Klacht over gemiste aansluiting en hotelkosten ongegrond: compensatie beperkt tot vertraagd traject

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Openbaar Vervoer    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1148841/1196694

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak heen?

De consument diende een klacht in over een internationale treinreis waarbij door vertraging een aansluiting werd gemist, waardoor een extra hotelovernachting nodig was. Zij vroeg 75% compensatie van de gemaakte kosten. De Geschillencommissie Openbaar Vervoer oordeelde dat de reis bestond uit drie afzonderlijke vervoersovereenkomsten, waarmee de consument bij boeking had ingestemd. Volgens de Europese Verordening 2021/782 moet compensatie per overeenkomst worden beoordeeld. De consument kreeg terecht vergoeding voor het vertraagde traject, maar niet voor gemiste aansluitingen of hotelkosten. De klacht werd ongegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft het uitvallen van de [ondernemer] trein van [plaats] station naar [plaats].

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een treinreis geboekt van [plaats] naar [plaats] met eerste klas tickets. De internationale treinen van [plaats] naar [plaats] reden die dag niet meer. Na ruim drie uur kon de consument met een omweg via [plaats] naar [plaats] reizen, waardoor zij te laat was voor de aansluiting op [plaats] naar [plaats]. Zij heeft zowel naar [plaats] als de volgende dag naar [plaats] niet eerste klas gereisd. De treinen waren overvol en dat heeft de consument en vooral haar moeder, die slecht ter been is, het nodige ongemak opgeleverd.

De consument wil een ruim deel van de door haar gemaakte kosten (75%) terug. Niet alleen doordat de hele reis niet op dezelfde dag kon plaatsvinden, maar ook omdat zij niet eerste klasse gereisd heeft en een extra overnachting in [plaats] heeft moeten boeken, omdat ze de aansluiting heeft gemist.

De consument heeft ter zitting bevestigd dat zij er bij de boeking op is gewezen dat er sprake was van drie afzonderlijke reisovereenkomsten en dat zij daarmee heeft ingestemd. Anders kon zij de reis ook niet boeken. Ze heeft ook bevestigd dat zij dit later nog kon terugzien. In [plaats] heeft de consument een bewijs van vertraging van de ondernemer ontvangen, maar ondernemer heeft haar niet gewezen op de mogelijkheid om de eerstvolgende [ondernemer] vanuit [plaats] te nemen. Dit heeft zij pas na enige tijd in de wachtruimte van een derde vernomen. Vervolgens is zij halsoverkop naar [plaats] gereisd, waar zij de trein naar [plaats] hebben genomen. Vervolgens hebben ze de aansluiting in [plaats] gemist. De dag erna is ze met een andere trein naar [plaats] gereden, maar de trein was heel druk en ze kon niet eerste klas reizen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. Het komt op het volgende neer.

Op 7 december 2024 heeft consument online tickets geboekt bij [ondernemer] voor de reis van [plaats] naar [plaats]. Consument had voor haar (heen)reis de volgende tickets voor drie personen:
[plaats] – [plaats] met [ondernemer], eerste klas
[plaats] – [plaats] met [ondernemer], (eerste klas)
[plaats] – [plaats] met [ondernemer 2], eerste klas

Het traject tussen [plaats] en [plaats] maakt geen deel uit van de boeking en is door consument zelf geregeld; naar mag worden aangenomen met de metro. Vanwege uitgelopen werkzaamheden reed de [ondernemer] naar [plaats] niet via [plaats], maar deze werd vanaf [plaats] omgeleid via [plaats]. De consument is kennelijk met een latere trein gereisd vanaf [plaats].

Verder schrijft de consument dat zij zowel in de trein naar [plaats] als in de trein van [plaats] naar [plaats] niet in de eerste klas heeft gereisd. In [plaats] heeft consument een hotel geboekt, omdat er pas de volgende dag weer een trein naar [plaats] ging. Voor diezelfde nacht had consument al een hotelovernachting in [plaats] geboekt. Van deze reservering heeft zij geen geld teruggekregen, schrijft zij.

Consument heeft bij [ondernemer] een vergoeding gevraagd in het kader van compensatie bij vertraging. Tevens heeft zij compensatie voor de hotelovernachting gevraagd.

Voor de vertraging van [plaats] naar [plaats] heeft consument een vergoeding gekregen van 50% van de ticketprijs, zijnde een bedrag van € 148,–. Compensatie voor vertraging van de reis van [plaats] naar [plaats] is afgewezen, omdat het missen van die trein een gevolg was van de eerdere vertraging. Ook het verzoek het hotel te compenseren is afgewezen. Hierbij is als reden gegeven dat de spoorwegmaatschappij van het betreffende land verantwoordelijk is voor alternatief vervoer of het compenseren van een hotelovernachting. Daarbij is verwezen naar [ondernemer 2].

Op bovenstaande tickets zijn meerdere voorwaarden en regelingen van toepassing. De consument is hiermee akkoord gegaan bij het boeken van de tickets door het zetten van een vinkje bij de volgende tekst:
‘Ja, ik ga akkoord met de door mij gekozen treintijden, prijzen, afzonderlijke vervoersovereenkomsten, algemene voorwaarden en het privacy beleid’.

In de algemene voorwaarden is een verwijzing naar de Europese verordening 2021/782 betreffende de rechten en verplichtingen van treinreizigers (hierna: Verordening) opgenomen. Zonder dit vinkje te zetten kan het boekingsproces niet afgerond worden.

Op de reis van consument is de Europese verordening 2021/782 betreffende de rechten en verplichtingen van treinreizigers (hierna: Verordening) van toepassing. Deze Verordening bepaalt onder andere waar reizigers recht op hebben in geval van uitval en vertraging van treinen en welke verplichtingen vervoerders hebben.

De tickets die door consument zijn gekocht zijn drie afzonderlijke vervoersovereenkomsten, aangegaan met verschillende vervoersondernemingen. Namelijk met [ondernemer], met [ondernemer 2] en met [ondernemer 3].

In de Verordening staat in artikel 12 over doorgaande tickets het volgende. Op grond van artikel 12 lid 3 moet ervan uit worden gegaan dat reizen met een of meer aansluitingen die in één enkele handelstransactie van een spoorwegonderneming zijn gekocht, een doorgaand ticket vormen. Dit is op grond van het bepaalde in artikel 12 lid 5 niet het geval, indien wordt vermeld dat de vervoersbewijzen afzonderlijke vervoersovereenkomsten vormen en de reiziger vòòr aankoop daarvan in kennis is gesteld.

De consument is bij het boeken in kennis gesteld, bij het geven van het akkoord voor afzonderlijke vervoersovereenkomsten. Op grond van bovenstaande dienen klachten en verzoeken per vervoersovereenkomst beoordeeld te worden.

De consument heeft een compensatie voor vertraging gekregen voor de [plaats] – [plaats] op grond van het artikel 18-20 van de Verordening.

Artikel 19 van de Verordening regelt de schadevergoeding in geval van vertraging van 60 minuten of meer.
Lid 1 van dit artikel bepaalt:
1. Zonder het recht op vervoer te verliezen, heeft een reiziger recht op een vergoeding voor een vertraging van de spoorwegonderneming indien hij geconfronteerd wordt met een vertraging tussen de plaatsen van vertrek en de eindbestemming die zijn vermeld op het vervoerbewijs of het doorgaand ticket, waarvan de kostprijs niet is terugbetaald overeenkomstig artikel 18. De minimumvergoeding voor vertragingen zijn als volgt:
a) 25 % van de prijs van het vervoerbewijs bij een vertraging van 60 tot en met 119 minuten;
b) 50 % van de prijs van het vervoerbewijs bij een vertraging van 120 minuten of meer.

De reis van [plaats] naar [plaats] vond plaats onder een nieuwe vervoersovereenkomst en zou ook aan de hand daarvan beoordeeld moeten worden. Deze overeenkomst zag echter op een trein waarmee consument niet heeft gereisd. De trein reed echter wel volgens schema. Een verzoek tot compensatie is daarom dan ook afgewezen.

Zoals de ondernemer hiervoor reeds heeft opgemerkt, was er geen sprake van een doorgaand ticket en dienen de drie tickets als afzonderlijke vervoerovereenkomsten te worden beschouwd. De consument heeft de reis naar [plaats] gemaakt en is dus op de eindbestemming zoals vermeld op deze tickets aangekomen. Het enkele feit dat de vertraging die zij heeft opgelopen op het traject [plaats – plaats] zodanig was dat zij haar reis naar [plaats] niet heeft kunnen aanvangen op 18 april 2025, geeft haar geen recht op assistentie en derhalve vergoeding van de kosten van de hotelovernachting op grond van het bepaalde in artikel 20 van de Verordening.

De consument schrijft dat zij door de vertraging niet in de eerste klas heeft kunnen reizen op de reizen naar [plaats] en [plaats]. Zoals eerder geschreven is dit voor de ondernemer een nieuwe klacht, de consument heeft dit niet eerder kenbaar gemaakt. Normaal gesproken wordt op de tickets door de vervoerder aangegeven dat een reiziger vanwege bijvoorbeeld het moeten nemen van een andere trein niet in de eerste klas kon reizen. Op de tickets van consument is echter nergens een dergelijke aantekening gemaakt. Er is door consument ook geen ander bewijs overgelegd dat zij in een andere klasse heeft gereisd. De ondernemer heeft aan de consument een vergoeding betaald in het kader van compensatie bij vertraging voor haar reis van [plaats] naar [plaats]. Voor overige compensatie komt de consument op grond van de Verordening niet in aanmerking.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft bevestigd dat zij ervan op de hoogte was dat er sprake was van drie verschillende vervoersovereenkomsten, dat zij daarmee heeft ingestemd en dat zij deze informatie ook later heeft kunnen nazoeken. In dat geval bepaalt de Verordening dat per vervoersovereenkomst moet worden gekeken of de consument recht heeft op compensatie door vertraging. De consument heeft een vergoeding ontvangen voor de vertraging op het traject naar Parijs, maar niet voor het traject [plaats – plaats]. Daartoe was [ondernemer] op grond van de Verordening ook niet verplicht, omdat die trein op tijd is vertrokken en op tijd is aangekomen. Dat de consument niet met de trein kon meereizen vanwege de eerdere vertraging, maakt dat, gelet op het bepaalde in de Verordening, niet anders. Dit komt omdat er sprake is van verschillende vervoersovereenkomsten.

De consument vraagt ook 75 % van de kosten als compensatie van de hotelboekingen van [plaats] en [plaats], omdat een wijziging van de overnachtingen noodzakelijk was wegens de vertraging van [plaats] naar [plaats]. De consument heeft deze kosten niet onderbouwd en niet aan kunnen tonen dat de overstap niet haalbaar zou zijn geweest indien de door de ondernemer genoemde trein vanuit [plaats] wel was genomen.

De ondernemer heeft ter zitting gezegd dat hij begrijpt dat dit een lastig concept is, maar dat het juridisch zo is geregeld. De commissie begrijpt ook dat consumenten de gevolgen van het boeken van verschillende vervoersovereenkomsten mogelijk niet geheel kunnen overzien. Daar zou nadere informatie van de ondernemer bij het boeken wellicht bij kunnen helpen, ook in het kader van verwachtingsmanagement. Maar het ontbreken van die informatie leidt niet tot een ander oordeel.

Dit brengt de commissie tot de volgende slotsom. De ondernemer heeft aan de consument een vergoeding betaald in het kader van compensatie bij vertraging voor haar reis van [plaats] naar [plaats]. Voor overige compensatie komt de consument op grond van de Verordening niet in aanmerking.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer mr. P. Vonk en de heer mr. M. Nieuwenhuijs, leden, op 2 september 2025.

Opslaan als PDF