Commissie: Thuiswinkel
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1067364/1311639
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een opberg‑boxspring, maar was ontevreden omdat er hoogteverschil zou zijn, de stof was gescheurd, de kleur anders leek en er een metalen plaatje was meegeleverd. Ook kreeg hij lichamelijke klachten, maar de commissie mag dat deel van de klacht niet behandelen. De ondernemer gaf geen verweer, en een deskundige onderzocht het bed. Daaruit bleek dat de geleverde set geen echte boxspringbodems heeft maar harde plaatbodems, dat de matrassen een verlaagd kader hebben waardoor een kuil ontstaat, dat de topper dun en slap is, dat de matrassen niet even hard zijn en dat er een los stiksel en een onnodige beugel aanwezig zijn. Herstel is niet mogelijk zonder nieuwe matrassen. De commissie vindt dat de consument hierdoor niet heeft gekregen wat hij redelijkerwijs mocht verwachten. De klachten over kleur en het metalen plaatje worden afgewezen, maar voor de overige gebreken krijgt de consument gelijk. De ondernemer moet € 200 schadevergoeding betalen en het klachtengeld vergoeden. De klacht is daarmee ten dele gegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 8 mei 2024 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een opberg boxspring Lana voor de som van € 954,40.
De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik heb bij de ondernemer een bed gekocht dat niet aan mijn verwachtingen voldoet. Allereerst is sprake van een hoogteverschil tussen de bedden en is de stof van het bed gescheurd. Daarnaast had ik een donkerder kleur verwacht. Ook is er een ijzeren plaatje meegeleverd wat niet hoort bij het voetbord. Ik heb inmiddels lichamelijke klachten en de huisarts denkt dat dit door het bed komt.
De consument wenst terugbetaling van aankoopbedrag en alsook dat de ondernemer het bed terugneemt.
Standpunt van de ondernemer
Hoewel daartoe uitgenodigd heeft de ondernemer aan de commissie geen opgave gedaan van het door deze ingenomen standpunt betreffende de klacht van de consument.
Deskundigenrapport
Op 15 oktober 2025 heeft de door de commissie aangezochte deskundige een rapport opgemaakt waaruit het volgende blijkt.
Het bed bestaat uit: twee onderbakken van 90×200 cm met lades, twee pocketveermatrassen van 90×200 cm, topper van koudschuim in de maat 180×200 cm en hoofdbord. De gehele set is geleverd in de stof velvet grijs. De matrassen hebben geen afneembare hoes. De matrassen liggen op een harde (plaatmateriaal) niet verende bodems met daaronder lades.
Volgens de factuur van de ondernemer zijn de niet verende bodems: boxsprings met opberging. Een boxspring bestaat uit een bak met veren en dat is niet het geval bij de consument. De matrassen zijn gemaakt van pocketveren, elk matras heeft een kader van polyether. Het kader van polyether ligt lager dan de pocketveren in het matras. Daardoor staan de matrassen iets bol. Zodoende ontstaat er in het midden van het bed, waar de twee matrassen tegen elkaar aanliggen, een kuil wat goed te zien is in de topper. De deskundige heeft met een waterpas gemeten en geconstateerd dat de matrassen even hoog zijn.
De topper bestaat uit koudschuim van 4 cm dik. De topper is slap en biedt weinig comfort. De matrassen hebben niet dezelfde hardheid. De deskundige heeft met een gewicht van 5 kilo met een doorsnede van 10 cm een verschil gemeten bij de schoudergedeeltes van de matrassen waar het gewicht bij één van de matrassen 1 cm meer inzakte dan bij de andere matras. De breedte maat van de matrassen zijn ieder 89 cm, de topper heeft een breedte van 180,4 cm. Deze maten vallen binnen de marge.
Op de hoek van één van de matrassen is het stiksel losgelaten. Het polyether van de kader is zichtbaar. Op één onderbak is aan het voeteinde een beugel geplaatst. Deze beugel is bedoeld om een voeteinde aan te hangen. Maar de consument heeft geen voeteinde. De stof heeft wel gaatjes wegens de schroeven van de beugel.
Volgens consument hebben de bezorgers het laminaat beschadigd. Er zit een kras in het laminaat.
De conclusie luidt: de matrassen liggen op plaatmateriaal in plaats van boxsprings. De matrassen hebben een verlaagd kader. De topper is dun en slap. Er is sprake van een onnodige beugel aan de onderbak. Het stiksel op de hoek van een matras is los.
Herstel of reparatie is technisch niet mogelijk, want voor herstel zijn nieuwe matrassen nodig. Het advies aan de consument is: een dikkere en steviger topper te kopen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie stelt voorop dat zij ingevolge artikel 5 van haar reglement het geschil niet kan behandelen voorzover de klacht betrekking heeft op ten gevolge van de uitvoering van de overeenkomst ontstane ziekte of lichamelijk letsel. Dat betekent dat de klacht van consument voorzover die betrekking heeft op lichamelijke klachten faalt.
Ook faalt de klacht van de consument dat hij had verwacht dat er sprake zou zijn van een donkerder kleur, omdat dit te onbepaald is. De klacht dat een ijzeren plaatje is meegeleverd wat niet hoort bij het voetbord faalt omdat de consument geen belang bij deze klacht heeft nu die beugel is bedoeld om een voeteneinde aan te hangen en de consument geen voeteneinde heeft.
Voor het overige volgt de commissie het door de deskundige opgemaakte rapport nu daaruit blijkt van de nodige gebreken en dat de consument niet volledig heeft gekregen wat hij bij zijn bestelling had mogen verwachten.
Op grond daarvan en alle aan de commissie gebleken feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, is de commissie van oordeel dat de consument minder heeft ontvangen dan wat hij redelijkerwijs mocht verwachten. De commissie acht de klachten van dien aard dat de ondernemer de consument een vergoeding verschuldigd is. De commissie stelt deze vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vast op het hierna te noemen bedrag.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 200,-. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, mevrouw A. van Heeringen, de heer mr. J.H. Willems, leden, op 8 december 2025.