Commissie: Voertuigen
Categorie: Aansprakelijkheid
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
749279/932098
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kreeg in juli 2024 motorproblemen met haar Kia Ceed, kort na een onderhoudsbeurt. De ondernemer wil € 7.405,89 in rekening brengen voor vervanging van de motor en vervangend vervoer, omdat de fabrieksgarantie is afgewezen vanwege het niet volgen van het onderhoudsinterval. De commissie oordeelt dat de ondernemer zelf heeft verklaard dat er geen verband is tussen de schade en het uitgestelde onderhoud. Daarom hoeft de consument de kosten niet te betalen. De klacht is gegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Onderwerp van het geschil betreft het antwoord op de vraag of de consument gehouden is € 7.405,89 aan de ondernemer te betalen.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De motor van onze kia Ceed is juli 2024 in elkaar gelopen, nadat hij voor onderhoud is geweest. Ik heb de auto sinds 2020 en in februari 2024 voor het eerst bericht van de ondernemer gehad dat de auto voor onderhoud moest. Vanwege agenda technische redenen aan de zijde van de garage waar het onderhoud aan de auto zou plaatsvinden heeft dit even geduurd, in juli 2024 konden we pas terecht. Een dag nadat het onderhoud aan de onderzoekers uitgevoerd stonden echter met een oververhitte motor langs de weg.
Vóór dit grote onderhoud heb ik de auto niet laten onderhouden. Ik had dit (weet ik nu) in het instructieboekje zelf moeten lezen, maar dit wist ik niet. De auto, noch de ondernemer heeft eerder een melding afgegeven dat de auto voor onderhoud moest (behalve de melding olie bijvullen en dit heb ik dan ook gedaan). In de voorwaarden en de app van de ondernemer staat ook dat de auto dit zelf aan zal geven. Nu wil de ondernemer de kosten van het vervangen van de motor en het vervangend vervoer op mij verhalen: € 7.400,–), omdat Kia garantie afwijst wegens het niet onderhouden volgens het boekje.
De consument verlangt dat de commissie vaststelt dat zij niet gehouden is tot betaling van € 7.405,89 aan de ondernemer.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft de auto aangeboden bij een autobedrijf met een motorstoring. Na diagnose blijkt dat de motor oververhit is geweest en dat er uitlaatgassen aanwezig zijn in het koelcircuit. Het autobedrijf heeft ook geconstateerd dat dit alleen mogelijk is als er een scheur in het blok aanwezig is. Een volledige motorvervanging is de enige manier om dit probleem op te lossen. Normaliter zou deze reparatie onder fabrieksgarantie vallen, echter wordt de garantie afgewezen omdat het onderhoudsinterval niet is nageleefd. Bijgaand vindt u het expertiserapport welke dit verhaal van de dealer bevestigt, als ook een kopie van garantievoorwaarden inclusief correcte onderhoudsinterval.
De consument is te allen tijde verantwoordelijk voor het naleven van de onderhoudsvoorschriften van de fabrikant. Wij verwijzen hierbij naar artikel 30 van de Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease en het contract met de consument waaruit blijkt dat zij akkoord is gegaan met deze voorwaarden.
Aangezien de garantie is afgewezen hebben wij ervoor gekozen om de auto elders te laten herstellen om de kosten voor de consument zo laag mogelijk te houden (verschil tussen dealer en alternatieve hersteller was € 3.388,– inclusief btw).
Onderstaand vindt u nogmaals een kostenoverzicht zoals gedeeld met de consument op 25 oktober 2024:
Expertisekosten € 376.25
Reparatiekosten € 4,675.00
Huurkosten € 1,069.32
Subtotaal exclusief BTW € 6,120.57
BTW 21% € 1,285.32
Totaal inclusief BTW € 7.405,89.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
Er is geen correlatie tussen de opgetreden motorschade en het niet tijdig aanbieden van de auto voor onderhoud. Wel is het zo dat de ondernemer vermogensschade lijdt doordat de consument in strijd met contractvoorwaarden het onderhoudsinterval niet heeft nageleefd en door het niet naleven van het onderhoudsinterval de reparatiekosten niet onder fabrieksgarantie vallen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Naar de commissie begrijpt verlangt de ondernemer € 7.405,89 van de consument en beroept de ondernemer zich daarbij op artikel 30 van de Algemene voorwaarden Keurmerk Private Lease. Dit artikel luidt als volgt:
“Hoe is de aansprakelijkheid voor andere schade aan het voertuig dan cascoschade geregeld?
Als er schade aan het voertuig ontstaat die niet in de Aanvullende voorwaarden of de bij het leasecontract gevoegde verzekerings of dekkingsbepalingen is aangemerkt als cascoschade (zoals schade door overmatige slijtage van onderdelen van het voertuig of door een gebrek aan olie) bent u daarvoor aansprakelijk als de schade het gevolg is van niet-nakoming van deze Algemene voorwaarden of de Aanvullende voorwaarden. Als bijvoorbeeld de hiervoor genoemde overmatige slijtage van onderdelen van het voertuig het gevolg is van onzorgvuldige bediening, of als het gebrek aan olie verband houdt met niet tijdig controleren van het oliepeil, komen de reparatiekosten of verhoogde onderhoudskosten dus voor uw rekening. Hetzelfde geldt als het voertuig niet tijdig voor een onderhoudsbeurt is aangeboden.”
Tussen partijen is niet in geschil dat de schade aan het voertuig in het onderhavige geval andere schade aan het voertuig is dan cascoschade. Uit voornoemd artikel 30 volgt dat de consument voor dergelijke schade, te weten “andere schade aan het voertuig dan cascoschade” aansprakelijk is “als de schade het gevolg is van niet-nakoming van deze Algemene voorwaarden of de Aanvullende voorwaarden.” De ondernemer heeft ter zitting onweersproken verklaard dat er geen correlatie tussen de opgetreden motorschade en het niet tijdig aanbieden van de auto voor onderhoud. Met andere woorden verklaart de ondernemer onweersproken dat de schade niet het gevolg is van het niet tijdig aanbieden van de auto voor onderhoud en het daarmee niet nakomen van de op de consument rustende verplichting om het voertuig tijdig van onderhoud te laten voorzien (vgl. artikel 36 Algemene Voorwaarden Keurmerk Private Lease). Gelet daarop slaagt de stelling van de ondernemer dat de consument op grond van artikel 30 gehouden is de schade te betalen niet.
Naar het oordeel van de commissie is ook niet komen vast te staan dat de consument om andere redenen aansprakelijk is voor de herstelkosten van de opgetreden motorschade. De ondernemer stelt weliswaar vermogensschade te hebben geleden doordat de consument in strijd met contractvoorwaarden het onderhoudsinterval niet heeft nageleefd en door het niet naleven van de onderhoudsinterval de reparatiekosten niet onder fabrieksgarantie vallen. Maar uit door hem overgelegde garantiebepalingen, waarvan de inhoud niet door de consument is betwist, blijkt dat de fabrieksgarantie inhoudt dat de auto geen materiaal- of fabricagefouten zal vertonen en slechts kosteloos herstel volgt bij materiaal- of fabricagefouten. Nu niet is gesteld of gebleken dat de opgetreden motorschade het gevolg is van materiaal- of fabricagefouten, is ook niet komen vast te staan dat de door de ondernemer geleden vermogensschade in causaal verband staat met het feit dat de consument in strijd met contractvoorwaarden het onderhoudsinterval niet heeft nageleefd.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De consument is niet gehouden tot betaling van € 7.405,89 aan de ondernemer.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Private Lease, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer drs. C.J. Bal, de heer mr. B.W. Weilers, leden, op 22 mei 2025.