Commissie: Energie
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
547981/721129
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument en het bedrijf verschillen van mening over de vraag of hun energiecontract is beëindigd. Het bedrijf zegt dat het nog steeds stroom en gas levert en dat de overeenkomst gewoon doorloopt. De consument stelt dat hij in 2024 moest overstappen naar een andere leverancier. Uit het dossier blijkt dat de vorige leverancier (bedrijf) is gestopt en dat het bedrijf vanaf mei 2024 onder de naam [bedrijf] de levering heeft overgenomen. Er is niet gebleken dat de consument nu een andere leverancier heeft of dat het contract met het bedrijf is beëindigd. Daarom hoeft de commissie niet te beoordelen of het bedrijf gerechtigd was het contract te beëindigen. De klacht is ongegrond en het depotbedrag gaat naar het bedrijf.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Kern van het geschil tussen partijen draait om de vraag of de overeenkomst tussen het bedrijf en de verbruiker met betrekking tot de levering van energie door het bedrijf is beëindigd en zo ja, of dat bedrijf daartoe gerechtigd was. Niet gebleken is dat de verbruiker op dit moment een andere energieleverancier dan het bedrijf heeft
en de overeenkomst tussen het bedrijf en de verbruiker met betrekking tot de levering van energie door het bedrijf is beëindigd. De vraag of het bedrijf gerechtigd was de overeenkomst met de verbruiker ter zake de levering van energie te beëindigen behoeft daarom geen beantwoording. Klacht ongegrond.
Beoordeling
Kern van het geschil tussen partijen draait om de vraag of de overeenkomst tussen het bedrijf en de verbruiker met betrekking tot de levering van energie door het bedrijf is beëindigd en zo ja, of dat bedrijf daartoe gerechtigd was.
Mede omdat het bedrijf bij verweer heeft gesteld dat de verbruiker terecht is afgesloten omdat er door de verbruiker betalingen zijn teruggeboekt, heeft de commissie de ondernemer bij tussenadvies van 20 december 2024 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de wijze waarop de overeenkomst tussen partijen al dan niet tot een einde zou zijn gekomen en de (feitelijke en juridische) grondslag daarvoor, dit mede gelet op de art. 6:265 en 6:267 BW en de stelling van de verbruiker dat hij de 2 maandbedragen weer betaald zou hebben, maar die weer door het bedrijf aan de verbruiker zouden zijn teruggestort.
Het bedrijf heeft vervolgens kortgezegd aan de commissie laten weten stroom én gas aan de verbruiker te leveren, dus (nog steeds) de energieleverancier van de verbruiker te zijn en de leveringsovereenkomst te respecteren. De verbruiker heeft daarop gereageerd met de stelling dat hij midden 2024 noodgedwongen is overgestapt naar een andere energieleverancier.
Uit het dossier valt op te maken dat aan de verbruiker in maart 2024 is medegedeeld dat zijn toenmalige energieleverancier ([bedrijf]) zou stoppen als energieleverancier en het bedrijf hem per 1 mei 2024 energie zou gaan leveren onder de naam Volti. De leveringsovereenkomst met [bedrijf] is toen beëindigd.
Niet gebleken is dat de verbruiker op dit moment een andere energieleverancier dan het bedrijf heeft en de overeenkomst tussen het bedrijf en de verbruiker met betrekking tot de levering van energie door het bedrijf is beëindigd. De vraag of het bedrijf gerechtigd was de overeenkomst met de verbruiker ter zake de levering van energie te beëindigen behoeft daarom geen beantwoording.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de verbruiker verlangde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Het door de verbruiker bij de commissie in depot gestorte bedrag wordt aan het bedrijf uitbetaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer J.H.L. den Otter, leden, op 20 maart 2025.