Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
738354/865338
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument wilde de leaseovereenkomst van haar Peugeot e-2008 ontbinden vanwege aanhoudende storingen en laadproblemen. De Geschillencommissie Private Lease oordeelde dat de gebreken niet objectief waren vastgesteld en dat ontbinding daarom niet gerechtvaardigd was. Wel kende de commissie een schadevergoeding van €209,78 toe voor 12 dagen waarin de auto niet bruikbaar was zonder vervangend vervoer. Ook werd €72,50 klachtengeld vergoed. Overige schadeclaims, zoals gemiste vakantiedagen en ongemak, werden afgewezen.
De volledige uitspraak
BINDENDADVIES NA TUSSENADVIES
Geschillencommissie Private Lease
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft diverse foutmeldingen en laadproblemen van een Peugeot e-2008.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.
De consument heeft ter zitting aangegeven dat, zoals aangegeven in het tussenadvies, [naam ondernemer] de storingen heeft beoordeeld, maar dat de laadproblemen nog steeds optreden. Ook treden nog steeds storingen op in het elektronisch systeem en de achteruitrijcamera. De consument heeft ter zitting nog melding gemaakt van het feit dat de auto bij gebruik van de cruise control volgens haar te hard optrekt en abrupt afremt en dat de banden spinnen bij nat weer. De consument heeft geen vertrouwen meer in de auto. Ook het vertrouwen in de ondernemer is weg. Het voorstel, dat de ondernemer ter zitting heeft gedaan, om de auto binnen de bestaande leaseovereenkomst in te ruilen voor een vergelijkbaar voertuig, wijst de consument daarom van de hand.
De consument wil de leaseovereenkomst ontbinden en de schade vergoed zien.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer wijst erop dat de gebreken waar de consument melding van maakt, niet op objectieve wijze zijn vastgesteld door de deskundige en ook [naam ondernemer] heeft geen gebreken geconstateerd die aan het normale gebruik van de auto in de weg staan. In die omstandigheden ziet de ondernemer geen grond voor ontbinding van de leaseovereenkomst en/of schadevergoeding. Coulancehalve heeft de ondernemer ter zitting aangeboden om de auto binnen de bestaande leaseovereenkomst in te ruilen voor een vergelijkbaar voertuig, dat mag ook een ander merk zijn dan Peugeot.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie heeft begrip voor de frustratie van de consument over de problemen die zij bij het gebruik van de auto ondervindt en begrijpt dat het tijdrovend en lastig is om daarvoor steeds naar de garage te moeten gaan. Om te kunnen besluiten tot ontbinding van de overeenkomst is echter meer nodig dan een aantal (al dan niet hardnekkige) storingen, die slechts tijdelijk van aard zijn. Dat klemt temeer, nu de gebreken die de consument zegt te ervaren niet op objectieve wijze zijn vastgesteld door de deskundige. Ook [naam ondernemer] heeft geen gebreken geconstateerd die aan het normale gebruik van de auto in de weg staan. De verklaring van [naam ondernemer] dat de storingen niet wijzen op een aantoonbaar defect, heeft de consument niet, althans onvoldoende weersproken.
De door de consument tijdens de laatste zitting gemelde nieuwe klachten over de cruise-control en spinnende banden, zijn naar het oordeel van de commissie in een te laat stadium naar voren gebracht om nog in haar oordeel te kunnen betrekken. Bovendien dienen nieuwe storingen eerst aan de ondernemer c.q. de dealer te worden voorgelegd voor het stellen van een diagnose en (eventueel) herstel. Daarbij geldt voorts dat de fabrieksgarantie van 24 maanden al geruime tijd is verstreken, zodat niet op voorhand geconcludeerd kan worden dat nieuwe gebreken kosteloos dienen te worden verholpen.
De commissie kan zich in de gegeven omstandigheden niettemin voorstellen dat de consument geen vertrouwen meer heeft in de auto waarmee ze zo vaak naar de garage is gegaan en zich niet comfortabel voelt tijdens het rijden. Het aanbod van de ondernemer om de auto binnen de bestaande leaseovereenkomst in te ruilen voor een vergelijkbaar voertuig, leek de commissie een passende oplossing om aan dat ongemak tegemoet te komen. Nu de consument die oplossing heeft afgewezen en ontbinding van de overeenkomst in de gegeven omstandigheden niet gerechtvaardigd is, rest de commissie echter slechts de beoordeling van de vordering tot schadevergoeding.
De consument heeft onweersproken gesteld dat de auto tenminste 12 dagen niet heeft kunnen gebruiken wegens het feit dat deze op de werkplaats was, terwijl er geen vervangend vervoer is aangeboden. De voor deze dagen betaalde leasevergoeding heeft de consument begroot op € 209,78. Ook dit bedrag is niet weersproken dor de ondernemer. Gezien de grote hoeveelheid werkplaatsbezoeken en het feit dat de ondernemer niet heeft aangevoerd dat er redelijkerwijs geen aanleiding bestond voor deze bezoeken, is de commissie van oordeel dat de consument in de gegeven omstandigheden op grond van de redelijkheid en billijkheid aanspraak kan maken op vergoeding van deze leasekosten.
De overige schadeclaims worden afgewezen. De opgenomen vakantiedagen komen niet voor toewijzing in aanmerking, aangezien dit gevolgschade is die redelijkerwijs niet aan de ondernemer kan worden toegerekend. Schade wegens rijden met een auto met gebreken wordt niet toegewezen, omdat deze gebreken niet objectief zijn vastgesteld en voor zover dat wel het geval is geweest, dit niet in geld uit te drukken valt en de commissie zich niet bevoegd acht om over immateriële schadevergoeding te oordelen. Een gebruiker van een auto kan er bovendien niet op rekenen dat een auto altijd foutloos zal functioneren en zal daardoor enig ongemak moeten accepteren.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht grotendeels ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient de consument binnen 14 dagen na kennisgeving van deze uitspraak een bedrag van € 209,78 te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een deel van het
klachtengeld aan de consument te vergoeden, namelijk een bedrag van € 72,50.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten
verschuldigd. Deze behandelingskosten worden gematigd met 50%.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Private Lease, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer drs. C.J. Bal en de heer mr. A. van Aldijk, leden, op 15 september 2025.
De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.