Commissie verleent ontheffing depotstorting wegens beperkte financiële middelen

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Depotbeslissing    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: -   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 1309447/1317222

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De Geschillencommissie Energie heeft bepaald dat de consument geen depotbedrag hoeft te storten voordat zijn klacht over de jaarnota van 16 maart 2025 verder wordt behandeld. De consument gaf aan financieel niet in staat te zijn het gevraagde depot van € 2.800 te betalen. Hij ontvangt een AOW‑uitkering van € 1.243,03 netto per maand, betaalt € 733,41 aan huur en heeft geen spaargeld of vermogen. De commissie benadrukt dat depotstorting normaal verplicht is, omdat dit de ondernemer zekerheid geeft dat hij wordt betaald als hij (deels) in het gelijk wordt gesteld. Alleen wanneer een consument aannemelijk maakt dat hij het bedrag echt niet kan missen, kan ontheffing worden verleend. In dit geval vindt de commissie dat de consument voldoende inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie en dat redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd het depotbedrag te storten. Daarom mag de klacht zonder depotstorting worden voortgezet. De uitspraak is gedaan op 15 december 2025.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het op de jaarnota van 16 maart 2025 in rekening gebrachte verbruik van energie met een te betalen bedrag van € 1.408, – (zonder eerste voorschot).

De consument heeft op 8 april 2025 de klacht bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument is op dit moment financieel niet in staat om het verzochte depotbedrag van € 2.800 te over te maken. De consument vraagt om een ontheffing van de depotstorting.
De consument ontvangt een AOW-uitkering van € 1.243,03 netto. De huur bedraagt € 733,41. De consument stuurt daarvan de stukken in.

Er is geen vermogen in Box 3 en ook geen spaargeld

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Een depotbedrag van het openstaande bedrag van € 2.847,51 is voor de ondernemer wel een vereiste voor het in behandeling nemen van het geschil door de commissie. Depotstorting is voor de ondernemer de garantie, dat indien hij (deels) in het gelijk wordt gesteld, hij wordt betaald voor de geleverde diensten.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het reglement van de commissie bepaalt dat de commissie, voor zover de consument de betaling van een goed of dienst waarover het geschil gaat, achterwege heeft gelaten, in de regel zal verlangen dat de consument een bedrag ten hoogste gelijk aan het nog openstaande bedrag bij haar deponeert.
Kern van de geschillenregeling is dat de ondernemer moet gedogen dat een geschil door de commissie wordt behandeld, als de consument dit wenst. Hiertegenover staat dat de ondernemer verzekerd moet zijn van de betaling van datgene dat volgens de commissie verschuldigd is. Die zekerheid wordt verkregen door de in het reglement van de commissie voorgeschreven depotstorting. De consument lijdt hierdoor geen nadeel, omdat zij het depotbedrag terugkrijgt indien en voor zover de vordering van de ondernemer wordt afgewezen. Op die gronden is de consument in beginsel verplicht tot depotstorting. Van die verplichting kan geen ontheffing worden verleend enkel op de grond dat de depotstorting de consument slecht uitkomt of op grond van een inhoudelijke beoordeling van de vordering van de ondernemer door de commissie. Het past de commissie niet zich al een oordeel te vormen over het geschil voordat partijen hun standpunt hebben kunnen toelichten. De depotstorting staat naar zijn aard in beginsel los van een inhoudelijk oordeel over de vordering van de commissie en dient uitsluitend als zekerheid voor de betaling van de vordering van de ondernemer.
Slechts in het geval dat door de consument voldoende aannemelijk is gemaakt dat hij niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen, kan er naar redelijkheid en billijkheid aanleiding bestaan gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen.
De consument heeft verzocht om geen depotstorting te hoeven doen en heeft dit verzoek gedaan met een opgave, voorzien van een specificatie van zijn inkomen en van de door hem te betalen huur.
Gelet hierop is de commissie van oordeel dat in redelijkheid van de consument geen depotstorting van het door de ondernemer verlangde bedrag kan worden verlangd.
Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de consument niet gehouden is een bedrag in depot te storten alvorens het geschil (verder) in behandeling kan worden genomen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer H.H. van der Linden, leden, op 15 december 2025.

 

Opslaan als PDF