijen, zij het erover eens zijn dat het abonnement bestaat uit tv en internet. Voorts wordt, als door de consument niet, althans onvoldoende weersproken, aangenomen dat het voor de consument steeds duidelijk was dat de extra TV+box een extra dienst betreft. Blijkens zowel de bestelbevestiging als de overeenkomst zijn de diensten niet onder één aanduiding of naam aangeboden. Daarin staan immers afzonderlijk de verschillende diensten vermeld. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het abonnement en de andere diensten, waaronder de extra TV+box. Ook wordt daarin duidelijk vermeld dat de extra dienst(en) worden toegevoegd aan het abonnement en dat extra diensten aparte overeenkomsten zijn bij het abonnement.
Gebleken is ook dat voor alle diensten afzonderlijke afspraken bestaan. Het abonnement voor internet en tv is aangegaan voor de minimumduur van 24 maanden en is tussentijds niet opzegbaar. De extra TV+box is, van meet af aan, een maandelijks opzegbare dienst. Ook gelden voor de diensten verschillende tarieven, zoals gespecificeerd in voormelde stukken. Niet kan worden geconcludeerd dat al die diensten technisch gezien onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De consument heeft dit alles onvoldoende weersproken.
Het gaat hier dus om meerdere diensten, die ieder afzonderlijk zijn overeengekomen. Aldus betreft de extra TV+box een apart overeengekomen dienst. Dat al die diensten in hetzelfde bestelproces zijn overeengekomen maakt dit niet anders. De consument heeft gelet op deze omstandigheden in dit geval bij het aangaan van de diensten niet gerechtvaardigd mogen verwachten dat hij één overeenkomst zou aangaan voor de levering van meerdere diensten, zodat bij wijziging in één van de diensten van de overeenkomst in zijn nadeel, hij het recht heeft de gehele overeenkomst kosteloos te beëindigen.
Dit betekent dat de prijsverhoging voor de extra TV+box alleen geldt voor deze overeengekomen extra dienst en niet ook voor het abonnement (internet en tv). De consument is in dit geval dus niet gerechtigd de overeenkomst ter zake internet en tv op grond van de prijsverhoging van de extra TV+box op te zeggen.
Gelet hierop missen artikel 7:2, lid 1, sub a Tw en artikel 13.3 AV in dit geval toepassing.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Voor zover de klacht inhoudt dat de ondernemer niet of onvoldoende op de berichten van de consument heeft gereageerd is de klacht eveneens ongegrond. Blijkens de overgelegde stukken is over de prijsverhoging/opzegging tussen partijen contact geweest, zij het niet naar tevredenheid van de consument. Op 6 maart 2025 heeft de consument aangegeven het niet eens te zijn met de prijsverhoging en op basis daarvan de gehele overeenkomst op te zeggen. Bij e-mail op dezelfde dag heeft de ondernemer hierop, onder opgave van reden, afwijzend beslist. Hierna volgde op 6 maart 2025 een telefoongesprek tussen partijen, bevestigd bij e-mail van de ondernemer, waarin hij zijn standpunt heeft gehandhaafd. De consument stelt dat hij nadien, bij brieven van 13 en 24 maart 2025, bij de ondernemer heeft geklaagd waarop geen reactie volgde. In die brieven geeft hij wederom te kennen dat hij de gehele overeenkomst wil opzeggen, zij het uitgebreider gemotiveerd. De ondernemer heeft aangevoerd dat hij die twee brieven intern niet heeft aangetroffen. Op de klacht was echter reeds eerder (twee keer) bij e-mail beslist door de ondernemer. Gelet hierop heeft de ondernemer niet steeds op alle berichten gereageerd, maar wel in eerste instantie. Bovendien heeft de ondernemer voor het niet reageren op de twee brieven zijn excuses gemaakt. Naar het oordeel van de commissie kan hiermee, in het licht van het bovenstaande, worden volstaan.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer drs. H.W. Vrolijk, de heer mr. dr. S.O.H. Bakkerus, leden, op 18 augustus 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.