Commissie: Afbouw
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
519037/820260
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument klaagde over ernstige gebreken aan een gietvloer, waaronder scheurvorming en kleurafwijkingen. De ondernemer stelde dat slecht onderhoud de oorzaak was, maar een deskundige concludeerde dat de schade voortkwam uit ondeugdelijke materiaalverwerking en hechting. De commissie acht de klacht gegrond en kent een schadevergoeding van € 8.500 toe, plus € 127,50 klachtengeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een gietvloer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik heb [persoon] van [bedrijf] ingehuurd om een gietvloer in mijn woning te plaatsen. De vloer vertoonde na installatie meerdere defecten. Na een reparatiepoging op 12 april 2024, bleef de kwaliteit ondermaats en veroorzaakte verdere schade aan mijn woning.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De schade is gekomen door slecht onderhoud van de vloer.
Rapport van de deskundige
Door mij werd waargenomen dat in alle bewerkte ruimten sprake is van duidelijke herkenbare herstellingen aan het vloeroppervlak. De aangebrachte kleurcoating wijkt sterk af van de tekening in de gietvloer. De gietvloer kent bovendien zeer veel wilde, korte scheurlijnen. Dat is op zich merkwaardig, aangezien Ondernemer gelijk heeft met zijn stelling dat de gebruikte materialen na 7 dagen chemisch uitgehard (zouden moeten) zijn en niet meer tot scheurvorming kunnen komen, nog daargelaten dat zij vanwege hun elasticiteit sowieso al niet zouden willen scheuren. Bij ontbreken van een externe invloed die dit beeld alsnog zou kunnen doen ontstaan (zoals vloerverwarming) moet er dus iets anders aan de hand zijn. Een variatie in luchtvochtigheid kan dit echter zonder meer niet hebben veroorzaakt. Bij opening van de vloerafwerking langs een scheur in de slaapkamer blijkt onder deze scheurlijnen de onderliggende dekvloer met primer en schraaplaag vrij van scheuren. Van een oorzaak vanuit de dekvloer is dus zonder meer geen sprake. Ook wordt waargenomen dat de top van de schraaplaag nog altijd kleverig is. Op grond van die waarneming wordt het ontstaan van scheuren direct begrijpelijk: de schraaplaag is niet in een juiste materiaalverhouding gemengd en nooit volledig tot chemische uitharding gekomen. Daardoor is de gietvloer vanaf eerste aanleg al niet deugdelijk hechtend met de schraaplaag verbonden en in zo’n geval wordt door gebruiksbelasting de gietvloer al snel losgetrokken van de schraaplaag, met scheurvorming in de gietvloer, ook lang na applicatiedatum, tot gevolg. Daarnaast is in het vloeroppervlak sprake van aanzienlijke vorming van Bénards cellen. Deze zijn het gevolg van electrochemische processen, doorgaans veroorzaakt door afwijzend gedrag van pigmenten in de afzonderlijke kleuren van het gebruikte materiaal. Ter plaatse van voormalige doorvoeren is de dekvloer flexibel opgevuld zodat bij puntbelasting op zo’n plek al snel perforatie van de gietvloer kan optreden. Dit zou gebruikelijk met een hard materiaal moeten zijn opgevuld en niet met een acyrlaatkit, zoals Ondernemer aangeeft te hebben gebruikt. Voorbeelden zijn een cementgebonden gietmortel (indien droogtijd beschikbaar) of een epoxy troffelmortel (binnen 24 uur verder bewerkbaar). De totale herstelkosten worden begroot op € 8.500,–
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie het rapport van de deskundige Daaruit blijkt dat de problemen niet zijn ontstaan door slecht onderhoud van de kant van de consument maar door suboptimaal werk van de ondernemer. Met het verhelpen van de problemen is volgens deskundige een bedrag van € 8.500,– gemoeid. De commissie heeft geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van die begroting. De ondernemer is aansprakelijk voor de schade en dient deze aan de consument te vergoeden.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt binnen 4 weken na datum verzending van dit bindend advies aan de consumenten bedrag van € 8.500,–.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek, de heer H.H. van der Linden, leden, op 17 april 2025.