Geen bewijs voor hoger verbruik door defecte klep; klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Verbruik    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 822438/1185570

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument stelt dat haar warmtekosten veel te hoog zijn geweest doordat een klep in de installatie defect was. Volgens haar moet de ondernemer daarom het hoge verbruik over 2023 terugbetalen. De ondernemer betwist dit en legt uit dat de klep direct is vervangen zodra de consument het probleem meldde, en dat het verbruik over 2023 niet hoger was dan in eerdere jaren. De commissie volgt de ondernemer. De consument heeft geen cijfers aangeleverd waaruit blijkt dat haar verbruik daadwerkelijk ongewoon hoog was. De historische verbruiksgegevens laten geen opvallende stijging zien. Ook is niet aannemelijk dat de klep al langere tijd defect was, omdat de consument dat dan eerder had moeten merken en melden. Daarom is niet bewezen dat het defect tot extra verbruik heeft geleid. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Warmtelevering. Consument stelt door een defecte klep gedurende langere tijd een te hoog verbruik te hebben gehad met hoge nabetaling als gevolg. Consument meent voor dat het verbruik haar niet kan worden aangerekend en verlangt teruggaaf van het betaalde.
Klacht ongegrond.

Beoordeling
Consument neemt warmte af van de ondernemer. Op 24 januari 2024 heeft consument contact opgenomen met ondernemer omdat haar verwarming aan bleef, ook nadat de gewenste binnentemperatuur was bereikt. Nog diezelfde dag heeft een monteur ter plaatse geconstateerd dat er een klep defect was en deze klep vervangen.
Consument stelt dat door de defecte klep haar warmteverbruik gedurende (in elk geval) het gehele jaar 2023 “zeer hoog is gebleken” met een forse nabetaling tot gevolg. Consument meent dat dat hoge gebruik haar niet valt aan te rekenen en verlangt terugbetaling van het door de ondernemer bij de jaarrekening over 2023 als nabetaling in rekening gebrachte bedrag.
Ondernemer voert aan dat de klep onmiddellijk nadat het defect door consument bij haar was gemeld is vervangen en dat dit defect daarom niet de oorzaak van het bij wijze van nabetaling in rekening gebrachte verbruik is. Bovendien blijkt uit de historische verbruiksgegevens volgens ondernemer dat het verbruik over 2023 helemaal niet beduidend hoger is geweest dan voor deze consument gebruikelijk is.

De commissie overweegt als volgt. Consument is door ondernemer naar aanleiding van haar klacht in het bezit gesteld van de historische gebruiksgegevens. De juistheid van deze gegevens is door consument niet betwist. Consument heeft, hoewel zij in het bezit is van de historische gebruiksgegevens, haar stelling dat haar warmteverbruik over 2023 (of enige andere periode) ongebruikelijk hoog is geweest op geen enkele wijze gekwantificeerd of cijfermatig onderbouwd. Dit had wel op haar weg gelegen, zeker nu zij zich heeft laten bijstaan door een ter zake kundig advocaat, teneinde de commissie in staat te stellen haar klacht inhoudelijk te kunnen beoordelen.

Daar staat tegenover dat uit de door ondernemer verstrekte verbruiksgegevens over meerdere jaren en de daarbij gegeven uitleg (die door consument niet gemotiveerd is weersproken) niet is op te maken dat het verbruik over 2023 (of enige andere periode) beduidend hoger is geweest dan gemiddeld voor deze consument. De schommelingen die in het verbruik zichtbaar zijn, laten zich prima verklaren door omstandigheden als het weer en de buiten temperatuur.

Daar komt bij dat consument heeft gesteld in januari 2024 te hebben geconstateerd dat haar verwarming niet uit ging, wat zij ook toen bij ondernemer heeft gemeld, waarna het defect direct is verholpen. Deze gang van zaken maakt zeer onwaarschijnlijk dat het defect reeds langer aanwezig is geweest en tot enig relevant hoger verbruik heeft geleid.

Ter zitting heeft consument, in tegenstelling tot wat uit de oorspronkelijke klacht volgt, verklaard dat zij al veel eerder had gevoeld dat de verwarming warm/aan bleef nadat de gewenste kamertemperatuur was bereikt. Ondernemer heeft weersproken dat het defect al langer aanwezig is geweest, omdat het in dat geval in de woning, door voortdurende warmteafgifte, steeds onaangenaam warm zou moeten zijn geworden. Voor zover consument daarmee heeft bedoeld te onderbouwen dat het defect wel al langer aanwezig was acht de commissie deze verklaring onvoldoende aannemelijk, in het licht van de oorspronkelijke klacht van consument in combinatie met de reactie van ondernemer.

Daar komt bij dat, indien en voor zover het defect inderdaad al gedurende langere tijd aanwezig was en consument dat, zoals zij ter zitting dus suggereert, al veel eerder heeft geconstateerd, het op de weg van consument had gelegen hiervan melding te doen bij ondernemer, opdat die de oorzaak eerder had kunnen onderzoeken en weg kunnen nemen. Mocht het defect daadwerkelijk al langer aanwezig zijn geweest en heeft consument dat wel geconstateerd (zoals zij ter zitting stelt) maar niet gemeld, dan is dat een omstandigheid die louter voor rekening en risico van consument dient te komen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Verklaart de klacht ongegrond.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 10 november 2025.

Opslaan als PDF