Tussenadvies: beslissing aangehouden in afwachting van arrest gerechtshof Amsterdam

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 242873/257874

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument betwistte de rechtsgeldigheid van het wijzigingsbeding in de Algemene Voorwaarden van de ondernemer en de daarop gebaseerde tariefsverhogingen tussen juli 2021 en januari 2023. Zij verwees daarbij naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2023 waarin een vergelijkbaar wijzigingsbeding oneerlijk werd bevonden. De ondernemer verzocht de commissie om aanhouding van de zaak. De Geschillencommissie Energie oordeelde dat rechtseenheid en rechtszekerheid vereisen dat eerst het arrest van het gerechtshof Amsterdam in hoger beroep wordt afgewacht, mede omdat lagere rechtspraak verdeeld is over dit onderwerp. Pas daarna zullen partijen gelegenheid krijgen om te reageren en zal de commissie bindend adviseren. De verdere beslissing is aangehouden.

De volledige uitspraak

Tussenadvies
De Geschillencommissie Energie
Zaaknummer 242873/257874

Samenvatting
Het geschil betreft de jaarafrekening van 11 maart 2023 en de rechtsgeldigheid het wijzigingsbeding en van de door de ondernemer op grond daarvan vanaf 1 juli 2021 tot en met 1 januari 2023 doorgevoerde tariefsverhogingen voor het verbruik van gas en elektriciteit.

De consument heeft de klacht op 3 oktober 2023 aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Naar aanleiding van de recente uitspraak van rechtbank Amsterdam (24 februari 2023, ECLI:NL: RBAMS:2023:940) over de oneerlijkheid van het wijzigingsbeding van [ondernemer] maakt de consument bezwaar tegen de eenzijdige tariefwijzigingen door de ondernemer gedurende de overeenkomst. De consument is van mening dat het gehanteerde wijzigingsbeding opgenomen in de Algemene Voorwaarden 2017, onder 19.3, oneerlijk is, althans dat de tariefwijzigingen vanaf 1 juli 2021 tot en met 1 januari 2023 oneerlijk zijn.

De consument verlangt dat hij wordt gecompenseerd.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De commissie heeft eerdere aan haar voorgelegde zaken die betrekking hebben op het wijzigingsbeding van artikel 19.3 van de Algemene Voorwaarden aangehouden. De ondernemer verzoekt ook deze zaak aan te houden, die heeft hetzelfde onderwerp.

Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument over de rechtsgeldigheid, (“eerlijkheid”) van het wijzigingsbeding van artikel 19.3 van de door de ondernemer gehanteerde Algemene Voorwaarden en de op die grond doorgevoerde tussentijdse tariefswijzigingen.

De ondernemer verzoekt om aanhouding.

Voor wat betreft artikel 19.3 AV oordeelt de commissie als volgt.

Mede gelet op hetgeen de ondernemer over deze kwestie naar voren heeft gebracht is de commissie van oordeel dat de rechtseenheid en rechtszekerheid meebrengen, dat ook in een zaak tussen een andere consument en andere leverancier als in de zaak waarin de Amsterdamse rechtbank op 24 februari 2023 vonnis heeft gewezen, de uitkomst van het door [ondernemer] ingestelde hoger beroep dient te worden afgewacht. Te meer nu blijkt dat de lagere rechtspraak ook verdeeld is over deze kwestie. Zie het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 26 juli 2023, ECLI:RBMNE:2023:3847.

Partijen zullen dan ook te zijner tijd in de gelegenheid worden gesteld, om schriftelijk dan wel des verzocht mondeling op een nadere zitting, te reageren op het binnen afzienbare tijd te verwachten arrest van gerechtshof Amsterdam, waarna de commissie bindend zal adviseren.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie houdt iedere – verdere – beslissing aan totdat het gerechtshof Amsterdam heeft beslist in hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2023, (ecli:RBAMS:2023:940).

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 19 februari 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

 

Opslaan als PDF