Commissie: Energie
Categorie: facturering
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1219725/1300148
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vond dat haar gasverbruik onjuist was berekend en wilde dat de ondernemer het verbruik zou herzien. De meter bleek echter lange tijd defect: hij bleef hangen en was uiteindelijk niet meer uit te lezen. Ook de beginstand bij de start van de levering was destijds slechts geschat. Daardoor waren er geen betrouwbare meterstanden beschikbaar. De ondernemer heeft daarom een verbruikscorrectie gemaakt op basis van de nieuwe meter en het standaardjaarverbruik. De commissie vindt deze methode, gezien de omstandigheden, juist. Dat de consument een tijd in het buitenland verbleef, maakt niet aannemelijk dat er geen gas is verbruikt. De navordering van de energieleverancier blijft dus staan. Het depotbedrag gaat terug naar de consument, maar de klacht zelf is ongegrond.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument is het niet eens met de berekening van haar gasverbruik door de ondernemer en de daaraan gekoppelde navordering van haar energieleverancier. De consument vraagt het gevorderde verbruik te herzien.
De commissie wijst dat verzoek af.
Beoordeling
Uit de stukken blijkt het volgende.
Op 24 november 2022 is de energieleverancier ingehuisd met een geschatte meterstand van 2.547 m3. In oktober 2023 is een stand uitgelezen van 5.981 m3. Vervolgens bleef de meterstand lange tijd hetzelfde wat duidde op een defecte meter.
Op 23 september 2024 is de oude meter gewisseld. Op die oude meter was de meterstand niet afleesbaar en daarom is voor de periode van 23 september 2022 tot 23 september 2024 een verbruikscorrectie toegepast die resulteerde in een verbruik van 3.458 m3.
De ondernemer heeft aanleiding gevonden om een herberekening toe te passen op basis van een langere periode. Die herberekening heeft geresulteerd in een verbruik van 2.989 m3.
De verbruikscorrectie is toegepast op basis van de werkelijke standen van de nieuwe meter en het op dat moment van het berekende standaardjaarverbruik van de consument.
Dat de nota met de navordering van de energieleverancier van de consument een onaangename verrassing was, kan de commissie zich goed voorstellen en de vraag is of die navordering terecht is.
De commissie is van oordeel dat die juist is en door de consument moet worden betaald aan de energieleverancier.
De commissie stelt voorop dat het uitgangspunt in zaken als deze is, dat de consument de hoeveelheid gas dat op haar adres is verbruikt moet betalen. Die hoeveelheid wordt vastgesteld op grond van de standen die op de gasmeter worden geregistreerd.
Bij het vaststellen van de verbruikte hoeveelheid gas zijn problemen gerezen onder meer als gevolg van het feit dat de meter defect bleek.
De commissie heeft geen reden te twijfelen aan het door de ondernemer gestelde over het niet goed functioneren van de meter. Blijven hangen op een stand en het niet meer kunnen uitlezen van de meter zijn voldoende aanwijzingen om dat aan te nemen.
Een onderzoek van de meter was ook naar het oordeel van de commissie onder de gegeven omstandigheden niet meer nodig.
Het vaststellen van het werkelijke verbruik van de consument wordt daarbij nog bemoeilijkt nu gebleken is dat de beginstand van de meter, toen de huidige energieleverancier met zijn levering begon, gebaseerd is geweest op een geschatte stand en niet op de werkelijke stand van de meter.
De conclusie is dan ook dat de ondernemer in de periode van het begin van de levering van gas aan de consument door haar energieleverancier tot de plaatsing van de nieuwe meter niet de beschikking had over betrouwbare standen op grond waarvan het werkelijke gasverbruik op het adres van de consument kon worden vastgesteld. Toch moet dat verbruik worden betaald.
De berekening van het verbruik van de consument op basis van de werkelijke standen van de nieuwe meter zoals door de ondernemer is gedaan, is naar het oordeel van de commissie onder de gegeven omstandigheden juist.
De commissie wil aannemen dat de consument in [land] heeft verbleven voor enige tijd, maar dat maakt niet dat de berekeningen van de ondernemer onjuist zijn.
Ook een verblijf in het buitenland maakt niet aannemelijk dat er op het adres van de consument geen of weinig gas is verbruikt.
Zoals eerder overwogen kon de ondernemer niet anders dan een berekening maken bij gebrek aan betrouwbare standen van de gasmeter.
Met de ondernemer is de commissie van oordeel dat het bedrag dat de consument in depot heeft gegeven aan de commissie niet aan de ondernemer toekomt, maar betaald moet worden aan de energieleverancier die de nota waartegen bezwaar wordt gemaakt, heeft verstuurd aan de consument.
Dat betekent dat het depotbedrag terug moet naar de consument.
De klacht is ongegrond en daarom wordt het volgende beslist.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument gevraagde wordt afgewezen.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Depotverrekening, bedrag aan consument € 4.090,93.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer H.H. van der Linden, leden, op 27 november 2025.