Commissie: Post
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
950215/1130560
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument verzond een verzekerd pakket met een zeldzame Pokémon-kaart ter waarde van €1.950, maar kon na vermissing geen verifieerbare bewijsstukken overleggen. Ondanks herhaald verzoek van de ondernemer ontbraken aankoopfactuur, gradingrapport of taxatieverklaring. De Geschillencommissie Post oordeelde dat de schadeclaim terecht is afgewezen op grond van de Algemene Voorwaarden. Zonder rechtsgeldig bewijs vervalt het recht op schadevergoeding. De klacht werd ongegrond verklaard.
De volledige uitspraak
BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Post
Zaaknummer 950215/1130560
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vergoeding van een vermist verzekerd pakket.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 6 december 2024 heeft de consument een verzekerd pakket verzonden naar een geadresseerde in [locatie]. Het pakket bevatte een Pokémon-kaart (Charizard Skyridge) ter waarde van € 1.950,–, met een verzekerde zending tot € 5.500,–. De consument heeft gelet op de waarde van het pakket expres voor verzending met de aanvullende verzekerservice gekozen. Het pakket blijkt verloren te zijn gegaan na onderzoek door de ondernemer.
De consument heeft hierover met de ondernemer meermaals contact gehad. In het kader van het verzoek om schadevergoeding voor het verloren gegane pakket heeft de consument alle documenten en overeenkomsten verstuurd naar de ondernemer. Zonder enige uitleg wordt het verzoek om schadevergoeding voor het verloren gegane pakket afgewezen.
De consument verlangt volledige terugbetaling door de ondernemer.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het pakket is met gebruikmaking van het product Verzekerservice verstuurd. Gelet op de toepasselijke regelgeving is de aansprakelijkheid afhankelijk van de waarde van de inhoud maximaal € 5.500,–.
De ondernemer heeft onderzoek gedaan naar het pakket. Uit het Track & Trace-systeem blijkt dat de zending is ingescand bij het afgiftepunt, maar vervolgens geen verdere scans heeft doorlopen in het logistieke proces en is verdwenen. De klantenservice-medewerker heeft nagekeken of het pakket nog bij het servicepunt lag, maar dat was niet het geval. Er is gezocht of het pakket wellicht is verstuurd naar het depot Lost and Found, maar tevergeefs. Het pakket moest als vermist beschouwd worden.
De consument is vervolgens hierover geïnformeerd en bij hem zijn gegevens opgevraagd ten behoeve van de schadebeoordeling, waaronder gegevens over de ontvanger. De door de consument overgelegde stukken zijn onvoldoende en niet-verifieerbaar. Gelet hierop vervalt het recht op uitkering van schadevergoeding.
Verzocht wordt de klacht ongegrond te verklaren.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Niet is in geschil dat tussen partijen een vervoerovereenkomst bestond waarbij de consument de ondernemer een pakket met de aanvullende verzekerservice ter verzending naar [locatie] heeft aangeboden. Evenmin is in geschil dat dit pakket als vermist moet worden beschouwd. De schadevergoeding betreft de kern van dit geschil.
Op grond van artikel 29 Postwet 2009 en artikel 9 Algemene Voorwaarden voor de Universele Postdienst 2024 (hierna: AV) is in het geval van een verzekerd pakket, zoals hier, de ondernemer aansprakelijk voor schade ontstaan tijdens de uitvoering van de vervoerovereenkomst, afhankelijk van de inhoudswaarde, tot ten hoogste het opgegeven bedrag, indien de schade de ondernemer toerekenbaar is.
Op grond van artikel 9.3 AV kan de consument aanspraak maken op schadevergoeding voor het verzekerde pakket, mits alle benodigde bewijsstukken worden overlegd. De consument dient de waarde van de inhoud van het pakket te onderbouwen. Dat een pakket verzekerd is tot een bepaalde waarde betekent niet dat de ondernemer zonder meer een schadevergoeding uitkeert.
Dit staat ook aangegeven in artikel 9.4 AV. Hierin staat dat de ondernemer de schadevergoeding en de hoogte daarvan bepaalt aan de hand van rechtsgeldig bewijs dat door de afzender dient te worden overgelegd. In dit artikel is een aantal voorbeelden van rechtsgeldig bewijs genoemd, zoals het originele verzendbewijs; de in- of aankoopfactuur; de verkoopnota en/of ander rechtsgeldig bewijs van de waarde van de inhoud van het pakket.
Verder bepaalt artikel 9.5 AV dat de afzender meewerkt aan alle redelijke verzoeken van de ondernemer, zoals het overleggen van foto’s, verklaringen of andere bewijsstukken die van belang zijn om zowel de aansprakelijkheid en de hoogte van de schadevergoeding te kunnen vaststellen. Als de consument hieraan niet meewerkt, vervalt het recht op uitkering van schadevergoeding.
Het is betreurenswaardig dat het pakket vermist is geraakt. Gelet op het bepaalde in hiervoor vermelde artikelen van de AV heeft de ondernemer op goede gronden bewijzen van de waarde van de inhoud van het pakket gevraagd. De consument heeft echter onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens overgelegd waaruit kan worden afgeleid wat de waarde van de inhoud van het door hem verzonden poststuk is geweest.
Uit de stukken blijkt dat door de ondernemer de consument verzocht heeft diverse bewijsstukken aan te leveren om een schadebeoordeling mogelijk te maken. Hierbij is expliciet genoemd welke documenten zoals een aankoopfactuur vereist zijn om de waarde van de kaart voldoende te kunnen onderbouwen. De consument heeft slechts schermafbeeldingen van een Revolut-transactie en een chatgesprek overgelegd en dat is onvoldoende. Betrokken wordt ook hetgeen de ondernemer heeft aangevoerd, dat de waarde van een Pokémon-kaart wordt bepaald door factoren als authenticiteit, zeldzaamheid en fysieke staat en dat in dit geval elk document ontbreekt waaruit blijkt dat het daadwerkelijk om een kaart van deze waarde ging. Een aankoopbewijs, officieel gradingrapport, of taxatieverklaring ontbreekt, waardoor het niet mogelijk is om de specifieke waarde van juist deze kaart met voldoende zekerheid vast te stellen. Dit alles is onvoldoende weersproken door de consument. Verdere documentatie waarmee de daadwerkelijke waarde van de Pokémon kaart zou kunnen worden aangetoond, ontbreekt. Gelet op artikel 9.4 AV heeft de ondernemer nadere bewijzen mogen vragen. De consument is hiertoe niet overgegaan.
Het is aan de consument zelf vóór verzending van het pakket zich op de hoogte te stellen van de op de vervoerovereenkomst toepasselijke voorwaarden. Uit hetgeen de consument heeft aangevoerd blijkt niet dat hij die bronnen heeft geraadpleegd, hetgeen in zijn risicosfeer ligt.
Conclusie is dat de consument niet heeft voldaan aan het verstrekken van rechtsgeldig bewijs ex artikel 9.4 AV. Gelet hierop vervalt het recht op een schadevergoeding ex artikel 9.5 AV. De ondernemer heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat hij ter zake geen aansprakelijkheid hoefde te aanvaarden.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting kan niet worden geconcludeerd dat de ondernemer onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de klacht van de consument.
Voor eventuele vergoeding van de verzendkosten dient de consument contact op te nemen met de ondernemer.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit mevrouw mr. I.K. Rapmund, voorzitter, de heer A. Verkaik, de heer H.W. Zuur, leden, op 14 juli 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.