Commissie: Post
Categorie: Ontvankelijkheid
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
1194183/1306956
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument diende een klacht in over een verzekerd pakket waarvan een deel van de inhoud ontbrak. De ondernemer stelde dat de klacht te laat bij de commissie was ingediend, omdat de consument al op 17 mei 2024 een schadeclaim had ingediend en pas meer dan twaalf maanden later, op 10 juni 2025, het geschil bij de commissie aanhangig maakte. De consument vond dat de termijn niet vanaf die datum mocht lopen, maar de commissie oordeelt dat een schadeclaim wél geldt als een klacht en dat de wettelijke termijn van twaalf maanden daardoor is overschreden. Omdat niet is gebleken dat de termijnoverschrijding de consument niet kan worden verweten, verklaart de commissie de consument niet‑ontvankelijk. De inhoud van het geschil wordt daarom niet behandeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil tussen partijen gaat over een verzekerd pakket dat bij de geadresseerde is aangekomen, maar waarvan de inhoud voor 2/3 weg was. Eerst dient echter onderzocht te worden of de consument ontvangen kan worden in zijn klacht.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid is relevant dat door de ondernemer als datum van indienen van de klacht 17 mei 2024 is genoemd, op welke datum echter geen klacht is ingediend. De termijn voor niet-ontvankelijkheid is dan ook niet vanaf die datum gaan lopen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer beroept zich op niet-ontvankelijkheid van de consument nu hij op 17 mei 2024 een schadeclaim heeft ingediend. Vervolgens is zijn klacht door de commissie ontvangen op 18 juli 2025, waardoor de in artikel 6 lid 1 onder b van het reglement genoemde termijn van 12 maanden overschreden is. Dat leidt tot niet-ontvankelijkheid van de consument.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Artikel 6 lid 1 van het reglement luidt als volgt:
“De commissie verklaart op verzoek van ondernemer – gedaan bij eerste gelegenheid – de consument in zijn klacht niet ontvankelijk:
a. indien hij zijn klacht niet eerst overeenkomstig de op de overeenkomst van toepassing zijnde voorwaarden bij ondernemer heeft ingediend;
b. indien hij zijn geschil vervolgens niet binnen 12 maanden na de datum waarop hij de klacht bij de ondernemer indiende bij de commissie aanhangig heeft gemaakt;”.
Partijen zijn het erover eens dat de consument een schadeclaim op 17 mei 2024 heeft ingediend.
De commissie is van oordeel dat het indienen van een schadeclaim niet anders begrepen kan worden dan als een klacht, immers een uiting van onvrede.
De consument heeft de klacht bij de commissie aanhangig gemaakt op 10 juni 2025. Op die datum is het door hem verzonden zogenaamde formulier I (getiteld “Uw melding van een klacht of geschil bij ons”) bij de commissie ingekomen. Vervolgens heeft de commissie formulier II (het vragenformulier) aan de consument gezonden met het verzoek dat in te vullen. Het vragenformulier is bij de commissie retour gekomen op 18 juli 2025. De ondernemer heeft een kopie van dat formulier ontvangen en baseert zich voor de datum van het aanhangig maken van het geschil op de datum 18 juli 2025. Zulks is echter onjuist nu de klacht al op 10 juni 2025 bij de commissie ingekomen was. Dat kan de consument echter niet baten want de periode van 17 mei 2024 tot 10 juni 2025 bedraagt meer dan 12 maanden, zodat zulks leidt tot zijn niet-ontvankelijkheid. Dat de termijnoverschrijding redelijkerwijs niet aan de consument verweten kan worden is niet gebleken, zodat hem niet een dergelijk beroep toekomt.
Op grond van het voorgaande is de consument niet-ontvankelijk in de klacht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De consument wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas en mevrouw mr. M.J. Boon, leden, op 17 oktober 2025.