Catamaran niet beschikbaar tijdens vakantie: klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Reizen    Categorie: Overig    Jaartal: -
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 525801/743007

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had een all‑inclusive vakantie geboekt waarbij ook het gebruik van een catamaran mogelijk zou zijn. Tijdens de vakantie mocht hij echter maar op 2 van de 15 dagen zeilen. Volgens hem was het beleid van de accommodatie veel te streng: zelfs bij weinig of geen wind werd zeilen verboden. Daarom wilde hij 20% van de reissom terug. De ondernemer vond dat er geen recht op vergoeding is. In de reisvoorwaarden staat dat de accommodatie zelf mag beslissen of activiteiten doorgaan, bijvoorbeeld om veiligheidsredenen of door weersomstandigheden. Ook meldde de consument zijn klacht pas op de laatste dag, waardoor de ondernemer niet kon helpen of een oplossing kon regelen. De commissie oordeelde dat de ondernemer niet tekort is geschoten. De accommodatie mag zelf bepalen of zeilen veilig is en de consument heeft te laat geklaagd. Daarom is de klacht ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 26 december 2023 met de ondernemer totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een vliegreis voor vier personen [plaats] met verblijf in een hotel op all inclusive basis, voor de periode van 31 maart 2024 t/m 14 april 2024 voor de som van € 9.298,–.

De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ik heb een vakantie in de [plaatsnaam] geboekt, omdat ook zeilen met een catamaran inbegrepen was. Ik heb echter de catamaran maar op 2 van 15 dagen gekregen. Het beleid van de club was te restrictief en er werd bij zeer weinig wind niet toegestaan om te gaan zeilen. Soms was er zelfs een gele vlag bij windstilte. Dit is een tekortkoming en ik verwacht dus een terugbetaling van een deel van de prijs. Ik heb de ondernemer enkele keer gevraagd om een voorstel te maken, wat geweigerd was.
Het gaat niet over een overmachtsituatie. Het gaat daarover, dat ik bij goede zeilwinden de catamaran niet heb gekregen. Ik heb dus voor een catamaran betaald zonder die te mogen gebruiken. Daarvoor verwacht ik een compensatie.

De consument verlangt een vergoeding van € 1.859,60, zijnde 20% van hetgeen is betaald.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft middels internet voor twee weken een verblijf geboekt in het [plaatsnaam] op [locatie]. Bij de boeking zijn verder geen speciale wensen aangegeven. Het hotel staat bekend om zijn vele activiteiten, waaronder zeilen. De consument heeft aangegeven het niet eens te zijn met de beslissing van de accommodatie dat zeilen op sommige dagen niet mogelijk was in verband met de veiligheid van de consument en de plaatselijke weersomstandigheden. Hij wenst daarom een vergoeding te krijgen.
Wij zijn echter van mening dat wij geen vergoeding hoeven aan te bieden nu wij niet tekort zijn geschoten in de uitvoering van de pakketreisovereenkomst. In de reispapieren staat dat catamaran zeilen mogelijk is indien de reiziger een licentie heeft. Verder wordt bepaald in artikel 13.3 van onze van toepassing zijnde algemene reisvoorwaarden de accommodatie ervoor kan kiezen om bepaalde activiteiten niet door te laten gaan. Dit kan zijn omdat de veiligheid van de reiziger in het geding komt of omdat een sport niet mogelijk is gegeven de weersomstandigheden.
Wij hebben de activiteiten aangeboden overeenkomstig de reispapieren alsmede de algemene voorwaarden. Wij zijn van mening dat de keuze van de accommodatiehouder om de consument geen toegang te geven tot de catamaran in verband met weersomstandigheden een beslissing is die niet voor onze rekening en ons risico komt. De accommodatiehouder heeft immers het beste zicht op de (on)mogelijkheid van de uit te voeren activiteit.
Indien de Geschillencommissie echter van mening is dat de beslissing van de accommodatiehouder een non conformiteit oplevert, wil verweerster de Geschillencommissie erop wijzen dat bij non-conformiteit de reiziger dit onverwijld moet melden aan de accommodatiehouder en, indien deze niet tot een bevredigende oplossing komt, de reisorganisator in kennis dient te stellen zodat er ter plaatse een oplossing gezocht kan worden (vgl. art. 7.1 ANVR reizigersvoorwaarden).
De consument heeft zich op 13 april 2024 gewend tot de accommodatiehouder met zijn klacht. De klacht is bij ons ingediend op 13 mei 2024. De consument is op 14 april 2024 teruggekeerd naar Nederland en wij zijn daarom van mening dat de consument zijn klacht, indien er al sprake was van een non-conformiteit, dit niet tijdig heeft gemeld bij de accommodatiehouder of bij ons. Wij zijn dan ook niet in de gelegenheid gesteld om eventueel te bemiddelen tussen de consument en de accommodatie om tot een bevredigende oplossing te komen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt voorop dat de Algemene voorwaarden van de ondernemer op de door partijen gesloten overeenkomst van toepassing is en dat het geen specifieke overeenkomst aangaande een zeilvakantie betrof.
In het algemeen zal een verhuurder van zeilboten bij een harde wind c.q. windstoten de boot niet ter beschikking willen stellen. In dit geval kon de consument geen gebruik maken van de boot terwijl er niet of nauwelijks wind was. In de algemene reisvoorwaarden van de ondernemer is echter bepaald dat de accommodatie ervoor kan kiezen om bepaalde activiteiten niet door te laten gaan (vgl. art. 13 lid 3). De commissie acht deze bepaling niet onlogisch omdat de accommodatie het beste kan beoordelen of de veiligheid van de reiziger in het geding komt of omdat een sport niet mogelijk is gegeven de weersomstandigheden. In casu zijn tal van mogelijkheden denkbaar waarom de accommodatie de boot niet ter beschikking wilde stellen. Zo is denkbaar dat de accommodatie wilde voorkomen dat op de boten die in de haven lagen wegens niet of te weinig wind te veel alcoholische drank werd gedronken, wat mogelijk tot incidenten zou leiden. Nu de beslissingsbevoegdheid in handen van de accommodatie is gelegd past het niet dat ook de ondernemer zich een oordeel moet vormen over het al dan niet ter beschikking stellen van de boot.
Daar komt bij dat de commissie van oordeel is dat de consument door pas op de dag voor te vertrek te klagen de ondernemer niet in de gelegenheid heeft gesteld ter plaatse de nodige voorzieningen te treffen om de ongemakken op te heffen.

De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer J.H.M. Boshuis, de heer mr. J.H. Willems, leden, op 1 april 2025.

Opslaan als PDF