Klacht over eindafrekening energiebedrijf ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1261272/1300281

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vindt dat zijn eindafrekening niet klopt. Volgens hem heeft de energieleverancier kosten voor 12 maanden berekend, terwijl hij maar 11 maanden klant was. Hij is het echter niet oneens met de meterstanden of de betaalde voorschotten op de nota. De commissie legt uit dat een eindafrekening altijd wordt berekend op basis van het werkelijke verbruik volgens de meterstanden, minus de betaalde voorschotten. Het aantal maandtermijnen speelt daarbij geen rol. Soms wordt een laatste termijn pas later in rekening gebracht, waardoor het lijkt alsof er een extra maand wordt berekend. Dat betekent niet dat de afrekening onjuist is.

Omdat de consument de meterstanden en voorschotten niet betwist, vindt de commissie dat de eindafrekening juist is. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard. Van het depotbedrag van € 247,- gaat € 246,66 naar de ondernemer en € 0,34 terug naar de consument.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument stelt dat de eindnota van de ondernemer ziet op 12 maanden, terwijl hij slechts 11 maanden klant van de ondernemer is geweest. Hij betwist echter niet de meterstanden en de betaalde voorschotten die vermeld staan op de eindnota, zodat de commissie de klacht afwijst.

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Energie (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De consument en de ondernemer hebben ter zitting via een videoverbinding hun standpunten toegelicht.

Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door [naam].

De behandeling heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2025 te Den Haag.

De consument heeft een bedrag van € 247,- niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling
De consument betoogt dat zijn eindafrekening over de periode 24 maart 2024 tot 20 februari 2025 niet klopt. Hem zijn 12 maanden berekend, terwijl hij slechts 11 maanden klant van de ondernemer is geweest. Hij geeft aan dat in 11 maanden een verbruik in rekening gebracht is van € 1.874,- en hij € 1.724,- aan voorschotten heeft betaald. Hij is dan ook € 150,- aan de ondernemer verschuldigd en niet meer. Genoemde € 150,- heeft hij betaald.
De ondernemer wijst op de jaarnota waarin de meterstanden vermeld zijn en vrijwel hetzelfde bedrag (€ 1.724,63) aan door de consument betaalde voorschotten.

De commissie overweegt dat de meterstanden bepalend zijn voor het verbruik. Desgevraagd weersprak de consument de meterstanden van de eindnota niet. Ook de voorschotten die op de eindafrekening stonden werden door de consument niet betwist. Wel betwist de consument het aantal maandbetalingen die hem in rekening zijn gebracht.
Een eindafrekening wordt berekend aan de kosten voor verbruik op basis van de meterstanden die worden verminderd met de in rekening gebrachte voorschotten. Het verschil daarvan is consument in dit geval verschuldigd aan de ondernemer. Daarbij maakt het niet uit of dit verschuldigde bedrag in 11 of 12 termijnen wordt geïnd door de ondernemer. Ook niet als de laatste termijn in rekening wordt gebracht op een moment dat de consument al leveringen krijgt van een nieuwe leverancier. Dit wordt veroorzaakt doordat een laatste termijn pas in rekening kan worden gebracht nadat de eindstanden van de meter(s) zijn opgenomen bij de wisseling van leverancier. Daardoor kan het lijken alsof er nog een termijn in rekening wordt gebracht, terwijl er al leveringen zijn door een nieuwe leverancier. Gezien de consument de meterstanden en de voorschotten niet betwist en de ondernemer haar totale vordering daarop heeft gebaseerd, is de eindafrekening niet onjuist.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is. Omdat ten laste van de consument bij de ondernemer nog een bedrag ad € 246,66 openstaat, dient dat bedrag uit het bij de commissie in depot gestorte bedrag aan de ondernemer uitbetaald te worden. Het restant wordt aan de consument terugbetaald.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag ad € 247,- als volgt verrekend. Aan de ondernemer wordt € 246,66 uitgekeerd en aan de consument € 0,34.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer J.H.P.T. den Ouden, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 31 oktober 2025.

Opslaan als PDF