Klacht ongegrond: consument moet €772,34 betalen wegens correct verbruik na metervervanging

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Verbruik    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 734889/790428

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een consument betwistte de jaarnota van 20 september 2024, waarin €772,34 aan verbruikskosten werd gevorderd. Zij stelde dat haar verbruik altijd stabiel was en dat de hoge afrekening niet kon kloppen. Uit onderzoek bleek echter dat de warmtemeter sinds de start van het contract in 2021 geen verbruik registreerde en pas na vervanging op 7 september 2023 weer functioneerde. Daardoor waren eerdere jaarrekeningen nihil en werd het werkelijke verbruik pas later in rekening gebracht. Omdat de consument de meterstanden niet betwistte, oordeelde de Geschillencommissie Energie dat de ondernemer terecht het verbruik heeft gefactureerd. De klacht werd ongegrond verklaard en het depotbedrag van €772,34 werd volledig aan de ondernemer toegewezen.

De volledige uitspraak

BINDEND ADVIES
Geschillencommissie Energie
Zaaknummer 734889/790428

Samenvatting
Het geschil betreft het op de jaarnota van 20 september 2024 in rekening gebrachte verbruik van energie, met een bij te betalen bedrag van € 772,34.

De consument heeft op 26 september 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.

De consument heeft een bedrag van € 772,34 bij de commissie in depot gestort.

 

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument wil dat er een grondig onderzoek wordt gedaan naar de juistheid van de jaarnota. Het verbruik van de consument is altijd stabiel gebleven en zij kan nooit zo’n groot verbruik hebben gehad. Zij is altijd heel zuinig met warm water.

Volgens de ondernemer kan een jaarnota alleen worden aangepast als er sprake is van geschatte standen. Daarvan is volgens de ondernemer geen sprake.

Op 7 september 2023 heeft de netbeheerder een nieuwe slimme meter geplaatst. Daarbij werd geconstateerd dat de meter doorliep terwijl er geen kraan openstond. Op 13 september 2023 is een monteur van de ondernemer wezen kijken. De consument begrijpt niet dat zij een brief krijgt van de netbeheerder dat de slimme meter, die pas op 7 september 2023 is geplaatst, moet worden vervangen.

De consument kreeg het advies om een lager voorschot te betalen. Op 19 november 2023 liet een medewerker van de ondernemer de consument weten dat er in 2021-22 en 2022-23 geen verbruik van warmte/warmtapwater is geweest omdat de meter mogelijk defect is geweest.

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De netbeheerder stuurde een brief met de mededeling dat de meter moest worden vervangen. De consument dacht dat de warmtemeter door de netbeheerder was vervangen en niet door de ondernemer. De consument heeft de standen zelf doorgegeven.

De consument kwam er pas later achter dat er iets was misgegaan. Zij zag niet dat op de jaarrekening een “0” verbruik stond vermeld. Zij dacht een stabiel verbruik te hebben. De naheffing heeft een groot effect op het gezin. Zij zit vaak met de kinderen in de kou. Er is geen betalingsregeling getroffen

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument is per 24 september 2021 een leveringsovereenkomst voor de levering van warmte en warm tapwater met de ondernemer aangegaan.

De oude warmtemeter is op 7 september 2023 uitgebouwd met een stand van 138,671 GJ. Hieruit volgt dat de warmtemeter vanaf de aanmelding geen verbruik heeft geregistreerd, althans niet heeft gefunctioneerd. Normaal wordt in geval van een defecte meter een correctie uitgevoerd. In deze zaak is dat niet gedaan en is over 2 jaar geen warmteverbruik in rekening gebracht. De ondernemer heeft de voordeelregel voor de consument toegepast. De reguliere jaarnota is louter opgemaakt op basis van op afstand uitgelezen meterstanden.

Een correctie zou tot een forse naheffing voor de consument leiden.

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De ondernemer is de lokale netbeheerder voor warmte. De meter die de regionale netbeheerder wil vervangen is de elektriciteitsmeter en niet de warmtemeter, die immers al is vervangen.

Er staat een bedrag van € 772,34 open.

Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument klaagt in dit geschil over het op de jaarnota van 20 september 2024 in rekening gebrachte verbruik van warmte en/of warmtapwater.

De ondernemer voert verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

Uit de aan haar overgelegde stukken blijkt dat de warmtemeter vanaf de aanmelding tot aan de vervanging op 7 september 2023 geen verbruik registreerde. Op de beide jaarrekeningen was het warmteverbruik nihil. Eerst na het vervangen van de meter heeft de ondernemer het daarop geregistreerde, en als zodanig door de consument niet betwiste verbruik, in rekening gebracht.

De omstandigheid dat de jaarnota nadien hoger uitviel dan verwacht is dan ook slechts te wijten geweest aan de omstandigheid dat de warmtemeter niet functioneerde waardoor het telwerk bleef stilstaan.

De meterstanden worden door de consument niet betwist, zodat de commissie ervan uitgaat dat de ondernemer het juiste verbruik van warmte in rekening heeft gebracht en een juiste uitleg en verklaring voor de gang van zaken heeft gegeven.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht van de consument ongegrond is.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Depotverrekening, bedrag aan ondernemer € 772,34

Depotverrekening, bedrag aan consument € 0

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie op 19 februari 2025.

De uitspraak die de commissie heeft gedaan, is bindend voor beide partijen en vormt het sluitstuk van de procedure. De commissie kent geen mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan of deze te herzien. Ook niet in het geval van nieuwe feiten of argumenten. U kunt wel binnen 2 maanden na de verzenddatum van de uitspraak aan de burgerlijke rechter vragen de uitspraak te vernietigen. De andere partij heeft die mogelijkheid ook.
De rechter kan de uitspraak vernietigen als hij vindt dat de uitspraak onaanvaardbaar is; inhoudelijk of door de wijze van totstandkoming. Wanneer de uitspraak niet binnen 2 maanden door een van de partijen aan de burgerlijke rechter is voorgelegd door dagvaarding van de andere partij, kan de uitspraak niet meer ongedaan gemaakt worden.

 

Opslaan als PDF