Commissie: Energie Zakelijk
Categorie: Factuur
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
385783/557778
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een zakelijke klant had een klacht over haar jaarnota van 2023, waarop een hoog energieverbruik stond. Ze vermoedde dat dit kwam door een tweedehands slimme meter die mogelijk verkeerde standen had. De Geschillencommissie onderzocht de zaak en stelde vast dat het verbruik op de nota overeenkomt met de gegevens van de meter op het moment van plaatsing. Hoewel het verbruik hoger was dan in haar vorige woning, is dit volgens de commissie verklaarbaar en niet onjuist. Omdat het om verschillende woningen gaat, is vergelijken niet betrouwbaar. De klacht werd daarom afgewezen. Wel vond de commissie dat de klant het geschil terecht had aangekaart, mede doordat een monteur van het energiebedrijf twijfels uitte over het hoge verbruik. Daarom moet het bedrijf het klachtengeld van € 181,50 aan de klant terugbetalen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Op grond van de gegevens van de meter staat vast dat het aanklaagster in rekening gebrachte verbruik feitelijk door haar is verbruikt. Omdat de monteur van het bedrijf daarover twijfels heeft gewekt dient het bedrijf aan haar het klachtengeld te vergoeden.
Beoordeling
Het geschil heeft betrekking op de jaarnota 2023. De klacht heeft betrekking op het hoog energiegebruik dat daarbij in rekening werd gebracht. De consument stelt dat het probleem is ontstaan na het vervangen van de meter omdat de geplaatste slimme meter tweedehands was. Volgens de consument zouden niet de juiste standen zijn genoteerd. Uit de stukken blijkt echter dat bij het opstellen van de rekening gebruik is gemaakt van de standen van de slimme meter op het moment van plaatsing bij klaagster. De commissie kan dan ook niet anders dan constateren dat het aan klaagster rekening gebrachte verbruik wel degelijk door haar is afgenomen. Dat het verbruik veel hoger was dan het verbruik in haar vorige woning neemt niet weg dat aan haar niet meer in rekening is gebracht dan zij feitelijk heeft verbruikt. Omdat het om verschillende woningen gaat is een vergelijking per definitie niet goed mogelijk. Het is ook niet aan het bedrijf of de commissie een verklaring daarvoor te geven. De klacht treft dan ook geen doel en moet worden afgewezen. Ter zitting heeft klaagster naar voren gebracht dat de monteur van het bedrijf aan haar heeft gezegd dat haar verbruik wel erg hoog was en dat de monteur haar daarover zelfs heeft teruggebeld. Daarin vindt de commissie aanleiding om gebruik te maken van haar bevoegdheid in artikel 22, lid2 van haar reglement door te bepalen dat klaagster het geschil op goede gronden aanhangig heeft gemaakt en dat het bedrijf haar het klachtengeld dient te vergoeden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de verbruiker/aangeslotene verlangde wordt afgewezen.
Het bedrijf dient het door klaagster betaalde klachtengeld van € 181,50 aan haar te vergoeden.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. F.J. Pirard, de heer W.F. de Ruijter, leden, op 30 oktober 2024.