Klacht over gastouderopvang en kosten ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Kinderopvang    Categorie: (On)Zorgvuldig handelen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1122837/1231737

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument heeft de opvang van zijn dochter opgezegd omdat hij zich zorgen maakte over de gezondheid van de gastouder en omdat één van de opvangdagen per mei 2025 zou vervallen. Hij vond dat de gastouder hem op een vervelende manier uit de opvang had gewerkt en dat de ondernemer gezinnen dupeert. Ook wilde hij geen opvangkosten betalen voor de periode waarin hij zijn dochter niet meer bracht. De ondernemer zegt dat de gastouder al jaren goed functioneert, dat er geen klachten zijn van andere ouders en dat recente GGD‑inspecties lieten zien dat de kwaliteit in orde was. De gastouder moest vanwege gezondheidsklachten stoppen met een opvangdag, maar de ondernemer bood de consument alternatieven: opvang op andere dagen bij dezelfde gastouder of opvang op woensdag bij een andere gastouder. De commissie oordeelt dat niet is gebleken dat de ondernemer zijn zorgplicht heeft geschonden. De gastouder wilde slechts afbouwen, niet stoppen met de opvang van de dochter, en er waren passende oplossingen aangeboden. Ook staat vast dat de consument de overeenkomst zelf heeft opgezegd en ervoor heeft gekozen zijn dochter al eerder thuis te houden. Daarom moet hij de opvangkosten over de opzegtermijn en de niet‑genoten dagen wel betalen. De klacht wordt ongegrond verklaard en de consument krijgt geen vergoeding.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de opvang van zijn dochter opgezegd vanwege zorgen over de belastbaarheid van de gastouder en de wijze waarop de opvang voor de dochter met een dag werd verminderd. Het geschil betreft de vraag of ondernemer tekort is geschoten in zijn zorgplicht ten opzichte van de consument en voorts of de consument over de niet genoten opvangdagen en de opzegtermijn opvangkosten verschuldigd is.

Standpunt van de consument

De dochter van de consument werd met ingang van 18 september 2024 opgevangen door gastouder met wie de ondernemer een overeenkomst heeft gesloten.
De consument verwijt de ondernemer dat een werkwijze tussen de gastouder en de ondernemer wordt gehanteerd waarbij gezinnen worden gedupeerd, zo ook het gezin van de consument. De dochter van de consument werd met ingang van januari 2025 twee dagen per week opgevangen door de gastouder. In een gesprek op 4 februari 2025 gaf de gastouder te kennen dat zij haar werkzaamheden vanwege gezondheidsproblemen ging afbouwen van drie naar twee dagen per week, waarmee er geen ruimte meer zou zijn voor de dochter van de consument op woensdag. Tot verbazing van de consument nam de gastouder die week wel een nieuw kind aan, het broertje van een kind dat al werd opgevangen.
De gastouder heeft de consument op een zeer kwalijke manier uit de opvang gewerkt. Er leek sprake van een vooropgezet plan. Er werd een zodanig onwerkbare situatie gecreëerd dat de consument niet anders kon dan zelf het contract opzeggen.
De gastouder en ondernemer lieten de consument echter wel opdraaien voor de kosten van twee maanden opzegtermijn die volgens de consument in strijd is met de wet.
De consument begrijpt niet dat de ondernemer toelaat dat de opvang bij de gastouder wordt gecontinueerd ondanks de fragiele gezondheid van de gastouder. De ondernemer dient maatregelen te nemen om een veilige en verantwoorde opvangsituatie te creëren. Het is de consument bekend dat ook andere gezinnen problemen hebben met de gastouder.
De consument verwijt de ondernemer dat geen verantwoordelijkheid wordt genomen. Toen de consument ermee bekend werd dat de gastouder kampte met burn-outklachten en een fragiele gezondheid en hij die tekenen zelf ook opmerkte heeft hij uiteraard, in het belang van zijn dochter, zijn dochter meteen weggehaald bij de gastouder en de overeenkomst opgezegd.
De ondernemer heeft de kosten over de opzegtermijn weliswaar teruggedraaid van twee maanden naar één maand maar verder werd wel erg lichtvaardig omgegaan met het afsluiten van een gezin tot de opvang.
Vanwege de zorgen over het welzijn van de kinderen die de gastouder nog opvangt maar ook zorgen over de gezondheid van de gastouder zelf heeft de consument zich genoodzaakt gezien om een melding te doen bij de GGD en het geschil voor te leggen aan de commissie. De consument wil daarmee voorkomen dat ouders in de toekomst dezelfde problemen met de gastouder of de ondernemer gaan ervaren.

De consument verlangt de opvangkosten over de periode van 4 februari 2025 tot 15 maart 2025 terug van de ondernemer omdat er over die periode geen opvang is genoten. Die kosten bedragen € 721,05.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer begrijpt niet waar de harde verwijten van de consument richting de gastouder vandaan komen.
De gastouder is al vele jaren een zeer gewaardeerde gastouder over wie ouders zeer tevreden zijn. Van ontevredenheid van andere ouders is de ondernemer niets bekend. Klachten over de gastouder zijn niet bij de ondernemer gemeld. De ondernemer heeft navraag gedaan bij de andere ouders om mogelijke zorgen over de gastouder te toetsen of te bespreken maar bij geen van de andere ouders leefden zorgen of klachten. Met regelmaat zijn er inspecties door de GGD op de locatie van de gastouder uitgevoerd en altijd was sprake van één en al lof, zo ook tijdens het laatste onderzoek op 23 januari 2025. De ondernemer heeft dan ook geen enkele reden gezien om aan de kwaliteiten van de gastouder te twijfelen, laat staan om in te grijpen.
In december 2024 kampte de gastouder met ernstige lichamelijke gezondheidsklachten om welke reden zij zich genoodzaakt heeft gezien met ingang van mei 2025 de opvang van drie dagen per week naar twee dagen per week af te bouwen. In een gesprek op 4 februari 2025 is de consument hierin gekend. Toen de consument vervolgens zijn onvrede over de situatie kenbaar maakte zijn meerdere gesprekken met en in het bijzijn van de ondernemer gevoerd.
Aan de consument is de mogelijkheid geboden om de opvangdagen te wijzigen in de dinsdag en donderdag of om de opvang op de woensdag en donderdag bij een andere gastouder van de ondernemer voort te zetten. Toen de consument te kennen gaf dat hij de opvangovereenkomst wilde opzeggen heeft de ondernemer de opzegtermijn van twee maanden die tussen de gastouder en de consument was overeengekomen teruggedraaid naar één maand. De ondernemer stelt zich dan ook op het standpunt dat steeds zorgvuldig en in het belang van de consument is gehandeld.

De ondernemer betreurt het dat het besluit van de gastouder om een dag minder te gaan werken door de consument is gevoeld als “onze dochter is niet langer welkom”. Dit was geenszins het geval.
Het andere kind dat na de mededeling tot het terugdraaien van de werkzaamheden van de gastouder nog is toegelaten betrof het broertje van een kind dat al door de gastouder werd opgevangen en voor wie het contract al tijdens de zwangerschap was gesloten. Ook hier was geenszins sprake van een voorkeursbehandeling.

De consument heeft zijn dochter vanaf 5 februari 2025 niet meer naar de opvang gebracht en de opvangovereenkomst op 12 februari 2025 opgezegd. De ondernemer stelt zich op het standpunt dat de consument over de periode van 5 februari 2025 tot 15 maart 2025 opvangkosten verschuldigd is aangezien de gastouder tot dat moment opvang voor de dochter is blijven bieden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op 5 september 2024 zijn partijen een overeenkomst tot opvang van de dochter van de consument bij een gastouder aangegaan. Op grond van die overeenkomst werd de dochter met ingang van 18 september 2024 voor één dag per week (op woensdag) bij de gastouder opgevangen welke opvang in januari 2025 werd uitgebreid naar twee dagen per week (op
woensdag en donderdag).
Op 12 februari 2025 heeft de consument de kinderopvangovereenkomst opgezegd. De consument verwijt de ondernemer dat een werkwijze wordt gehanteerd en in stand wordt gelaten waarbij de consument de dupe is geworden van de willekeur en het onvermogen van de gastouder, zo begrijpt de commissie.

De commissie dient te beoordelen of de ondernemer zijn zorgplicht ten opzichte van de consument heeft geschonden.

De commissie stelt vast dat de consument op 30 januari 2025 nog een evaluatieformulier over de opvang bij de gastouder heeft ingevuld waarin is opgenomen dat het goed gaat met de dochter bij de opvang en zij daar altijd met veel plezier vandaan komt. De gastouder wordt omschreven als zorgzaam, betrokken en enthousiast en iemand die altijd genoeg de tijd neemt om even bij te praten.
De commissie constateert dat de prettige verstandhouding tussen de ouders en de gastouder enkele dagen later, tijdens het gesprek op 4 februari 2025, is gekanteld en wel zodanig dat de consument de opvangovereenkomst op 12 februari 2025 heeft opgezegd. De oorzaak van de ‘kanteling’ is voor de commissie niet duidelijk geworden.

Voor de verwijten van de consument richting de ondernemer heeft de commissie geen grond gevonden.
Dat de dochter van de consument (gedeeltelijk) niet meer welkom zou zijn bij de gastouder is niet gebleken. Uit de stukken is naar voren gekomen dat de gastouder haar werkzaamheden met ingang van 1 mei 2025 met één dag per week wenste te verminderen waarmee de woensdag als opvangdag zou komen te vervallen. Niet is weersproken dat voor de dochter van de consument nog steeds de mogelijkheid bestond om de opvang bij de gastouder op dinsdag en donderdag te continueren of, indien de woensdag als opvangdag werd geprefereerd, die opvang bij een andere gastouder voort te zetten zoals de ondernemer heeft aangeboden.
Dat de kwaliteit van de gastouder onvoldoende zou zijn is met het inspectierapport van de GGD van 23 januari 2025 weerlegd. In dat rapport is als eindconclusie opgenomen: “De toezichthouder concludeert dat de gastouder voldoet aan de beoordeelde kwaliteitseisen.”
Dat andere ouders problemen zouden hebben ondervonden met de ondernemer of de gastouder is door de consument op geen enkele manier aangetoond of onderbouwd en door de ondernemer gemotiveerd weersproken.

De commissie verklaart de klacht van de consument dat de ondernemer zijn zorgplicht ten aanzien van de consument heeft geschonden dan ook ongegrond.
De consument heeft de opvangovereenkomst voor de dochter op 12 februari 2025 per 15 maart 2025 opgezegd. Dat de consument ervoor heeft gekozen om met ingang van 4 februari 2025 geen gebruik meer te maken van de opvang door de gastouder is een overweging die aan de ondernemer niet kan worden tegengeworpen. De consument is over de niet genoten opvangdagen en de opzegtermijn van één maand opvangkosten verschuldigd. De vordering van de consument wordt dan ook afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van de consument ongegrond en wijst het door hem verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, de heer H. Stel, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 13 oktober 2025.

Opslaan als PDF