Klacht over notaris als executeur ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: bindend advies na tussenadvies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 510621/756900

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Een klaagster diende een klacht in over het werk van een notaris, die als executeur de nalatenschap van haar tante had afgewikkeld. Zij vond dat de notaris fouten had gemaakt, te veel kosten had gerekend en de wensen van haar tante en de erfgenamen niet goed had gevolgd. Ook vond ze dat het testament nooit had mogen worden opgesteld vanwege de ziekte van haar tante. De commissie oordeelde dat zij bevoegd was om de klacht te behandelen en dat de klaagster ontvankelijk was. Daarna bekeek de commissie de inhoud van de klacht en kwam tot de conclusie dat klaagster geen bewijs had geleverd dat de tante haar wil niet meer kon bepalen toen het testament werd gemaakt. Ook had klaagster eerder zélf de rekening en verantwoording van de nalatenschap ondertekend, waarmee zij akkoord ging met de afwikkeling en de verdeling. Uit de stukken bleek niet dat de notaris fouten had gemaakt of onterecht had gedeclareerd. De notaris had volgens de commissie zorgvuldig gehandeld en de erfgenamen goed geïnformeerd. Er was geen schade door zijn handelen vastgesteld. Daarom werd de klacht volledig ongegrond verklaard. De klaagster krijgt geen vergoeding en ook de tegenvordering van de notaris wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het handelen van de notaris als executeur van de nalatenschap van de peettante van klaagster.

Standpunt van klaagster

Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De notaris is opgetreden als executeur in de nalatenschap van de peettante van klaagster (hierna te noemen: de tante). Het is nooit de wens van de tante geweest om de notaris tot executeur en bewindvoerder te benoemen, maar dit was de wens van haar overleden partner (hierna te noemen: de partner). In opdracht van de partner is er een volmacht en testament opgemaakt door de notaris. Dit had nooit mogen gebeuren, omdat de tante op dat moment in verband met de ziekte van Alzheimer verbleef op een gesloten afdeling.

Klaagster is niet tevreden over de wijze van afhandeling van de nalatenschap door de notaris.
De notaris was niet op de hoogte van het bestaan van een samenlevingscontract tussen de tante en de partner. De notaris heeft het bepaalde in het testament van de tante niet goed uitgevoerd. Er zijn foutieve handelingen verricht (onder meer met betrekking tot de inkomstenbelasting 2021 en 2022, de erfbelasting en de eigen bijdrage CAK). Verder zijn er foutieve bedragen overgemaakt aan en geïncasseerd voor personen die daar geen recht op hadden. Ook zijn er personen, die wel recht hadden op een deel uit de nalatenschap van de betrokkene, maar niets hebben gekregen.

Als executeur had de notaris de belangen van de erfgenamen moeten behartigen en dat is niet gebeurd.

Vanwege de foutieve handelingen van de notaris is er onnodig veel correspondentie geweest. Dit heeft tot extra kosten geleid. Klaagster is het niet eens met de declaraties van de notaris.

De notaris was ook executeur van de nalatenschap van de partner. Ook bij de afwikkeling daarvan heeft de notaris fouten gemaakt, waaruit gevolgschade is voortgevloeid.

Klaagster verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen voor de door haar door toedoen van de notaris geleden schade.

Ter zitting heeft klaagster haar standpunt toegelicht aan de hand van aantekeningen, die zij aan de commissie heeft overgelegd. De inhoud daarvan moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. Haar conclusie is dat de notaris een aantal wensen van en/of afspraken met de erflaters en de erfgenamen niet is nagekomen en dat geïncasseerde declaraties, verrichte handelingen, aanpassingen, wijzigingen en de uitvoering van de door hem opgestelde testamenten en volmachten onterecht en onrechtmatig zijn geweest.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De notaris heeft de nalatenschappen van de partner en de tante als executeur afgewikkeld. Bij het opstellen van een volmacht en testament voor de tante heeft de notaris zich gehouden aan zijn notariële zorgplicht: controle wilsovereenstemming, informeren en onderzoeken

Klaagster heeft zich akkoord verklaard met de rekening en verantwoording in de nalatenschap van de partner. De notaris hoeft zich daarom niet (opnieuw) te verantwoorden over de in deze nalatenschap verrichte handelingen en betalingen, noch over de geïncasseerde nota’s. De notaris kan geen verweer voeren tegen de klacht over ‘gevolgschade’ welke zou voortvloeien uit de afhandeling van de nalatenschap van de partner, omdat deze te ruim is gesteld.

Gedurende de afhandeling van de nalatenschap van de tante is er uitvoerig gecorrespondeerd met klaagster. De notaris heeft klaagster diverse malen duidelijk gemaakt wat zijn rol van executeur is en welke bevoegdheden hij heeft. Klaagster had moeite om deze rol te accepteren. De overige erfgenamen hebben tijdens de afhandeling van de nalatenschap niet over het handelen van de notaris geklaagd, maar wel over het handelen van klaagster. Door de opstelling van klaagster heeft de afhandeling van de nalatenschap langer geduurd dan nodig was en zijn er veel werkzaamheden verricht en in rekening gebracht. Daarbij heeft de notaris steeds getracht een balans te vinden tussen enerzijds wat redelijk is om te vragen en te beantwoorden en anderzijds om voor de overige erfgenamen ervoor te waken dat er niet onnodig veel werkzaamheden zouden worden verricht.

Klaagster heeft bij aanvang van de behandeling van de nalatenschap van de tante de samenlevingsovereenkomst genoemd. De notaris had dat op dat moment niet scherp en heeft gereageerd dat de tante niet bij het kantoor van de notaris een samenlevingsovereenkomst had opgesteld. In het dossier van de nalatenschap van de partner van de tante zat wel een kopie van die overeenkomst. De notaris was zich daar op dat moment niet van bewust. Hij heeft de samenlevingsovereenkomst beoordeeld en geoordeeld dat deze geen rol speelt in de afhandeling van de nalatenschap van de tante.

De notaris heeft helaas niet foutloos zijn taak als executeur uitgevoerd. Terechte fouten zijn rechtgezet. De werkzaamheden hiervoor zijn niet in rekening gebracht. Er is heel veel correspondentie gevoerd door klaagster over telkenmale dezelfde onderwerpen. Deze werkzaamheden heeft de notaris terecht in rekening gebracht. Ook alle overige door de notaris verrichte werkzaamheden zijn terecht in rekening gebracht en vallen alle onder werkzaamheden van de notaris in zijn hoedanigheid van executeur.
Vooral de werkzaamheden rondom de aangiften erfbelasting, de aangifte inkomstenbelasting en een CAK-kwestie hebben veel tijd gekost. Ondanks zijn zelfstandige bevoegdheid om beslissingen te nemen, heeft hij bij de erfgenamen geïnformeerd naar hun standpunt in deze kwesties. Telkens heeft de notaris afwegingen gemaakt en heeft hij de erfgenamen geïnformeerd over de kosten/baten analyse.

De notaris heeft naar beste eer en geweten de belangen van de nalatenschap behartigd. Daarbij heeft hij zoveel als mogelijk rekening gehouden met de belangen van alle erfgenamen.

De notaris verzoekt de commissie om de klachten van klaagster op alle punten ongegrond te verklaren.

Ter zitting heeft de notaris zijn standpunt nader toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. De inhoud daarvan moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. De notaris verzoekt de commissie zich alsnog onbevoegd te verklaren, dan wel klaagster niet-ontvankelijk te verklaren in de klacht. Subsidiair verzoekt hij de commissie alle klachten van klaagster af te wijzen en hem wegens inbreuk van recht en op basis van bestede tijd een schadevergoeding van € 5.000, – toe te kennen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt voorop dat klaagster zich beklaagt over de wijze van afhandeling door de notaris van de nalatenschappen van zowel de partner als de tante.

Voor wat betreft de nalatenschap van de partner stelt klaagster dat haar uit onderzoek in 2018 en 2019 foutieve handelingen en beoordelingen met betrekking tot deze nalatenschap helder werden. Gelet op het tijdsverloop is de commissie van oordeel dat klaagster over de afwikkeling van deze nalatenschap thans in redelijkheid niet meer kan klagen.

Ter beoordeling van de commissie staat dus slechts de klacht voor zover die betrekking heeft op de nalatenschap van de tante.

Zoals hiervoor vermeld, heeft de commissie bij tussenadvies van 25 februari 2025 zich vooralsnog bevoegd verklaard het geschil te behandelen en klaagster vooralsnog ontvankelijk verklaard in haar klacht. In het tussenadvies heeft de commissie verwezen naar artikel 1 en 2 van haar reglement.

De commissie blijft van oordeel dat de cliënte ontvankelijk is in haar klacht, omdat geen sprake is van één van de gronden voor niet-ontvankelijkheid die zijn genoemd in het reglement.

De notaris is het niet eens met het voorlopig oordeel van de commissie ten aanzien van de bevoegdheid en doet met name een beroep op artikel 4 van het reglement.

Dit artikel luidt – voor zover van belang – als volgt:

De Commissie heeft tot taak geschillen tussen de cliënt en de notaris te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van een door de cliënt aan de notaris gegeven opdracht”.

Hij stelt dat tussen hem en klaagster geen overeenkomst tot opdracht tot stand is gekomen.

De commissie acht zich bevoegd en overweegt daartoe als volgt.

De commissie dient haar bevoegdheid – ook ambtshalve – te toetsen aan de hand van de bepalingen van haar Reglement.

In artikel 1 van het Reglement is bepaald dat onder ‘cliënt’ wordt verstaan: ‘de afnemer van de diensten van een notaris’.

Artikel 2 van het Reglement bepaalt – voor zover van belang – dat de Geschillenregeling Notariaat van toepassing is indien het geschil betreft de totstandkoming en/of de uitvoering van de opdracht aan de notaris alsmede klachten die nauw samenhangen met die opdracht.

Daarin staat dus niet expliciet aangegeven dat het een opdracht moet zijn van een klager.

Het reglement is ook van toepassing bij klachten die nauw samenhangen met de door de notaris uitgevoerde opdracht.

De opstellers van dit reglement hebben aldus daarmee aan willen geven ook het oog te hebben op de mogelijkheid tot klagen in situaties waarbij de opdrachtgever een andere dan de klager is maar deze klager wel degelijk als contractspartner of begunstigde (zijnde afnemer van die diensten) een direct belang heeft bij de juiste uitvoering van die opdracht door de notaris.

Hierbij kan gedacht worden aan de verkoper van een onroerend goed waarbij de koper in het algemeen de notaris mag kiezen voor de levering en het transport van het onroerend goed en die notaris dan ook de opdracht geeft. Maar men heeft daarbij ook gedacht aan de mogelijkheid voor een erfgenaam te klagen over de uitvoering van de afwikkeling van de hem of haar (deels) toekomende nalatenschap door de notaris.

Echter, daarbij hebben de opstellers van het reglement – indachtig het hiervoor overwogene – de omschrijving van de taak van de geschillencommissie in artikel 4 van het reglement ongelukkig geformuleerd. Immers, daaruit zou kunnen worden afgeleid, hetgeen de notaris ook stelt, dat de commissie enkel en alleen bevoegd is kennis te nemen van een klacht in zaken waarbij klager als cliënt een opdracht aan de notaris heeft gegeven.

Dit is gelet op de hiervoor weergegeven begripsomschrijving van cliënt in artikel 1 van het Reglement en gelet op de hiervoor weergegeven passage van artikel 2 van het Reglement, niet de bedoeling geweest van de opstellers van dit reglement, waaronder de beroepsorganisatie waarvan iedere notaris deel uitmaakt.

Het zou immers betekenen dat het grootste deel van de door een notaris te verrichten werkzaamheden slechts onderworpen zou zijn aan het tuchtrecht en niet onderworpen zou zijn aan een ten behoeve van consumenten nu juist via de Geschillencommissie gefaciliteerd klachtrecht.

Daarbij is voorts van belang dat klaagster de erfenis heeft aanvaard, de notaris niet heeft doen laten vervangen via de rechter en de notaris rekening en verantwoording van zijn werkzaamheden/handelen (en de financiële consequenties daarvan) heeft afgelegd aan klaagster.
Naar uiterlijke verschijningsvormen kan dan ook worden gesproken van een door klaagster maar ook een in het maatschappelijk verkeer aanvaarde situatie van dienstverlening door de notaris ten behoeve van klaagster. Aldus bezien zou naar het oordeel van de commissie, gelet op de beoogde strekking en uitleg van artikel 4 van het Reglement, de commissie bevoegd zijn de klacht te behandelen.

De commissie acht zich dan ook bevoegd.

De notaris heeft subsidiair, voor het geval de commissie zich bevoegd verklaart, een beroep gedaan op het gestelde in artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), waarin is bepaald als volgt:
Het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, moet worden verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status”.
De notaris stelt dat sprake is van een ongelijke behadeling van een executeur-notaris en een executeur-niet-notaris, omdat tegen deze laatste geen weg openstaat via de commissie. Volgens hem bestaat geen objectieve rechtvaardiging voor het verschil in behandeling.

Het betoog snijdt geen hout.
Immers, de notaris heeft bij de aanvaarding van zijn ambt daarmee in vrijheid gekozen aangesloten te zijn bij de beroepsorganisatie en zich daarbij te onderwerpen aan de verplichtingen die daaraan zijn of worden verbonden zoals het door die beroepsorganisatie ingesteld tuchtrecht alsmede zich te onderwerpen aan het door die beroepsorganisatie ingestelde klachtrecht over de notaris bij de Geschillencommissie. Daarnaast heeft de notaris in vrijheid de afwikkeling van de nalatenschap in deze ook als notaris aanvaard zich daarmee onderwerpend aan het hiervoor genoemde tuchtrecht en klachtrecht.

De omstandigheid dat een executeur niet-notaris niet gebonden is aan dit klachtrecht (alsmede aan dit tuchtrecht) kan daar onvoldoende aan afdoen.

Gelet op het voorgaande zal de commissie het geschil inhoudelijk behandelen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Klaagster stelt dat de notaris het testament en de volmacht van de tante niet had mogen opstellen, omdat zij de ziekte van Alzheimer had en in een gesloten inrichting verbleef. De notaris heeft dit weersproken en aangevoerd dat hij bij het opstellen van het testament en de volmacht heeft gecontroleerd op wilsovereenstemming. De commissie is van oordeel dat klaagster daartegenover niet heeft aangetoond dat de tante niet meer in staat was haar wil te bepalen. Het enkele feit dat zij – vanaf een maand vóór het opstellen van het testament en de volmacht – in een gesloten inrichting verbleef, acht de commissie onvoldoende. Klaagster heeft nog een verklaring van de huisarts overgelegd, inhoudende dat de tante haar eigen vermogensrechtelijke belangen niet meer kon behartigen. Echter, deze dateert van ruim twee jaar na het opstellen van het testament en kan daarom niet als bewijs dienen.

Klaagster is voorts niet tevreden over de wijze waarop de notaris de nalatenschap van de tante heeft afgewikkeld. Zij maakt de notaris een groot aantal verwijten.

Echter, de commissie stelt vast dat klaagster de rekening en verantwoording die de notaris inzake de nalatenschap van de tante heeft opgesteld, op 13 mei 2024 voor akkoord heeft ondertekend. Daarmee heeft zij zich – zoals vermeld onderaan deze rekening en verantwoording – bereid verklaard met de verdeling/toedeling en de ontvangst/overboeking van het haar toekomende aandeel in de nalatenschap van de tante.

De notaris stelt terecht dat hij zich daarover daarom niet (opnieuw) hoeft te verantwoorden. Hetgeen klaagster daartegen ter zitting nog heeft aangevoerd, kan daar naar het oordeel van de commissie niet aan afdoen.

De commissie is bovendien van oordeel dat zij in de overgelegde stukken geen gronden of aanwijzingen aantreft voor deze door klaagster geformuleerde en door de notaris gemotiveerd weersproken verwijten. De notaris heeft gemotiveerd gesteld dat het samenlevingscontract geen rol heeft gespeeld in de afwikkeling van de nalatenschap van de tante. Voorts kan, in weerwil van het door klaagster gestelde, op grond van hetgeen is ingebracht naar het oordeel van de commissie niet de conclusie worden getrokken dat de notaris zijn taak als executeur niet naar behoren heeft uitgevoerd. Uit de stukken blijkt veeleer het tegendeel. De notaris heeft steeds uitgebreid gereageerd op de vragen/opmerkingen van klaagster en naar aanleiding daarvan – zo nodig – actie ondernomen. Van foutieve handelingen, incasso’s en/of uitbetalingen is de commissie op grond van de ingebrachte stukken niet gebleken. Naar het oordeel van de commissie heeft de notaris voldoende rekening gehouden met de wensen van de tante en de belangen van klaagster en de overige erfgenamen genoegzaam behartigd.

Van ondeugdelijk declareren is de commissie evenmin gebleken. De door de notaris in rekening gebrachte bedragen komen de commissie, gelet op de aard en omvang van de verrichte werkzaamheden, niet bovenmatig voor.

Het geheel overziende komt de commissie tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat de notaris niet heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. De klacht van klaagster zal daarom ongegrond worden verklaard en het door haar verzochte zal worden afgewezen. Daarbij merkt de commissie op dat van schade door toedoen van de notaris niet is gebleken.

Nu de klacht van klaagster ongegrond wordt verklaard, dient het door haar betaalde klachtengeld voor haar rekening te blijven.

De tegenvordering van de notaris om een schadevergoeding van € 5.000, – wegens inbreuk van recht op basis van bestede tijd zal worden afgewezen. De commissie gaat slechts in bijzondere gevallen over tot veroordeling in de kosten die verband houden met de behandeling van het geschil door de commissie. Zij merkt in dit verband op dat de procedure bij de commissie laagdrempelig en eenvoudig dient te zijn, waarbij in beginsel geen veroordeling in deze kosten past. De commissie acht in dit geval geen bijzondere omstandigheden aanwezig om een vergoeding voor de door de notaris gevorderde kosten (schadevergoeding) toe te kennen.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart zich bevoegd het geschil te behandelen;

– verklaart klaagster ontvankelijk in de klacht;

– verklaart de klacht van klaagster ongegrond;

– wijst het door klaagster verlangde af;

– wijst de tegenvordering van de notaris af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, mevrouw mr. B. van Dis en de heer mr. P. Rijpstra, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 6 mei 2025.

Opslaan als PDF