Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw
Categorie: Prijs
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
713142/871443
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument liet haar keuken en bijkeuken renoveren en betaalde de afgesproken aanneemsom inclusief stelposten. Pas bij de eindafrekening bleek dat de ondernemer de stelposten voor elektra en leidingwerk met ruim € 4.000 had overschreden. Volgens de commissie zijn stelposten richtprijzen, die volgens de wet maximaal 10% mogen worden overschreden, tenzij de ondernemer de klant tijdig waarschuwt. Dat is hier niet gebeurd. De extra werkzaamheden die de ondernemer noemt (zoals vervangen van bedrading, extra groepen en leidingwerk) vallen bovendien binnen de omschrijving van de stelposten. De ondernemer heeft niet bewezen dat hij de consument heeft geïnformeerd over de forse overschrijding. Daarom mag hij slechts 10% bovenop de stelposten rekenen (€ 314,60). Van het depotbedrag van € 4.158,29 gaat € 314,60 naar de ondernemer en € 3.843,69 terug naar de consument. Ook moet de ondernemer het klachtengeld van € 260 vergoeden en de behandelingskosten betalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft door de ondernemer in rekening gebrachte kosten voor diverse verbouwingswerkzaamheden aan de woning van de consument.
Het nog openstaande bedrag van € 4.158,29 is bij de Geschillencommissie in depot gestort.
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies te laten beslechten door de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw (hierna te noemen: de commissie)
De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.
Op 16 april 2025 heeft te Den Haag de mondelinge behandeling van het geschil door de commissie plaatsgevonden. De consument is ter zitting verschenen en heeft haar standpunt nader toegelicht. De ondernemer, hoewel tijdig en behoorlijk opgeroepen, is niet ter zitting verschenen. De ondernemer heeft de commissie gevraagd ter zitting te mogen verschijnen door middel van een digitale verbinding. Nu de commissie zaken vanwege de complexheid uitsluitend in fysieke aanwezigheid van partijen behandelt en haar niet gebleken is van zeer bijzondere omstandigheden, heeft zij geen aanleiding gezien hierop een uitzondering te maken.
Standpunt van de consument
In de kern komt het standpunt van de consument op het volgende neer.
De consument heeft de ondernemer gevraagd in haar woning de keuken en bijkeuken volledig te renoveren, door de ruimtes te strippen, volledig weer op te bouwen, te voorzien van vloerverwarming en de juiste aansluitingen voor de nieuwe keuken. Een derde partij zou vervolgens de keuken plaatsten.
De ondernemer heeft in verband met deze renovatiewerkzaamheden op 4 maart 2023 een offerte uitgebracht (inclusief stelposten) voor een totaalbedrag van € 24.682,36. In de offerte is een aantal stelposten opgenomen, waaronder ‘aanpassen leidingwerk keuken’ en ‘aanleg elektra’. Het totaalbedrag van alle stelposten is € 3.146,-. Op de offerte zijn de algemene voorwaarden volgens Covo2010 van toepassing. Op 2 oktober 2023 is de ondernemer met de verbouwing begonnen en op 14 december 2023 is het werk opgeleverd. De consument is toen geconfronteerd met een eindafrekening waarin de stelposten zoals opgenomen in de offerte volledig opnieuw zijn berekend en totaal € 4.158,29 hoger uitvallen dan geoffreerd. Het geoffreerde bedrag is door de consument aan de ondernemer voldaan, de eindafrekening van € 4.158,29 niet. Deze eindafrekening zou zien op een overschrijding van de stelposten ‘aanleg elektra’ en ‘leidingwerk’.
De ondernemer heeft niet met de consument gecommuniceerd over het al dan niet verrichten van meerwerk/overschrijding van stelposten. Volgens de ondernemer zijn werkzaamheden uitgevoerd buiten de in de offerte opgenomen stelposten. Deze zijn echter niet met de consument en haar partner zijn besproken. Gedurende de gehele verbouwing is nauw contact geweest met de consument, haar partner en de medewerkers van de ondernemer. Nu de ondernemer de buiten de offerte verrichte werkzaamheden niet met de consument heeft besproken, is haar de kans ontnomen om afspraken te maken over de kosten dan wel om de kosten te controleren gedurende het werk.
De ondernemer heeft de expliciete goedkeuring van de consument nodig om aanspraak te kunnen maken op extra gemaakte kosten. Volgens de literatuur, waarnaar de consument verwijst, betreft het hier stelposten waar een opdrachtgever geen invloed op heeft, zodat hier de regels aangaande richtprijzen van toepassing zijn. Artikel 10 lid 5 van de algemene voorwaarden en artikel 7:752 lid 2 BW bepalen dat een richtprijs niet meer dan met 10% mag worden overschreden, tenzij de ondernemer de opdrachtgever ten aanzien van deze overschrijding tijdig heeft gewaarschuwd. Dit laatste is niet gebeurd.
De consument vraagt de commissie aan de hand van alle gegevens, e-mails en whatsapp gesprekken een oordeel te geven of zij gehouden is de eindfactuur van € 4.158,29 te betalen. Aanvankelijk was de consument bereid meer dan de 10% overschrijding van de richtprijs van de oorspronkelijke stelposten te voldoen, echter nadat de ondernemer een agressief incassobureau in de arm genomen heeft teneinde de eindnota betaald te krijgen, is zij daar niet meer toe bereid.
Ter zitting heeft de consument nog het volgende aangevoerd.
De consument benadrukt dat het vervangen van de cv-ketel, die defect is geraakt tijdens de verbouwing, door een derde partij is geïnstalleerd en dat de consument zelf, zonder hulp van de ondernemer, de cv-ketel heeft gekocht en laten installeren.
Het leidingwerk rond de cv-ketel moest sowieso worden aangepast van de tussenmuur naar de buitenmuur, of de cv-ketel nu zou worden gedraaid of vervangen. Van tevoren is tussen partijen besproken waar elektra en stopcontacten zouden worden gerealiseerd. Daarbij was de consument er al van uit gegaan dat veel vervangen moest worden gezien het verouderde installatiewerk in de woning en dat dit opgenomen zou zijn in de stelposten. Dat de ondernemer leidingwerk in de kelder heeft vervangen, was de consument niet bekend. Dat extra groepen en andere elektra is vervangen dan was afgesproken, kwam pas bij oplevering ter sprake. Dit is nimmer met de consument besproken. Daarnaast had het in de rede gelegen dat meerwerk/overschrijding van de stelposten tijdig door de ondernemer op papier was gezet.
Standpunt van de ondernemer
In de kern komt het standpunt van de ondernemer op het volgende neer.
Tijdens de uitvoering van de overeenkomst zijn de medewerkers van de ondernemer op een aantal zaken gestuit waardoor de oorspronkelijk geoffreerde stelposten met € 4.158,29 zijn overschreden. De consument is op de hoogte gesteld van de onvoorziene omstandigheden, het noodzakelijke meerwerk (voor de veiligheid van beide partijen) en de extra werkzaamheden die moesten worden uitgevoerd. De consument heeft ingestemd met de uitvoering van deze werkzaamheden. Bij dit overleg waren de toenmalige projectleider, de eigenaar van de ondernemer en een medewerker aanwezig.
Stelposten die zijn overschreden betreffen:
– bestaande CV ketel draaien
De ketel bleek van zeer slechte kwaliteit en moest vervangen worden, alsmede het oude leidingenwerk. De consument heeft hiermee ingestemd.
– aanpassen leidingwerk keuken
Het oude leidingwerk in de keuken is door de ondernemer vervangen. Het betrof leidingwerk dat ook deels via de kelder liep. In de offerte is ervan uitgegaan dat er geen nieuwe CV ketel kwam en dat de bestaande leiding gehandhaafd zouden blijven. Daarom is deze stelpost logischerwijs met ruim € 750,- overschreden.
– aanleg elektra en waar nodig aanpassen meterkast
De consument wilde de centraaldoos verplaatst hebben, maar tijdens het werk werd duidelijk dat de elektriciteitsbedrading van zeer slechte kwaliteit was en zelfs gevaar opleverde. Dit is besproken met de consument en alle bedrading is toen vervangen en er zijn extra groepen aangesloten in de meterkast. Dit was tijdrovend werk, waar de ondernemer alleen al vijf dagen extra werk heeft gehad. In de offerte was ervan uitgegaan dat de oude bedrading zou blijven bestaan en hier is maar een stelpost voor opgenomen van € 500,-. Uiteindelijk waren er bijna 40 manuren nodig, hetgeen geresulteerd heeft in bijna € 2.500,- aan meerkosten. Zoals gezegd zijn deze zaken zeer goed doorgesproken met de consument en de ondernemer kan betrokken personen vragen om hier een getuigenverklaring over af te leggen.
De consument stelt ten onrechte dat door de ondernemer geen melding is gemaakt van het overschrijden van de stelposten. De consument is juridisch onderlegd en betaalt de extra werkzaamheden niet, omdat de ondernemer deze niet schriftelijk heeft vastgelegd. De ondernemer heeft steeds te goeder trouw gehandeld en zou al deze extra werkzaamheden (complete bedrading, leidingwerk, nieuwe CV, extra groepen en ook nog meerdere extra stopcontacten) nooit uitgevoerd hebben zonder toestemming van de consument.
De ondernemer heeft meer kosten gemaakt dan geoffreerd en maakt terecht aanspraak op betaling van de eindfactuur. Om die reden heeft de ondernemer, bij het uitblijven van de betaling door de consument, op 11 oktober 2024 de vordering uit handen gegeven aan een incassobureau.
Beoordeling van het geschil
Naar aanleiding van hetgeen ter zitting naar voren is gebracht en met inachtneming van de inhoud van de in het geding gebrachte stukken, overweegt de commissie als volgt.
Vaststaat dat tussen partijen omstreeks 8 mei 2023 een overeenkomst tot stand is gekomen waarbij de consument opdracht heeft gegeven tot uitvoering van renovatiewerkzaamheden aan de keuken en bijkeuken in haar woning (hierna te noemen: de overeenkomst). Op de overeenkomst zijn de Consumentenvoorwaarden 2010 (Covo 2010) van toepassing, waarvan afwijking ten nadele van de consument niet is toegestaan. Deze Consumentenvoorwaarden, bepalen onder meer dat de ondernemer verplicht is het werk goed en deugdelijk uit te voeren en bevatten bepalingen ten aanzien van meer- en minderwerk (artikel 8) en stelposten (artikel 9).
De commissie stelt vast dat partijen een aanneemsom van € 24.682,36 zijn overeengekomen voor in de overeenkomst genoemde werkzaamheden. De aanneemsom is gebaseerd op een begroting met daarin een aantal stelposten. De consument heeft de overeengekomen aanneemsom, inclusief stelposten (€ 3.146,-) aan de ondernemer betaald. In de uitvoering van het werk heeft de ondernemer, zoals hij bij verweer heeft gesteld, meerwerk verricht. Hij heeft dat meerwerk afzonderlijk in rekening gebracht, in een eindafrekening waarbij ook al betaalde stelposten zijn verrekend. De eindafrekening voor het gestelde meerwerk behelst een bedrag van € 4.158,29. Dit bedrag heeft de consument niet betaald en bij de commissie in depot gestort.
Wat partijen verdeeld houdt is of de extra door de ondernemer uitgevoerde werkzaamheden, buiten de in de stelposten opgenomen en overeengekomen werkzaamheden, besproken zijn en zo ja, wat vervolgens ten aanzien van de meerkosten is gezegd en vastgelegd. De commissie merkt daarbij op dat de ondernemer slechts beperkt verweer heeft gevoerd, niet ter zitting is verschenen, maar wel direct een incassobureau heeft ingeschakeld bij het door de consument onbetaald laten van de eindfactuur.
Ter zitting heeft de consument toegelicht dat de gedeclareerde meerkosten wat haar betreft onder de stelposten zouden moeten vallen. Zij heeft desgevraagd de situatie bij aangaan van de overeenkomst beschreven, waarbij de consument expliciet heeft aangegeven dat de elektra in haar huis een “houtje-touwtje” installatie betrof. Om die reden zou de elektriciteit als stelpost in de offerte zijn opgenomen, nu niet duidelijk was wat de ondernemer tijdens de verbouwing op dat gebied tegen zou kunnen komen.
Ten aanzien van de in de oorspronkelijke offerte opgenomen stelposten oordeelt de commissie dat de daarin opgenomen prijzen richtprijzen zijn, aangezien de consument weinig tot geen invloed kan uitoefenen op de in stelpost beschreven werkzaamheden. Een richtprijs mag op grond van de wet (artikel 7:752 lid 2 BW) met niet meer dan 10% overschreden danwel onderschreden worden, behalve in geval de aannemer de opdrachtgever zo spoedig mogelijk voor de waarschijnlijkheid van de overschrijding waarschuwt.
Een waarschuwing is niet vereist wanneer er sprake is van een situatie waarin de opdrachtgever zelf zou moeten kunnen begrijpen dat de prijsverhoging noodzakelijk is vanwege een toevoeging of verandering. Het is de commissie in onderhavige kwestie niet gebleken dat sprake was van een wijziging waarvan de consument uit zichzelf had moeten begrijpen dat deze niet tot de oorspronkelijk opdracht behoorde en meerkosten daarvoor evident waren. Dat zou bijvoorbeeld het geval geweest wanneer de CV ketel kapot zou zijn gegaan en de ondernemer voor vervanging en installatie van een nieuwe ketel had gezorgd. In dat geval zou geen waarschuwingsplicht van de ondernemer gelden, aangezien de consument de meerkosten dan had moeten kunnen begrijpen. Maar in het onderhavige geval betreffen de door de ondernemer genoemde extra werkzaamheden aanpassingen die ook onder de omschrijving van de stelposten zouden kunnen vallen. Immers, zowel bij het draaien van een oude cv-ketel als bij het installeren van een nieuwe zijn aanpassingen aan het bestaande leidingwerk nodig. En het vervangen van bedrading en het plaatsen van nieuwe groepen kan zeer wel onder de stelpost ‘elektra’ vallen. Dat de werkzaamheden en daarmee de kosten voor de ondernemer tegenvielen, is geen reden te oordelen dat het meerwerk betrof dat niet onder de stelposten viel.
Gelet hierop, was het de ondernemer slechts ingeval van een tijdige waarschuwing daaromtrent toegestaan de in de stelposten opgenomen richtprijzen met meer dan 10% te overschrijden.
De ondernemer heeft weliswaar gesteld dat alle werkzaamheden met de consument zijn doorgesproken en dat zij daarmee heeft ingestemd, maar heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat er daarbij ook op is gewezen dat de stelposten daarmee met meer dan 10% (in casu zelfs met meer dan 100%!) zouden worden overschreden. Aan het bewijsaanbod van de ondernemer zal dan ook voorbij worden gegaan. Het voorgaande betekent dat de ondernemer slechts recht heeft op vergoeding van 10% bovenop de geoffreerde en reeds betaalde stelposten. Dit betekent dat de ondernemer nog aanspraak kan maken op € 314,60 (zijnde 10% van € 3.146,-).
Op grond van het voorgaande oordeelt de commissie de klacht van de consument gegrond.
Het depot
Van het bedrag van € 4.158,29 dat de consument bij de commissie in depot heeft gestort, wordt een bedrag van € 314,60 aan de ondernemer voldaan. Het resterende depotbedrag ad € 3.843,69 dient vervolgens aan de consument te worden voldaan.
Klachtengeld en behandelingskosten
De klacht van de consument is gegrond. Daarom zal de ondernemer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 lid 1 van het reglement van de commissie, aan de consument het klachtengeld moeten vergoeden dat de consument aan de commissie heeft betaald voor de behandeling van dit geschil. Dit is een bedrag van € 260,-. Bovendien is de ondernemer op grond van hetzelfde artikellid aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten verschuldigd.
Beslissing
De commissie, beslissend naar redelijkheid en billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden, beslist als volgt:
verklaart de klacht gegrond;
veroordeelt de ondernemer tot betaling aan de consument van een bedrag van € 260,- als vergoeding voor het betaalde klachtengeld binnen twee weken na de datum waarop dit bindend advies is verzonden;
bepaalt dat het bedrag dat door de consument bij de commissie in depot is gestort, als volgt wordt verdeeld:
– € 314,60 zal worden overgeboekt aan de ondernemer;
– € 3.843,69 zal worden overgeboekt aan de consument;
wijst af het meer of anders verlangde;
bepaalt dat de ondernemer, overeenkomstig het reglement, aan de commissie behandelingskosten verschuldigd is.
Aldus beslist op 16 april 2025 door de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw, bestaande uit de heer mr. R.P.P. Hoekstra, voorzitter, de heer ing. T.C.M. Wever en mevrouw mr. drs. S. Meinhardt, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.M. Bouter-Bijsterveld, secretaris.