Ondernemer moet bijna volledige herstelkosten betalen na foutief werk

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw    Categorie: Herstel / Schadevergoeding    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussenadvies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 563330/661398

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie had eerder al vastgesteld dat de ondernemer het werk niet goed had uitgevoerd en daarom schadevergoeding moest betalen. Een deskundige heeft daarna berekend wat het kost om het dak weer in de oorspronkelijke staat te herstellen. Na reacties van beide partijen komt de commissie tot een schadevergoeding van € 4.990,50, inclusief BTW, stelposten en een redelijke vergoeding voor parkeerkosten. Dit bedrag wordt uit het depot van € 5.000 aan de consument uitgekeerd. De ondernemer krijgt de kantpannen niet terug, omdat de overeenkomst is omgezet in een schadevergoeding. De tegeneis van de ondernemer om nog € 5.000 aan aanneemsom te ontvangen wordt afgewezen. De klacht is volledig gegrond en de ondernemer moet ook het klachtengeld van € 250,50 vergoeden en de behandelingskosten betalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de wijze waarop de ondernemer zijn verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst tussen partijen is nagekomen.

De verdere behandeling van het geschil

De commissie heeft in dit geschil op 16 januari 2025 (verzonden op 19 februari 2025) een bindend advies tevens tussenadvies gewezen. De commissie blijft bij de inhoud daarvan.

In dat bindend advies heeft de commissie bepaald
– dat de deskundige een gespecificeerde begroting diende op te stellen van de kosten indien de eensluidende adviezen van de VEH en de bouwinspecteur gevolgd zouden worden om de oorspronkelijke toestand te herstellen door boven de zijgevel gewone dakpannen in cement te leggen, inclusief verwijdering van de huidige kantpannen en de gebruikelijke bij dit soort werkzaamheden behorende (bouwplaats-)kosten;
– dat het secretariaat van de commissie partijen in het bezit stelt van die begroting en dat partijen in de gelegenheid worden gesteld om daarop schriftelijk te reageren binnen veertien dagen nadat zij de begroting hebben ontvangen.

De deskundige van de commissie heeft op 12 maart 2025 naar aanleiding van de tussenuitspraak van 16 januari 2025 een kostenraming opgesteld. Deze komt uit op een bedrag van € 3.811,50 excl. BTW en zonder stelposten. De rapportage is op 25 maart 2025 aan partijen gezonden.

De consument heeft bij brieven van 25 maart 2025 en 24 april 2025 op het deskundigenrapport gereageerd.

De ondernemer heeft via zijn gemachtigde bij brief van 2 april 2025 op het deskundigenrapport gereageerd.

De commissie heeft kennisgenomen van genoemde stukken en acht zich thans voldoende geïnformeerd om te kunnen beslissen over de hoogte van de schadevergoeding en de verdeling van het door de consument bij De Geschillencommissie in depot gestorte bedrag.

De nadere standpunten

Het nadere standpunt van de consument

De consument is van mening dat de deskundige geen rekening heeft gehouden met de parkeerkosten in de wijk van [plaatsnaam] waar consument woont. Het parkeertarief bedraagt € 5,22 per uur. Daarnaast vraagt de consument zich af of de kosten van steigerbouw niet te laag zijn begroot.

Het nadere standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft per onderdeel op de kostenraming van de deskundige gereageerd. Haar standpunt komt er kort gezegd op neer dat een bedrag van rond de € 3.000,- incl. BTW in redelijke verhouding staat tot de nog uit te voeren werkzaamheden. De ondernemer stelt verder dat in de kostenraming dubbeltellingen voorkomen en dat de meeste van de opgevoerde stelposten noodzaak ontberen. De ondernemer wenst de uitkomende kantpannen terug omdat het werk deels onbetaald is gebleven en de kantpannen nog hergebruikt kunnen worden.

Nadere beoordeling van het geschil

Naar aanleiding van hetgeen partijen na het rapport van de deskundige naar voren hebben gebracht en met inachtneming van de inhoud van de stukken, overweegt de commissie nader als volgt

In de tussenuitspraak heeft de commissie reeds beslist dat de ondernemer toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst en gehouden is tot betaling van een schadevergoeding aan de consument. Om de hoogte van de schadevergoeding te kunnen vaststellen, heeft de commissie een nader deskundigenrapport gelast. In het tussenadvies is de deskundige Van de Velden verzocht een gespecificeerde begroting op te stellen uitgaande van herstel in vorige toestand van het werk. De deskundige Van de Velden heeft daartoe een begroting opgesteld die aan partijen is toegezonden en waarop partijen hun reactie hebben gegeven. De deskundige heeft naar aanleiding van de reacties van partijen zijn eerdere begroting op onderdelen bijgesteld. De deskundige komt thans tot een totale kostenbegroting van € 3.150,- excl. BTW en exclusief stelposten.

De commissie zal de begroting van de deskundige in beginsel overnemen en tot de hare maken, tenzij zij daarvan in het hierna volgende afwijkt.

De commissie acht het bedrag van € 3.150,- excl. BTW redelijk om tot herstel in oorspronkelijke toestand te komen, met dien verstande dat het bedrag vermeerderd moet worden met BTW. Aldus komt het bedrag inclusief BTW uit op € 3.811,50.

De commissie is van oordeel dat de ondernemer terecht verweer heeft gevoerd tegen de meeste door de deskundige opgevoerde stelposten. Deze zal de commissie dan ook niet overnemen met uitzondering van de stelposten ‘beschermen en afdekken bestaande platdakconstructie’ (€ 150,- excl. BTW) en de post ‘onvoorzien’ (€ 750,- excl. BTW). Tegen de eerstgenoemde post heeft de ondernemer immers geen verweer gevoerd. Het opnemen van een post ‘onvoorzien’ acht de commissie in de bouw/verbouw gebruikelijk en het bedrag daarvoor redelijk. Deze posten vermeerderd met BTW komen gezamenlijk uit op een bedrag van € 1.089,- inclusief BTW. Dit bedrag zal omwille van de eenvoud als vaste post in de schadeopstelling worden meegenomen. De consument heeft verder aanspraak gemaakt op vergoeding van parkeerkosten á € 5,22 per uur. Dat parkeerkosten moeten worden gemaakt wanneer een derde herstel uitvoert is niet betwist, evenmin de hoogte van het tarief. De commissie acht een bedrag ex aequo et bono van € 90,- redelijk.

In totaal komt de door de ondernemer te betalen schadevergoeding op € 4.990,50. Tot betaling van dit bedrag zal de ondernemer worden veroordeeld. Het bedrag zal worden verrekend met het in depot gestelde bedrag van € 5.000,- als na te melden.

Met betrekking tot het verlangen van de ondernemer de uitkomende kantpannen terug te leveren, oordeelt de commissie daar geen grond voor te zien. Er heeft immers omzetting ex artikel 6:87 BW plaatsgevonden, hetgeen inhoudt dat de ondernemer de aanneemsom ontvangt onder aftrek van de door de commissie vastgestelde herstelkosten.

De tegeneis van de ondernemer
De ondernemer heeft betaling gevorderd van het resterende gedeelte van de aanneemsom, zijnde
€ 5.000,-. Gelet op het oordeel van de commissie was de consument daartoe gerechtigd. De vordering tot vergoeding van wettelijke rente zal daarom worden afgewezen. Het resterende bedrag van € 9,50 zal worden verrekend als na te melden.

Klachtengeld en behandelingskosten
De klacht van de consument wordt geheel gegrond bevonden. Daarom zal de ondernemer overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 lid 1 van het reglement aan de consument het klachtengeld moeten vergoeden dat de consument heeft betaald aan de commissie voor de behandeling van dit geschil. Dit is een bedrag van
€ 260,-. Bovendien is de ondernemer op grond van hetzelfde artikellid aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten verschuldigd.

Beslissing

De commissie, beslissend naar redelijkheid en billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden, beslist als volgt:

Op de klacht van de consument:

I. Verklaart de klacht van de consument gegrond;
II. Bepaalt dat het bedrag dat door de consument bij de commissie in depot is gestort, als volgt wordt verrekend:
– € 4.990,50 zal bij wijze van schadevergoeding worden overgeboekt aan de consument; uitbetaling zal plaatsvinden binnen 7 dagen na de datum waarop dit bindend advies is verzonden.
– Het resterende bedrag van € 9,50,- zal aan de consument worden overgeboekt binnen 7 dagen na de datum waarop dit bindend advies is verzonden. Het bedrag zal in mindering strekken op het door de ondernemer aan de consument terug te betalen klachtengeld.
III. Veroordeelt de ondernemer tot betaling van een bedrag van € 260,- als vergoeding voor het betaalde klachtengeld verminderd met het hiervoor vermelde bedrag van € 9,50,-, aldus een bedrag van € 250,50.
IV. Wijst af hetgeen door de consument meer of anders is gevorderd.

Op de tegeneis:
V. Wijst de vordering van de ondernemer af.

Aldus beslist op 29 april 2025 door de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw, bestaande uit de heer mr. P.L. Alers, voorzitter, de heer ing. T.C.M. Wever en de heer mr. J.J.E. Hovener, leden, in aanwezigheid van de heer mr. L.G.H. Cox, secretaris

Opslaan als PDF