Klacht over ontwerp ring ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Sieraden en Uurwerken    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1311718/1315871

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument schakelde een ondernemer in om een ring te ontwerpen voor een huwelijksaanzoek, maar zegt dat de ontwerpen niet overeenkwamen met de afspraken en dat dit zoveel vertraging gaf dat het aanzoek niet door kon gaan. De ondernemer stelt dat hij een ontwerp heeft gemaakt dat vrijwel volledig voldeed aan de wensen en dat de consument daarna nieuwe wijzigingen vroeg waardoor de ring niet meer op tijd te maken was. De commissie oordeelt dat het ontwerp inderdaad passend was en dat de ondernemer zijn verplichtingen is nagekomen. Daarom mag de ondernemer de aanbetaling houden en krijgt de consument geen terugbetaling of schadevergoeding.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 30 juli 2025 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het ontwerpen en, bij goedkeuring van het ontwerp, vervaardigen van een ring voor een huwelijksaanzoek voor de som van € 1.850,-.

De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In juli 2025 gaf ik de ondernemer in de persoon [naam] opdracht tot het ontwerpen van een ring voor een huwelijksaanzoek. Het ontwerp en de deadline werden uitgebreid besproken en bevestigd.
De aangeleverde ontwerpen weken echter substantieel af van de afspraken, ook na correcties, en communicatie en bruikbare bestanden bleven uit, met grote vertraging tot gevolg. Uiteindelijk heeft de ondernemer zelf de overeenkomst ontbonden en slechts aangeboden € 100,– van de aanbetaling van € 350,– terug te betalen.
Omdat het ontwerp werd afgekeurd is de ring niet vervaardigd en heeft mijn huwelijksaanzoek niet door kunnen gaan.
De ondernemer heeft er zelf voor gekozen om de overeenkomst te ontbinden. Daardoor is hij volgens de wet als ook zijn eigen voorwaarden verplicht het aanbetaalde bedrag terug te betalen.

Ik verzoek de commissie om te oordelen dat:
– de ondernemer gehouden is tot volledige terugbetaling van de aanbetaling van € 350–;
– de ondernemer tevens gehouden is tot betaling van de wettelijke rente over dit bedrag vanaf het moment dat hij in verzuim is geraakt;
– de ondernemer gehouden is een redelijke vergoeding van de proceskosten te voldoen;
– de commissie, voor zover zij dit redelijk en billijk acht, een passende schadevergoeding toekent voor de door de gang van zaken veroorzaakte stress en de extra kosten van de reis naar [land], die door het wegvallen van het huwelijksaanzoek voor niets zijn gemaakt;
– de commissie in haar oordeel tevens rekening houdt met de aanzienlijke tijd en inspanning die ik reeds heb moeten investeren in deze kwestie.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Allereerst constateer ik dat de consument niet is ingegaan op mijn schikkingsvoorstel, maar inhoudelijke behandeling van de zaak voor de commissie vraagt. De consument overviel mij met het aanhangig maken van deze procedure bij de commissie. Ik had al op 23 oktober 2025 aangegeven het aanbetaalde bedrag te willen terugbetalen, maar beschikte niet over het bankrekeningnummer van de consument. Als hij een sommatie stuurt behoort deze de betreffende informatie te bevatten. Op 2 november 2025 gaf ik aan dat ik bereid was onder voorbehoud dat er geen inhoudelijke behandeling van deze zaak zou plaatsvinden hem het betaalde bedrag te retourneren. Nu er een inhoudelijke behandeling van de zaak plaats zal vinden zal ik de gang van zaken rond deze opdracht toelichten.

Half juli 2025 heeft de consument mijn winkel bezocht en mij verzocht een ring voor hem te vervaardigen. Ik heb hem verteld dat de kosten voor het 3D tekenen van een ring € 250,- zijn en dat de kosten van het printen van het model € 100,- is. De ring zelf zou na realisatie worden afgerekend. Om die reden is er een aanbetaling door hem gedaan van € 350,-. De ring moest echter wel voor eind augustus 2025 gereed zijn na overleg met het atelier hebben we aangegeven dat het ondanks de vakantie periode gehaald kon worden. De communicatie van dit ontwerp is via de whatsapp verlopen. Op 16 juli 2025 stuurde de consument een voorbeeld van de ring met schriftelijke toelichting. Vervolgens stuurde hij op 30 juli 2025 nog een detail tekening van de zetting. Noch uit de afbeeldingen noch uit de toelichting blijkt dat hij in de nieuwe ring een afwijkende tafelrichting wenste t.o.v. het geven voorbeeld. Op basis van de door hem verstrekte informatie is op 3 augustus 2025 een 3D model vervaardigd. Op 4 augustus 2025 leverde de consument hier commentaar op.

Op 11 augustus 2025 zijn hem de daarop aangepaste tekeningen gestuurd. In zijn reactie van diezelfde dag is te lezen dat hij heel blij was met het resultaat en dat hij alleen nog wat vragen heeft waaronder een 3D bestand. Dit stuurde ik hem op 13 augustus toe. Vervolgens ontving ik van hem op 13 augustus 2025 een zeer uitgebreide reactie waarin hij met de wens kwam alle tafels van de diamanten naar boven te laten wijzen hetgeen niet eerder gecommuniceerd was. Ik reageerde diezelfde dag door te stellen dat dit een hele andere ring is dan de eerdere besproken ring. Daarna stuurde de consument mij om 19.09 drie berichten.

Op 14 augustus 2025 reageerde ik door te stellen dat wilden we de ring tijdig gereed hebben we nu echt moeten afronden en dat we de ring nog één keer zullen aanpassen. Ook op 14 augustus 2025 reageerde de consument hierop. Hierin erkende hij dat hij onze tekeningen wel eerder ontvangen heeft maar daar geen kennis van genomen had. Op 18 augustus 2025 stuurde ik hem de tekening met de laatste aanpassingen. Zijn reactie was dezelfde dag, 18 augustus 2025.

Op 19 augustus reageerde ik op dit bericht waarin ik stelde dat nergens uit de Whatsapp-communicatie blijkt dat hij eerder de nu gevraagde wijzigingen met betrekking van de richting van de diamanten (tafel richting) heeft gecommuniceerd. En dat ik met het atelier in overleg zal treden of gezien zijn wens om de ringen eind augustus 2025 gereed te hebben verdere aanpassingen überhaupt mogelijk zijn.
Na overleg met de goudsmid, (die tijdens de vakantieperiode meermalen naar zijn atelier is gereden voor deze opdracht), meldde ik de consument dat er gezien zijn opstelling bij ons geen vertrouwen bestond op een succesvolle tijdige realisatie van de ring. Ook vroeg ik om zijn bankrekeningnummer.

Resumerend constateer ik dat we tot twee maal het ontwerp voor de consument hebben aangepast en dat hij toen nogmaals wijzigingen vroeg. En dat door het in verschillende fases reageren op het opgestuurde ontwerp de opgegeven deadline niet haalbaar meer was. Mijns inziens zijn de afgesproken en in rekening gebrachte ontwerpkosten in relatie tot de geleverde prestatie correct (en zelfs bescheiden). Daarom verzoek ik deze toe te wijzen.

Tot slot; de consument stelt dat zijn rekeningnummer mij bekend was, echter hij levert hier geen beginsel van bewijs voor. Had hij dat wel gedaan dan was ik er toe overgegaan om het volledige bedrag aan hem over te maken. Eenvoudigweg omdat deze opbracht mij al onevenredig veel energie gekost heeft en ik dan deze zaak dan niet voor uw commissie had hoeven te beargumenteren.

De consument bestempelde op 13 augustus 2025 het 3D model voor 95% geslaagd, daarna pasten we dit model aan op basis van zijn wensen en als hij dan nogmaals met wijzigingen komt waarschuw ik op 18 augustus 2025 dat de realisatie van de ring op uiterlijk 31 augustus 2025 in het geding komt. Als hij ondanks deze waarschuwing vasthoudt aan deze aanpassingen meld ik hem dat ik afzie van de verdere realisatie van de ring. De opdracht tot het vervaardigen van een ontwerp was toen reeds afgerond en is mijns inziens terecht in rekening gebracht.

De consument weerspreekt uitdrukkelijk dat de aanbetaling betrekking had op de ontwerp en printkosten, het is juist dat deze kosten op de handgeschreven bon zijn omschreven als aanbetaling. Ik stel echter uitdrukkelijk dat deze kosten op 30 juli 2025 besproken zijn en de grondslag vormen voor de gedane aanbetaling. Hoewel de consument de gang van zaken weerspreekt laat hij na om de som van de aanbetaling te verklaren. Aan de door hem zelf opgegeven totaalprijs valt de zien dat de aanbetaling geen percentuele afgeleide van de totaal begrote prijs is.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Door partijen zijn veel schriftelijke stukken overgelegd in de vorm van bijlagen.
Na bestudering van de bijlage komt de commissie tot de conclusie dat het door de consument gewenste ontwerp van de te ontwerpen ring, zoals blijkt uit de foto’s van bijlage 1A, 1B, 1C, 1D en 1E, vrijwel geheel overeenkomt met het door de ondernemer geschetste ontwerp van bijlage 5A, B en C zoals dat blijkt uit een afbeelding van 11 augustus 2025. Dat betekent dat de ondernemer op dat moment had voldaan aan zijn inspanningsverplichting om een ring te ontwerpen voor het door de consument geplande huwelijksaanzoek. Daarbij geldt dat tussen partijen niet in geschil is dat als op dat moment door de consument aan de ondernemer de opdracht was verstrekt om de ring conform dat ontwerp te vervaardigen, de ring tijdig gereed zou zijn geweest en de consument het door hem gewenste huwelijksaanzoek had kunnen doen.
Steun daarvoor vindt de commissie ook in het feit dat de consument op 13 augustus 2025 het 3D-model van de ring voor 95% geslaagd achtte. De opmerkingen die de consument naar aanleiding van dat ontwerp maakte acht de commissie van ondergeschikte betekenis. Het was de consument die wijziging van dat ontwerp wenste en dit resulteerde er uiteindelijk in dat de ondernemer afzag van verdere samenwerking.

Nu het door de ondernemer vervaardigde ontwerp voor een ring die de consument nodig had voor het door huwelijksaanzoek dat hij wilde doen conform de wensen van de consument moet worden geacht, is de consument in beginsel de door hem gedane aanbetaling van € 350,– aan de ondernemer verschuldigd nu dat een redelijke beloning voor de inspanningen van de ondernemer vormt. Het staat de ondernemer echter vrij om dat bedrag alsnog aan de consument te restitueren.

Wellicht ten overvloede vermeldt de commissie nog het volgende. De door de consument aan de ondernemer verstrekte opdracht hield in dat de ondernemer zich allereerst verplichtte tot het ontwerpen van een ring voor een huwelijksaanzoek en dat bij goedkeuring van het ontwerp de ring tijdig zou worden vervaardigd. Dit laatste moet worden opgevat als een voorwaarde die niet in vervulling is gegaan. Dat betekent dat de ondernemer geen aanspraak kan maken op verdere betaling door de consument.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Sieraden en Uurwerken, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer W.A. Muhring, de heer mr. J.H. Willems, leden, op 8 december 2025.

Opslaan als PDF