Commissie: Rijopleidingen
Categorie: Theorie-examen
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1009747/1293732
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument diende een klacht in tegen een rijschool nadat zijn praktijkexamen niet kon doorgaan omdat zijn theorie-examen drie dagen eerder was verlopen. Op 6 maart 2025 arriveerde de consument bij het examencentrum voor zijn praktijkexamen, maar vlak voor de start kreeg hij te horen dat het examen niet kon plaatsvinden omdat zijn theoriecertificaat niet meer geldig was. Volgens de consument had de rijschool dit moeten controleren bij het reserveren van het examen. Ook zou in het systeem van het CBR een melding hebben gestaan dat de geldigheid van het theorie-examen bijna zou verlopen. Doordat het examen niet doorging, moest de consument opnieuw kosten maken voor een theorie-examen, een praktijkexamen en extra rijlessen. De consument stelde daarom voor dat beide partijen ieder de helft van deze kosten zouden betalen, maar de rijschool wilde alleen het praktijkexamen vergoeden. De rijschool gaf aan dat zij bij het plannen van het examen wel had aangegeven dat de datum dicht bij de verloopdatum van het theoriecertificaat lag. Volgens de rijschool is het echter de verantwoordelijkheid van de leerling zelf om te controleren of hij een geldig theoriecertificaat heeft. Dit staat ook in de algemene voorwaarden van de rijschool. De commissie oordeelde dat de rijschool geen zorgplicht heeft om actief te controleren of het theoriecertificaat nog geldig is. De consument moet hier zelf op letten. Omdat deze verantwoordelijkheid bij de consument ligt, heeft de rijschool volgens de commissie niet onjuist gehandeld. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek van de consument wordt afgewezen.
De uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een theorie-examen waarvan de geldigheidsduur is verlopen.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 6 maart 2025 zou de consument afrijden voor het praktijkexamen. Bij aankomst werd hem vijf minuten voor het examen medegedeeld dat het niet door kon gaan omdat het theorie-examenbewijs drie dagen was verlopen. De geldigheid heeft de rijschool niet gecontroleerd en de melding in CBR systeem bij aanvraag van het praktijkexamen genegeerd. Hierdoor komt de consument voor meer kosten aan theorie, herexamen en extra lessen te staan. Het voorstel om ieder 50% van de kosten buiten het examengeld te betalen wordt afgewezen. De rijschoolhouder biedt alleen aan het praktijkexamen te vergoeden.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Bij het reserveren van het praktijkexamen is de zoon van de consument erop gewezen door de medewerker van de planning dat de reservering dicht op de eventuele verloopdatum zou liggen. In een gespreksnotitie in het systeem stond dat het theoriecertificaat behaald is op 7 september.
De ondernemer reserveert als rijschool examens voor haar leerlingen en doet dit ook regelmatig zonder dat de kandidaten in bezit zijn van het theorie certificaat. Uiteraard wijst de ondernemer de kandidaten er op dat zij in bezit moeten zijn van het theorie certificaat, maar dit gaat niet verder dan een adviserende rol. Leerlingen zijn zelf verantwoordelijk voor het in het bezit zijn van de juiste documenten. De verantwoordelijkheid voor het verschijnen met een geldig theorie certificaat ligt daarom bij de consument en de ondernemer kan daarom niet tegemoet komen in de gemaakte kosten.
Bovenstaande staat ook vermeld in de algemene voorwaarden.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De stelling van de consument dat de ondernemer tekort geschoten is in een zorgplicht om de consument te waarschuwen dat het theorie examen verloopt, wordt niet gevolgd. De consument dient hier zelf op te letten. Dit is ook in artikel 8 onder d) van de algemene voorwaarden van de ondernemer tot uitdrukking gebracht.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Rijopleidingen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer R.S. Romijn en mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 23 oktober 2025.