Geen vergoeding voor accuproblemen Nissan Leaf na verlopen garantie

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 759870/952656

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 7 april 2022 een Nissan Leaf uit 2018 met 155.000 km en één jaar BOVAG-garantie. In december 2023 kreeg de auto batterijproblemen. De consument vond dat de ondernemer verantwoordelijk was voor de schade, omdat de accu al bij aankoop minder gezond was dan gemiddeld. De ondernemer wees aansprakelijkheid af, omdat de garantie was verlopen. Een deskundige stelde vast dat het defect niet bij aankoop aanwezig was en dat de batterijconditie normaal was voor de leeftijd en kilometerstand. De commissie oordeelde dat de ondernemer niet aansprakelijk is. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Onderwerp van het geschil betreft kort gezegd een antwoord op de vraag of de ondernemer een auto aan de consument heeft geleverd die behept is met eigenschappen die de consument op grond van de koopovereenkomst niet behoefde te verwachten en de ondernemer om die reden aansprakelijk is voor herstelkosten die de consument stelt te moeten maken aan de accu van zijn elektrische auto en verdere schade die de consument stelt te hebben geleden.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 7 april 2022 heb ik een Nissan Leaf uit 2018 met 155.000 km inclusief 1 jaar Bovag-garantie voor
€20.700,– van de ondernemer gekocht. In oktober 2022 meldde ik aan de ondernemer dat de accu met een SOH van 85% een lagere gezondheid had dan gemiddeld (92%) voor dit model en bouwjaar. In december 2023 traden bij kilometerstand van 215.000 km batterijproblemen op, waaronder spannings-
en 12-volt storingen. De ondernemer weigert kosteloos herstel vanwege de verlopen Bovag-garantie. Een door ARAG aangestelde expert concludeerde onterecht dat het probleem bij het BMS lag, terwijl de Nissandealer te Roosendaal aangaf dat de oorzaak bij de accucellen ligt. Herstelkosten worden geraamd op €950 tot €16.000, terwijl de dagwaarde van de auto nu slechts €10.000 bedraagt. Ik vind het onredelijk dat ik met zulke hoge kosten wordt geconfronteerd na slechts 65.000 km en 1,6 jaar gebruik. Dit probleem was mogelijk al aanwezig bij de aankoop en blijkt bekend bij zowel Nissan als de ondernemer.

De consument verlangt dat de ondernemer de kosten en schade aan hem vergoedt.

Standpunt van de ondernemer

De bank heeft ter zitting verweer gevoerd tegen de stellingen van de consument. Voor zover relevant
zal de commissie bij de beoordeling daarop ingaan.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Op 12 april 2022 had het voertuig 148.399 kilometer gepresteerd. In december 2023 had het voertuig 213.684 kilometer gepresteerd. De eerste storing is opgetreden op 10 november 2023 bij kilometerstand 209.862. Derhalve kan worden vastgesteld dat er 61.463 zonder problemen is gereden. De deskundige durft met zekerheid vast te stellen dat het defect bij aankoop niet aanwezig was en ook niet latent aanwezig was. De deskundige is van mening dat een SOH van 85% voor deze auto normaal is gelet op de leeftijd en de gereden kilometers.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie zal eerst oordelen over het meest verstrekkende verweer van de ondernemer. De ondernemer stelt dat de consument zijn klacht niet binnen de in artikel 6 van het reglement van de commissie gestelde termijn van 12 maanden nadat de consument zijn klacht bij de ondernemer heeft ingediend bij de commissie aanhangig heeft gemaakt en de consument daarom niet ontvankelijk moet worden verklaard in zijn klacht. Lid 1 onder b van voornoemd artikel 6 bepaalt dat de commissie op verzoek van de ondernemer – gedaan bij eerste gelegenheid – de consument in zijn klacht niet ontvankelijk verklaart
indien hij zijn geschil niet binnen 12 maanden na de datum waarop hij de klacht bij de ondernemer indiende bij de commissie aanhangig heeft gemaakt.

De commissie begrijpt de consument aldus dat hij in de kern klaagt over het defect dat in december 2023 is opgetreden. De commissie maakt uit de stukken op dat de consument de ondernemer op of 19 december 2023 hieromtrent in gebreke heeft gesteld. Blijkens het vragenformulier heeft de consument zijn klacht op 12 december 2024, dus binnen een termijn van 12 maanden nadat hij zijn klacht bij de ondernemer heeft ingediend, bij de commissie aanhangig gemaakt. De commissie verklaart de consument daarom ontvankelijk in zijn klacht.

Mede gelet op het rapport van de door de commissie ingeschakelde deskundige zijn er naar het oordeel van de commissie in het onderhavige geval geen feiten komen vast te staan op grond waarvan het gebrek waarover de consument beklaagt en de daaruit voortvloeiende schade voor rekening en risico van ondernemer zou moeten komen. De commissie acht de ondernemer dan ook niet aansprakelijk voor het opgetreden gebrek en de daaruit voortvloeiende schade.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer R. Vlasveld, de heer mr. B.W. Weilers, leden, op 22 mei 2025.

Opslaan als PDF