Commissie: Energie
Categorie: Overig
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
622458/703904
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument dacht dat hij een nieuwe energieovereenkomst had afgesloten zonder terugleveringskosten, omdat dit niet in een WhatsApp-gesprek was genoemd. Kort daarvoor had hij echter al via internet een overeenkomst gesloten waarin die kosten wel waren opgenomen. De commissie vindt dat de consument wist of had moeten weten dat alleen het doorlopen van de officiële stappen tot een rechtsgeldige overeenkomst leidt. Het WhatsApp-contact kan niet worden gezien als een nieuw aanbod of verlenging. De klacht is daarom ongegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument heeft met de ondernemer een overeenkomst tot levering van energie afgesloten. De ondernemer houdt zich volgens de consument niet aan die overeenkomst. De consument heeft online een verlenging van zijn overeenkomst aangevraagd. Daarop heeft hij een aanbod ontvangen waarin terugleveringskosten niet zijn genoemd. De consument heeft dat aanbod geaccepteerd. De consument vraagt nakoming van die overeenkomst door de ondernemer.
Beoordeling
De vraag die partijen verdeeld houdt is of er een nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen na WhatsApp-contacten in augustus 2024.
De commissie stelt het volgende vast.
Op 7 augustus 2024 doorloopt de consument via internet de benodigde stappen om tot een overeenkomst te komen met de ondernemer voor de levering van energie.
De consument levert door middel van zonnepanelen opgewekt stroom terug aan het net.
Hij is akkoord gegaan met het aanbod van de ondernemer op grond waarvan de consument ook terugleveringskosten verschuldigd zal zijn. De consument heeft die overeenkomst niet binnen de bedenktijd van 14 dagen geannuleerd.
In dezelfde periode heeft de consument contact met de chatbox van de ondernemer over een leveringsovereenkomst. Op 8 augustus 2024 vraagt een medewerker van de ondernemer of de consument toch een nieuw aanbod wil ondanks het feit dat hij de avond ervoor een aanbod heeft geaccepteerd. De consument laat weten toch een nieuw aanbod te willen hebben waarna de medewerker dezelfde leveringstarieven doorgeeft als in de kort tevoren afgesloten overeenkomst. Kennelijk is toen niet gesproken over terugleveringskosten. Op 9 augustus 2024 vraagt de consument via WhatsApp om zijn verlenging om te zetten naar dat laatste aanbod.
De vraag die de commissie moet beantwoorden is of de consument gerechtvaardigd mocht verwachten dat de informatie van de medewerker van de ondernemer in het WhatsApp-gesprek op 8 augustus 2024 kon worden opgevat als een aanbod tot het afsluiten van een nieuwe leveringsovereenkomst.
De commissie is van oordeel dat dat niet het geval is.
De consument had kort tevoren de stappen doorlopen die de ondernemer vraagt om tot een nieuwe overeenkomst te komen. Hij kon dus weten dat een enkel gesprek met een medewerker van de ondernemer niet zonder meer als aanbod kon worden aangenomen. De consument heeft kennelijk in bedoeld gesprek niet nadrukkelijk gevraagd of terugleveringskosten aan de orde waren terwijl het hem kennelijk daarom ging.
Naar het oordeel van de commissie had het op de weg van de consument gelegen om in dat gesprek duidelijk aan te geven dat het in rekening brengen van terugleveringskosten bij nader inzien een bezwaar was. Hij had dat punt uitdrukkelijk bespreekbaar moeten maken toen hij na het afsluiten van zijn leveringsovereenkomst opnieuw contact zocht met de ondernemer.
Onder de gegeven omstandigheden kan bovendien het verzoek om “zijn verlenging om te zetten naar het laatste aanbod” naar het oordeel van de commissie niet gelden als een rechtsgeldige aanvaarding van enig aanbod.
Van een verlenging van een overeenkomst was geen sprake.
De consument is kort daarvoor rechtsgeldig een nieuwe overeenkomst aangegaan.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 20 januari 2025.